Omkadering ondersteuning vanuit de kleine types 2018-2019: berekeningswijze door de overheid

26 april 2018

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) lichtte haar werkwijze toe op de externe stuurgroep van 21 maart 2018. Wij vinden in de decretale teksten geen verantwoording voor deze berekeningswijze. Voor de berekening van de voorafname van de kleine types, heeft de overheid zich voor het schooljaar 2018-2019 gebaseerd op databanken. Hierbij werd het aantal leerlingen met een IV/V/GV op 1/2/2018 vergeleken met het aantal leerlingen op 1/10/2016. Er werd geen telling uitgevoerd van het aantal leerlingen met een IV/V/GV type 2, 4, 6 of 7aud in het gewoon onderwijs. De (gemotiveerde) verslagen die nu in de scholen gewoon onderwijs bewaard worden, werden niet als dusdanig geteld, noch geverifieerd door de verificatie. De berekening van de voorafname is dus louter gebaseerd op databankgegevens. In de databanken staan echter geen gegevens over de ondersteunende buo-school. De overheid kan momenteel niet achterhalen door welke buo-school een leerling met een IV/V/GV ondersteund wordt.

Door de vergelijking van het aantal leerlingen per type op 1/2/2018 met 1/10/2016 stelde de overheid over heel Vlaanderen globaal een stijging vast van het aantal leerlingen in type 2 van 74,58%. Deze stijging heeft vooral te maken met de stijging van het aantal kleuters type 2 in het gewoon onderwijs.

In de andere kleine types stelde men echter globaal een daling vast:

  • een daling van 4,77% in type 4;
  • een daling van 1,38% in type 6;
  • een daling van 13,10% in type 7.

Deze dalingen zijn deels te verklaren door het niet meer meetellen van leerlingen met een code ASS bij de GON-zending (deze BE zijn naar de ondersteuningsnetwerken gegaan). Bij type 7 werden ook de leerlingen met een diagnose STOS op 1/2/2018 niet meer mee geteld in de voorafname (deze BE zijn eveneens naar de ondersteuningsnetwerken gegaan).

AgODi zal voor de berekening van de BE type 2 (ION) aan elke buo-school die in 2017-2018 BE ontving voor type 2 een stijging van 74,58% toepassen op het pakket BE type 2 van 2017-2018. AgODi zal dezelfde werkwijze volgen bij de andere types; m.a.w. men zal bij elke buo-school die in 2017-2018 BE ontving voor type 4, 6 of 7 een daling toepassen op het toegewezen pakket BE 2017-2018 van respectievelijk -4,77% voor type 4, -1,38% voor type 6 en -13,10% voor type 7.

Tot driemaal toe heeft Katholiek Onderwijs Vlaanderen fors gereageerd tegen deze werkwijze Omwille van volgende redenen:

  • Er wordt op deze manier geen koppeling gemaakt tussen de leerlingen met een IV, V en GV en de ondersteunende buo-school. De overheid kan momenteel niet achterhalen door welke buo-scholen deze leerlingen ondersteund worden.
  • Via een telefonische steekproefbevraging en via een elektronische bevraging deze week hebben we cijfers verzameld over het aantal leerlingen dat men ondersteunde op 1 februari 2017 en 2018. Hierdoor konden we aantonen welke gevolgen deze tellingen hebben voor de berekeningswijze van de voorafname van AgODi. Deze cijfers werden aangeleverd aan de externe stuurgroep. Er was geen tijd om ze te bekijken. Het Kabinet van de Vlaamse minister van Onderwijs antwoordde dat men alleen wenst te werken met geverifieerde gegevens. Het zou veel te laat zijn om nu nog verificatie te laten gebeuren.
  • De gevolgen zijn groot:
    • De stijging in type 2 van 74,58% wordt lineair toegepast op het pakket dat buo-scholen type 2 ontvingen in 2017-2018. Dit leidt tot sterke mismatchen tussen het pakket begeleidingseenheden dat de type 2-scholen zullen ontvangen voor 2018-2019 en het aantal leerlingen dat ze op 1 februari 2018 effectief ondersteunde. Twee voorbeelden:
      • Een buo-school ontving in 2017-2018 een pakket van 288 BE voor de ION-begeleiding van 30 leerlingen met een IV/V type 2. Dit pakket wordt vermenigvuldigd met 74,58%. Zo krijgt deze school in 2018-2019 in totaal 288 BE (dit is een stijging van 123 BE). Deze school telde op 1/2/2018 slechts 1 leerling meer. Indien er geen bijkomende ondersteuningsvragen type 2 worden gesteld aan deze school, komt deze school aan 9,3 BE per leerling.
      • Een andere school ontving in 2017-2018 een pakket van 27,5 BE voor de ION-begeleiding 5 leerlingen met een IV/V type 2. Dit pakket wordt vermenigvuldigd met 74,58%. Zo krijgt deze school in 2018-2019 in totaal 48 BE (dit is een stijging van 20,5 BE). Deze school telde op 1/2/2018 echter 17 leerlingen meer dan op 1/2/2017. Zo komt deze school aan 2,2 BE per leerling, een fors verschil met de vorige school en 3,3 BE minder dan ten tijde van ION!
    • Door de dalingen in type 4, 6 en 7 eveneens lineair toe te passen op het pakket BE dat de buo-school voor dit type in 2017-2018 ontving, zonder rekening te houden met een eventuele stijging of daling van het aantal leerlingen dat men effectief ondersteunde op 1 februari 2018, stellen we eveneens situaties vast waarbij er een enorme mismatch is tussen het pakket BE dat men zal ontvangen voor 2018-2019 en het aantal leerlingen dat men op 1/2/2018 ondersteunde. Enkele voorbeelden:
      • type 4: een school stijgt 55 leerlingen met een IV/V/GV type 4, maar zal 21 BE minder ontvangen dan het huidige schooljaar;
      • type 6: een school stijgt 32 leerlingen met een IV/V/GV type 6, maar zal 4, 5 BE minder ontvangen;
      • type 7: een school stijgt 18 leerlingen met een IV/V/GV type 7aud, maar krijgt 41 BE minder.

Het kabinet verwees op de externe stuurgroep van 25/4/2018 naar de conceptnota aan de Vlaamse regering betreffende verdere bijsturingen aan het M-decreet. Hierin wordt een oplossing vermeld die men voorziet vanaf 2019-2020, met name een open-end financiering voor de ondersteuning van de kleine types. Die juichen we toe, maar hiermee zijn de gesignaleerde en te voorziene problemen voor 2018-2019 niet opgelost…