Plenaire vergadering 26-04-2017 – Onderwijsspiegel 2017 en Frans in het basisonderwijs

27 april 2017

Onderwijscommissaris Ann Brusseel kon als voormalige taallerares niet naast de publicatie van Onderwijsspiegel 2017 kijken en had het over de problemen (o.a. inzake spreekvaardigheid) met Frans in het basisonderwijs, die daarin werden aangekaart. Hoe zou de minister, gebruikmakend van de hervorming van de lerarenopleiding en de hervorming van de lerarenloopbaan, de kwaliteit van de les Frans verhogen?

Minister Crevits startte met een correctie van het beeld dat sommige journalisten hadden gecreëerd, als zou de kwaliteit van het onderwijs Frans ondermaats zijn. Dat was absoluut niet aangetoond en dat was absoluut niet de boodschap van de onderwijsinspectie. Ze vervolgde met wat er wel was vastgesteld. Ze wees op haar plan voor peilingsproeven Frans in het najaar en op de noodzaak van sterke remediëringstrajecten in de onderwijzersopleiding. Vakleerkrachten Frans was een mogelijkheid, maar voor de minister niet dé oplossing, zoals die bij bepaalde andere partijen wel nogal graag naar voor wordt geschoven.

Voor vragensteller Brusseel moest de lat hoger in de lerarenopleiding. Dan kwamen de andere interveniënten: Elisabeth Meuleman vond dat de minister meer moest inzetten op de mondelinge vaardigheden en zag ter zake ook heel wat heil in Content and Language Integrated Learning (CLIL), zowel in de lagere school als in de lerarenopleiding zelf; Koen Daniëls was streng en vroeg hoever men nu eigenlijk stond met de evaluatie van die lerarenopleidingen, zijnde sinds 2012 de aanpassingen in de praktijk ervan, zodat in de toekomst dergelijke problemen ondervangen konden worden (N.B. we mogen zeker niet doen alsof er geen problemen zijn, maar het was me niet helemaal duidelijk welk rapport bedoeld werd: in 2012 was er het eerste visitatierapport van de specifieke lerarenopleidingen en in 2013 was er het rapport van de zgn. beleidsevaluatie over de (alle) lerarenopleidingen; anderzijds waren er ook de visitatierapporten van de geïntegreerde lerarenopleidingen (o.a. dus van het basisonderwijs) in andere jaren, maar ik heb geen weet van opleidingen die hun accreditatie niet behaalden, dus…); Kathleen Helsen vroeg daarnaast aandacht voor reële professionaliseringskansen voor wie nu al leraar is en vond dat zulks een plaats moest krijgen in het toekomstige actieplan basisonderwijs van de minister.

Vervolgens meldde die dat het nieuwe decreet lerarenopleiding nagenoeg klaar was om naar de regering te gaan en dat er alvast een onderhoud gepland was tussen de onderwijsinspectie en de opleidingen om samen na te gaan op welke wijze het praten in het Frans, het leren spreken en de liefde voor de taal door het gesproken woord in onze opleidingen konden worden aangewakkerd. Over het verschil inzake Frans tussen de povere resultaten in de zgn. niet-bindende toelatingsproef in de lerarenopleiding en het goede inspectieverslag van de talige opleidingen was bijkomend onderzoek nodig.

Ann Brusseel kreeg het laatste woord en had drie duidelijke conclusies: jonger beginnen met talen leren, een flexibelere schoolorganisatie en de al vermelde hogere lat in de lerarenopleiding.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de lessen Frans in het basisonderwijs, naar aanleiding van het inspectierapport Onderwijsspiegel 2017 van Ann Brusseel” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2026-04-2017%20%E2%80%93%20Onderwijsspiegel%202017%20en%20Frans%20in%20het%20basisonderwijs) (Wilfried Van Rompaey)

.