Plenaire vergadering van 24 april: vier beslissingen, twee verrassingen

25 april 2019

De verrassingen zijn de wereld nog niet uit. De avond voordien deed het gerucht al voorzichtig de ronde. Tijdens de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement van 24 april 2019 zou dan tóch nog het befaamde voorstel van decreet over het inschrijvingsrecht opnieuw op de agenda komen. Er moeten bijzondere politieke krachten aan het werk geweest zijn, want wie had dit nog gedacht? Op de valreep dus van de aflopende legislatuur, want dit zou in principe de laatste plenaire vergadering zijn. De lezer herinnert zich de lijdensweg van dat dossier, waarover ook op deze pagina’s eerder heel wat (politieke) regels geschreven zijn en dat voorlopig leek stil te liggen in het zgn. Overlegcomité na een belangenconflict van de Franse Gemeenschapscommissie… tot nu, 24 april 2019. In tegenstelling tot eerdere berichten (N.B. elders in deze nieuwsbrief lees je nog een bericht over de fase van het belangenconflict in de Senaat op 29 maart) kwam het Overlegcomité tóch nog samen vóór de verkiezingen… op 24 april dus. En zo geschiedde: qua tekstredactie was het nog een titanenwerk, een ware puzzel eigenlijk, maar het was… gebeurd. Over de inhoud zelf lees je ook meer elders in deze nieuwsbrief. Het persbericht van minister Crevits is alvast nuttige lectuur.

Maar alsof dat nog niet genoeg verrassing was, kregen we nog een tweede verrassing. Diezelfde ochtend was er namelijk, zoals ook eerder in het verleden, in de Brusselse Ancienne Belgique een belangrijk congres van de directeurs uit het katholiek basisonderwijs, incl. een belangrijk politiek debat met belangrijke (onderwijs)politici. Uiteraard kwam daar de eerdere parlementaire motie aan bod (men herinnere zich het parlementaire actualiteitsdebat naar aanleiding van de onderwijsstaking op 20 maart), die ook in deze laatste plenaire vergadering moest zorgen voor een voorstel van resolutie. Voorlopig waren daarbij echter weinig tot geen concrete cijfers genoemd. En wat bleek op 24 april ineens? Concreet voor het dichten van de kloof tussen het kleuter- en het lager onderwijs inzake werkingsmiddelen (intussen een punt in haast alle verkiezingsprogramma’s) was er een consensus tussen de aanwezige politici op het congres om zegge en schrijve 50 miljoen euro extra later diezelfde dag dan meteen maar decretaal goed te keuren ook. En zo geschiedde…voor de tweede keer op één dag.

Naast die drie belangrijke beslissingen (inschrijvingsdecreet, resolutie en extra werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs) ten slotte nog één beslissing, die géén verrassing was, want gewoon de plenaire afhandeling van een in de Onderwijscommissie eerder goedgekeurd voorstel van resolutie over hoogbegaafden (4 april 2019). Wat was er toen precies aan de orde, dat nu plenair bevestigd werd?

Dit voorstel van resolutie van alle meerderheidsfracties samen was een vervolg op de eerder besproken conceptnota van de N-VA-fractie over dit thema. Zoveel nieuws was er dan nu ook niet over te melden (ook bv. de kwestie van gekleurde middelen en labeling kwam weer even aan bod). Maar misschien toch deze twee politieke zaken.

Eén. De vaststelling van (eindelijk) een politieke consensus, zoals onderwijscommissaris Kris Van Dijck zei. En zulks na een proces 20 jaar, waarin er naar zijn zeggen lang een ontkenning van het “probleem” bij beleidsmakers geweest was. Van Dijck (en anderen)  erkende ook de complexiteit van het thema. Het was nu zaak om volgende legislatuur daarvan concreet werk te maken en in zijn oproep ter zake aan het héle onderwijsveld echode weer lichtjes impliciet (ik formuleer het voorzichtig) de overtuiging van zijn partij dat  resoluties en regelgeving van het Vlaams Parlement uiteraard alleen een impact kunnen hebben als andere actoren in het onderwijsveld daar niet op een of andere manier tegen ingaan.

Twee. Onderwijscommissaris Jo De Ro herhaalde zijn punt van tijdens de bespreking van de oorspronkelijke conceptnota, met name: het verfrissende van dit N-VA-geluid. Maar, verwijzend naar de vervolgschoolcoaching inzake OKAN als themaonderzoek in de Onderwijsspiegel 2019, die die namiddag nog besproken zou worden met de Onderwijsinspectie, hoopte De Ro ook voor zulke thema’s op de steun van de N-VA (en van alle partijen) in de komende vijf jaar. En nog in het bijzonder voegde hij eraan toe dat dan hopelijk voor zulke zaken de genese van decreten en de ervoor geplande budgetten zonder heilige ideologische huisjes of taboes hun beslag konden krijgen.

Pragmatisme is soms nodig en nuttig in onze democratie, akkoord, maar De Ro’s denkpiste in dezen overtuigt mij alvast niet. Mogen er alstublieft nog verschillende mens- en maatschappijbeelden bestaan, waaruit inderdaad diverse politieke standpunten volgen over allerlei politieke thema’s en problemen? In plaats van te doen alsof een soort technocratische, zgn. a-ideologische oplossing van een of ander onderwijsdossier per definitie superieur zou zijn (lees: effectiever en efficiënter en in het algemeen belang)? Ik moest nog terugdenken aan die interventie, toen ik twee dagen later een interessant stuk van Marc Reynebeau (voor abonnees) las in De Standaard.

Het voorstel van resolutie werd unaniem aangenomen (12/12).

Je kunt de video [vanaf 45:00] van de integrale bespreking in de Onderwijscommissie bekijken op de website van het Vlaams Parlement.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%20van%2024%20april%3A%204%20beslissingen%2C%202%20verrassingen) (Wilfried Van Rompaey).