Welke leerstof kunnen scholen secundair onderwijs aanbieden?

25 maart 2020

Tegelijk met het opschorten van de lessen gaf de overheid een aantal richtlijnen mee aan scholen en leraren. Eén van die richtlijnen expliciteert dat opdrachten niet mogen gaan over nieuwe leerstof en niet meetellen voor het rapport. Veel scholen secundair onderwijs stellen de vraag hoe men die richtlijnen precies moet interpreteren. In wat volgt, reiken we een aantal pistes aan met oog voor de mogelijkheden van alle leerlingen, de expertise van leraren en de beleidsruimte van scholen. We kijken ook al even vooruit naar de verdere toekomst.

Afstandsleren? Wat is mogelijk?

Het opschorten van de lessen en alle andere activiteiten maakt dat heel wat leerlingen op zoek zijn naar voldoende structuur en voldoende sociale contacten. De leraar en de school kunnen daar een belangrijke rol in spelen door afstandsleren aan te bieden, in de eerste plaats opdrachten en taken op maat van een klas of klasgroep zodat leerlingen in het ritme van leren blijven en aangeleerde leerstof verder kunnen inoefenen.

Voor specifieke klasgroepen, leerjaren, studierichtingen kunnen scholen er ook weloverwogen voor kiezen om leerlingen documenten, filmpjes, etc. te bezorgen in voorbereiding op lessen die de leraar op een later tijdstip zal geven over bepaalde onderwerpen. Dergelijke voorbereiding kan ervoor zorgen dat leerlingen voldoende gemotiveerd blijven voor het leren en kan ook de ‘doorlooptijd’ nadien faciliteren.

Afspraken die leraren eerder al met leerlingen maakten met betrekking tot begeleid zelfstandig leren voor specifieke leerstofonderdelen blijven gelden.

Het is in elk geval de opdracht van elke school om voor elke klasgroep in elk leerjaar in elke studierichting een voldoende evenwichtig en haalbaar geheel van taken en opdrachten te voorzien.

Hoe pak je het concreet aan?

  • Om het geheel van taken en opdrachten haalbaar te houden voor leerlingen én leraren, duidt de school voor elke klasgroep best een coördinator aan die waakt over de globale taakbelasting (bv. de klastitularis). Hou daarbij ook rekening met de tips die we aanreiken op de PRO.-site en met zoveel mogelijk gelijke kansen voor alle leerlingen.
  • Scholen raden leerlingen best aan om met taken en opdrachten echt aan de slag te gaan. Het moet voor alle betrokkenen duidelijk zijn dat ze niet meetellen voor de beoordeling van de leerlingen. Ze worden wel nagekeken en van feedback voorzien door de leraar in functie van het leerproces van de leerling.
  • Indien de school ervoor kiest om voor welbepaalde vakken inhouden, opdrachten of oefeningen aan te reiken in voorbereiding op lessen die later volgen, moet het duidelijk zijn dat de leraar daar op een later moment in elk geval op terugkomt en nagaat of alle leerlingen de voorbereidende documenten goed begrepen hebben. Ook oefeningen die leerlingen in dat verband maakten, worden nadien in de les besproken.
  • Zorg voor voldoende afwisseling in de vakken die aan bod komen en in de aard van de opdrachten die leerlingen moeten maken. Niet alles hoeft digitaal te gebeuren.
  • Maak bij taken of opdrachten ook duidelijk afspraken over de gehanteerde timing, zowel over het indienen als over wanneer leerlingen feedback mogen ontvangen. Maak ook duidelijk hoe en met wie leerlingen contact kunnen opnemen in geval van vragen.
  • Om een goed zicht te krijgen op waar leerlingen momenteel staan in hun leerproces, kunnen scholen er weloverwogen en gericht voor kiezen om voor specifieke items in controleopdrachten te voorzien. Leraren verbeteren die controleopdrachten en geven de nodige feedback in functie van het leerproces van de leerling. Die opdrachten tellen niet mee voor het rapport.
  • Bij taken en opdrachten houdt de school rekening met de (digitale) mogelijkheden van alle leerlingen. Niet alle leerlingen beschikken over een printer of kunnen materiaal via digitale weg ontvangen. In sommige gezinnen is geen computer beschikbaar of wordt de computer gedeeld met meerdere huisgenoten. Individuele aanpassingen in functie van de concrete situatie van elke leerling moeten mogelijk blijven (zie Ideeën voor gelijke onderwijskansen).
  • Scholen kunnen optimaal gebruik maken van de beleidsruimte die hen toekomt. Scholen bepalen immers autonoom hoe ze hun onderwijs- en evaluatiebeleid vorm geven. Dat geldt dus ook voor het soort taken en opdrachten die scholen geven, welke vakken aan bod komen en welke leerstof wordt geselecteerd.

Wat na de paasvakantie?

Er gaan meer en meer stemmen op dat we het gewone schoolleven na de paasvakantie niet zomaar zullen kunnen hervatten. Uiteraard wachten we voor uitsluitsel daarover op de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad. Als dat echter het geval zou zijn, zullen we de onderhoudsmodus waarin we nu zitten niet langer kunnen aanhouden, maar zullen scholen ook gericht nieuwe leerstof moeten kunnen aanbieden. In afwachting van een beslissing van de Nationale Veiligheidsraad, is het overleg met de overheid daarover al opgestart.

Van zodra er duidelijkheid is over de timing en het al dan niet heropstarten van scholen zullen we suggesties doen met betrekking tot keuzes die scholen kunnen maken op het vlak van onderwijs- en evaluatiebeleid, inclusief de evaluaties op het einde van het schooljaar. We raden scholen aan om daarover nu geen overhaaste besluiten te nemen. Suggesties in dat verband zullen in elk geval ook gebeuren in nauw overleg met de overheid.

Intussen raden we scholen wel aan om voor het geheel van het curriculum in elke klas, elk leerjaar en elke studierichting in kaart te brengen welke leerplandoelstellingen nog niet aan bod zijn gekomen.