Plenaire vergadering 27-05-2020 – Heropening, soepelere oppervlakte- en afstandsregels en communicatie

27 mei 2020

Het kernpunt bij deze geclusterde actuele onderwijsvragen, uitgezonderd de tweede vraag in het rijtje, was eigenlijk al aan bod gekomen bij de voorafgaande vragen aan minister Bart Somers. De eerste vragensteller, Steve Vandenberghe, die ook burgemeester is, had toen inderdaad ook al geïntervenieerd. Naadloos trok hij nadien een verwante communicatiekwestie door naar het beleidsdomein Onderwijs. Hij citeerde daarbij allerlei kritische quotes van onderwijsmensen (hij zei er honderden ontvangen te hebben) ten aanzien van het onderwijscoronaverhaal sinds 22 mei, de dag van de geplande evaluatievergadering met onderwijsactoren na de heropstart van 15 resp. 18 mei. De communicatie van minister Weyts in die afgelopen dagen bracht vragensteller Vandenberghe ertoe om de minister een onbezonnen drang naar media-aandacht te verwijten. Hij vroeg op welke manier minister Weyts een georganiseerde en veilige opstart, maar vooral een transparante opstart van de scholen zou garanderen.

De tweede vragensteller, Kathleen Krekels, verwees naar het heel concrete (en overigens belangrijke) punt van de tegenstelling tussen de 4m²/leerling (oppervlakteregel) en de mogelijkheid van 20 leerlingen/klas in het lager onderwijs (cf. ook de evaluatievergadering van 22 mei). Wanneer zou er duidelijkheid zijn over een versoepeling van die regels?

De derde vragensteller, Kim De Witte, herhaalde het probleem dat Vandenberghe aangekaart had en vroeg dat de minister zou ophouden met zijn aankondigingspolitiek, de juiste volgorde van de diverse acties in dit dossier zou respecteren en pas dan duidelijk communiceren.

Minister Weyts legde goed uit wat de bedoeling van 22 mei was. Dat klopte. Hij legde goed  uit waarom hij dan al (de timing dus én ook de juridische bevoegdheden) samen met het brede onderwijsveld, en na positief advies van de GEES, een beslissing genomen had. Dat klopte ook. Maar het viel me op dat hij daarbij beweerde dat er op 22 mei geen datum gekoppeld was aan de verdere heropening (N.B. Over het idee zelf van “meer leerlingen naar school” bestaat er sowieso wel een ruime consensus, lijkt mij.). Nochtans stond “vanaf 2 juni” (dus inderdaad, niet “op 2 juni”; misschien zinspeelde de minister op dat verschil, dat kan; of misschien stond die datum niet in zijn oorspronkelijke tekstvoorstel en is de datum pas tot stand gekomen tijdens die evaluatievergadering, dat kan ook; maar de datum stond alleszins in het formele advies van die vergadering aan de Nationale Veiligheidsraad) wel degelijk in de communicatie op de website van het Ministerie van Onderwijs en Vorming en dus ook in onze eigen communicatie van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, beide meteen op 22 mei. Op 26 mei heeft onze extra coronanieuwsbrief die communicatie trouwens nog eens bevestigd, mét opnieuw aandacht voor de vrijheid van de scholen én mét verwijzing naar de Nationale Veiligheidsraad van 27 mei (nwvr: op het moment waarop ik deze regels typ, was het resultaat van die laatste nog niet gekend).

Voorts herhaalde minister Weyts zijn algemene aanpak in dezen, maar die kenden we al van eerdere gelegenheden (cf. maximale veiligheid en dito doenbaarheid als criteria en de evoluerende virologische inzichten). En hij wees ook op zijn lopende onderhandeling over dat punt van de 4m².

Vragensteller Vandenberghe repliceerde dat het cruciale vertrouwen tussen ouders en scholen, waarvoor een glasheldere en duidelijke communicatie nodig was, verstoord was door de ministers roekeloze communicatie. Hij vroeg of de minister daar lessen wilde uittrekken en in de toekomst wel de juiste volgorde der dingen, zoals vragensteller De Witte al gepleit had, zou volgen. Vragensteller  Krekels bleef bij haar concrete punt van oppervlakte- en afstandsregels en liet daar zelfs wat eenvoudige rekenkunde op los. Vragensteller De Witte zat dan weer helemaal op het communicatiespoor van Vandenberghe.

Drie interventies volgden. Tweemaal oppositie, eenmaal meerderheid. Björn Rzoska vroeg aandacht voor de kinderen met een onderliggend gezondheidsprobleem of die in een bubbel woonden waarin mensen een onderliggend gezondheidsprobleem hadden. Stefaan Sintobin sloot zich helemaal aan bij het punt dat Vandenberghe en De Witte gemaakt hadden. Brecht Warnez deed dat ook, zij het ietwat minder streng misschien, en had een bijkomende vraag over verantwoordelijkheid, die de minister al een tijdje geleden beantwoord had. Minister Weyts voegde daarop nog wat elementen toe, maar vooral zijn toelichting over betrokkenheid (van diverse actoren) bij het overleg vond ik interessant, en die was, wat mij betrof, volkomen terecht… je kunt als minister nu eenmaal niet met duizenden mensen overleggen…

Tijd voor de slotwoorden. Vandenberghe vond dat de minister niet op zijn vraag geantwoord had. Bij het slotwoord van Krekels viel ik zo ongeveer wel van mijn stoel: “Misschien moeten zij (nwvr: ze bedoelde de sociale partners) die rol (nwvr: ze bedoelde de stem van het veld vertolken) dan toch wat meer ter harte nemen.” Ik zou haar graag en toch dringend willen uitnodigen om kennis te nemen van onze intussen lange reeks ondersteunende coronanieuwsbrieven, het enorme werk van velen van mijn collega’s die vragen van scholen beantwoorden, de vele uren overleg, kortom, een enorme massa werk ten dienste van onze scholen… Is daarmee elk lid van onze vereniging altijd tevreden? Neen, dat is ook niet mogelijk, maar dat is in elke vereniging zo, ook, -- ik noem maar iets – in een politieke partij. Het positieve punt waarmee ze daarna besloot, kon ik wel heel erg appreciëren. Stabiliteit nu tot het einde van het schooljaar was inderdaad aangewezen. De Witte herhaalde zijn eerdere punt nogmaals en beweerde dat er in het overleg met de sociale partners geen akkoord was over de datum van 2 juni. Hoe het kwam dat die dan toch stond in het formele advies van dàt sociaal overleg aan de Nationale Veiligheidsraad, mocht De Witte dan misschien toch ook eens uitgelegd hebben.

Nog een kleine uitsmijter als mijn eigen slotwoord. Die hele communicatiegeschiedenis nu en ook eerder in het coronaverhaal lijkt mij een typisch 'modern' probleem, dat al veel langer bestaat en waarbij de "schuld" toch wel collectiever is: die nu bekritiseerde gretigheid om (vroegtijdig) te communiceren lijkt mij een gezamenlijke “schuld” van betrokken politici, betrokken andere actoren én van... journalisten, die voortdurend de anderen pushen tot concrete berichtgeving, want ze nemen geen genoegen met voorzichtige, algemene antwoorden en een "no comment (yet)", vinden de mediamensen al helemaal "not done"... want we leven toch niet meer in de tijd van “vader Eyskens”. Maar óók... van de 'gewone mensen' die in dezen ook op hete kolen zitten voor concreet nieuws en blijkbaar niet kunnen leven met het feit dat heel wat nieuws in dit verhaal niet anders dan heel voorwaardelijk kan zijn. Een heel moeilijk verhaal dus, waarin men nog elke dag bijleert over het c-beest, en waarbij ik dus veel begrip heb voor àlle betrokkenen. Veel minder begrip had ik voor de vertoning over de zgn. “onderzoekscommissie”, ook nog inzake corona, die later in deze plenaire vergadering volgde. Boeiend was het wel, want ik heb nog heel wat bijgeleerd… maar dat zou hier te ver leiden. Overigens finaal werd het een commissie ad hoc, geen onderzoekscommissie.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de aangekondigde volledige heropstart van het onderwijs van Steve Vandenberghe, over de versoepeling van de oppervlakte- en afstandsregels in de scholen van Kathleen Krekels en over de chaotische beslissingen betreffende de heropstart van het onderwijs van Kim De Witte” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2027-05-2020%20%E2%80%93%20Heropening%2C%20soepelere%20oppervlakte-%20en%20afstandsregels%20en%20communicatie) (Wilfried Van Rompaey)

.