Plenaire vergadering 29-04-2020 – Organisatorische problemen bij de heropstart

29 april 2020

Niet onverwacht kregen we een opvolgingsdebat bij de actuele vragen van een week eerder en de voorafgaande onderwijscommissievergaderingen van 9 en 23 april. Inderdaad, intussen was het coronaverhaal niet blijven stilstaan: met op 24 april de vergadering van de Nationale Veiligheidsraad en op 28 april het sociale overleg met onderwijsminister Weyts om een en ander te verfijnen. De rode draad in dat verhaal was duidelijk het grote probleem van de praktische organiseerbaarheid van wat beslist was, wanneer de scholen op 15 resp. 18 mei weer zouden opstarten conform die beslissingen. Iedereen begreep wel dat het een enorme uitdaging zou worden. Vandaar ook deze actuele vragen.

Maar… evenmin onverwacht werd het debat een kopie van de diverse recente plenaire en onderwijscommissievergaderingen over dit thema en van wat al na de laatste vergadering van de Nationale Veiligheidsraad (24 april) en die van het sociale overleg met minister Weyts (28 april) in onze vele media gezegd en geschreven was.

Om het wat nauwkeuriger en in wiskundige termen te zeggen: de bekende elementen  van het dossier die nu bevraagd werden, vormden een (beperkte) deelverzameling van de ruimere verzameling elementen die de voorbije drie weken al bij herhaling aan bod gekomen waren. Met het intussen eveneens bekende (en op 28 april ook al verfijnde) draaiboek voor onderwijs werd het hele verhaal in belangrijke mate concreter, maar… inderdaad, er ontbraken enerzijds nog een aantal zaken (dko, vwo, buo, internaten, afspraken met lokale besturen voor opvang en bijkomende financiële ondersteuning), en anderzijds zal deze hele operatie, hoe men het ook draait of wendt, uiterst moeilijk zijn: de uitvoering van de operatie zal àltijd gepaard gaan met heel veel ongerustheid en onzekerheid, inderdaad, tot spijt van wie het benijdt, én mèt veel voorwaardelijkheid (cf. de verwijzing van minister Weyts naar de virologen). Maar sommige politici kunnen blijkbaar moeilijk leven met onzekere antwoorden op overigens begrijpelijke vragen. Soms loopt men zelfs nog een beetje achter, zoals bijvoorbeeld over de nu al grote betrokkenheid (en het vele werk) van de pedagogische begeleiding.

Gelet op de complexiteit van de problemen, waarvoor niemand makkelijke en waterdichte oplossingen kàn bedenken, zal de hele zaak alleen maar met veel vallen en opstaan kunnen verlopen. Net die realistische houding meen ik ook bij minister Weyts te zien.

En voor het overige, vond ik de afronding van het debat door onderwijscommissaris Loes Vandromme wellicht het meest positieve van dit haast drie kwartier durend gesprek (met heel veel herhaling): zij, zoals ook anderen voor haar, wees heel terecht op het vele en creatieve werk van de scholen in deze crisis, maar zij verbond die vaststelling bovendien met dat andere belangrijke onderwijsdossier van deze legislatuur, dat nu al een tijdje onderbroken was door deze coronacrisis, met name het lerarentekort en het belang om, ook via een onderwijsambassadeur, meer en sterke mensen aan te trekken voor het leraarschap. Terecht! Als dàt op termijn een positief gevolg van deze crisis zou zijn, zou dat inderdaad heel mooi zijn.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de organisatorische problemen bij de heropstart van het onderwijs van Elisabeth Meuleman, over de bezorgdheden rond de heropstart van het onderwijs van Kathleen Krekels, over de bezorgdheden van het onderwijsveld inzake de organisatie van opvang op school van Roosmarijn Beckers, over de praktische realisatie van schoolheropeningen van Jean-Jacques De Gucht en over de ondersteuning van scholen bij het heropenen in coronacrisis van Loes Vandromme” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2029-04-2020%20%E2%80%93%20Organisatorische%20problemen%20bij%20de%20heropstart) (Wilfried Van Rompaey)

.