Schorsing besluit van de Vlaamse regering 'Maatwerk' door de Raad van State

15 februari 2016

Op 26 januari 2016 schorste de Raad van State het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet over maatwerk bij collectieve inschakeling. Je vindt de aanleiding voor de schorsing en de motivatie van de Raad van State in het document 'Schorsing BVR Maatwerk door de Raad van State'. Dat arrest werd betekend op 9 februari 2016. Die betekening houdt in dat de oude regelgeving voor sociale werkplaatsen opnieuw van kracht is. Echter, voor tewerkstelling in een beschutte werkplaats als doelgroepwerknemer is er geen rechtsgrond meer en kan er ook geen recht op beschutte werkplaats meer worden toegekend. Concreet betekent dat dat personen met een arbeidshandicap tijdelijk niet tewerkgesteld kunnen worden in een beschutte werkplaats.

Voor de leerlingenstages is er geen probleem en wordt het begrip 'maatwerk' vervangen door de 'oude' begrippen 'sociale werkplaats' en 'beschutte werkplaats':

  • De stage in opleidingsvorm 1 kan in een sociale werkplaats, beschutte werkplaats, het begeleid werken of het normale economische circuit plaatsvinden.
  • Om in aanmerking te komen als stagebedrijf voor opleidingsvorm 2 moet het bedrijf  een sociale werkplaats of beschutte werkplaats zijn of elk ander bedrijf dat aan de leerling, rekening houdend met zijn handicap, aangepaste activiteiten oplegt en hem daarbij de nodige bescherming en ondersteuning biedt.
  • Voor stages in opleidingsvorm 3 moet het bedrijf zo gekozen worden dat de leerlingen er voornamelijk de activiteiten kunnen uitoefenen die rechtstreeks verband houden met de gevolgde opleiding. Stage in opleidingsvorm 3 vindt plaats in het normale economische circuit. Voor opleidingsvorm 3 mag het stagebedrijf geen sociale werkplaats, beschutte werkplaats, begeleid werken of dagcentrum zijn. Een leerling die stage loopt in een sociale werkplaats, beschutte werkplaats, begeleid werken of dagcentrum, bereikt de einddoelstelling niet.