Plenaire vergadering 15-01-2020 – UCLL-studie over CLIL-onderwijs

16 januari 2020

Eén thema, vier vragenstellers: over CLIL. Twee min of meer dezelfde vragen, maar ook telkens één vraag over andere aspecten van het thema. De aanleiding voor de actuele vragen was de publicatie van een onderzoeksrapport van de University Colleges Leuven Limburg (UCLL), dat recent ook in de media aan bod gekomen was. Samengevat bevatte het nogal wat positieve geluiden over de effecten van deze onderwijsaanpak. Elisabeth Meuleman vroeg aan minister Weyts of hij nu die aanpak meer ondersteuning ging bieden en zou voorzien in mogelijkheden tot uitbreiding ervan. Jean-Jacques De Gucht vroeg of de minister bij de in het Regeerakkoord geplande evaluatie van CLIL ook met dit rapport rekening zou houden. Annabel Tavernier wilde weten hoe het zat met de vakinhoudelijke leerresultaten bij de CLIL-aanpak. En Jo Brouns ten slotte vroeg of de minister de CLIL-aanpak ook zou uitbreiden naar het basisonderwijs.

Minister Weyts temperde het enthousiasme toch enigszins: de studie was nog onvolledig; ging alleen over Frans; en (cf. de  vraag van zijn partijgenote Tavernier) de studie zei niets over de kennis bij de leerlingen over het vak zelf, die zij via een vreemde taal (Frans in dit geval) opdeden. Hij hernam wat in het Regeerakkoord stond: dus eerst evalueren (ook via deze studie, maar dan in afgewerkte vorm) en daarna pas eventueel het systeem uitbreiden (eventueel ook naar het basisonderwijs). Hij wilde in deze fase (cf. ook allerlei andere vragen die aan de minister al gesteld waren in de plenaire vergadering en in de Onderwijscommissie in deze eerste maanden van de legislatuur) dus nog geen beleidsconclusies trekken. Ik vond dat, zoals bij zulke vorige gelegenheden, heel wijs.

In het gesprek bleven vragenstellers Meuleman en De Gucht, als grote voorstanders, wel aandringen. Vragensteller Tavernier kende eigenlijk vooraf al het antwoord op haar vraag. En vragensteller Brouns moest zijn vraag wel een tweede keer stellen, maar kreeg een voor hem voldoende antwoord. Van enkele interveniënten kwamen soortgelijke geluiden: dat van Jan Laeremans viel me daarbij in positieve zin op, ik parafraseer: waren de vastgestelde betere (taal)resultaten van de CLIL-leerlingen ook niet gewoon een gevolg van het feit dat net sterkere leerlingen voor dat leertraject kozen? Vragensteller De Gucht kondigde nog aan dat hij het UCLL-onderzoek wilde laten toelichten door de onderzoekers in de Commissie Onderwijs.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de positieve effecten van CLIL-onderwijs (Content and Language Integrated Learning) van Elisabeth Meuleman, over de resultaten van het onderzoek naar CLIL (Content and Language Integrated Learning) van Jean-Jacques De Gucht, over de UCLL-studie betreffende het CLIL-onderwijs van Annabel Tavernier en over het onderzoek naar de effecten van CLIL-klassen van Jo Brouns” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2015-01-2020%20%E2%80%93%20UCLL-studie%20over%20CLIL-onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).