Nieuw financieringsmechanisme ondersteuning kleine types

07 februari 2019

In de nieuwsbrief van 17 januari 2019 gaven we toelichting bij de meerderheidsamendementen bij Onderwijsdecreet XXIX, waarin een nieuw mechanisme voor de financiering van de ondersteuning kleine types was opgenomen. Vorige vrijdag heeft de Vlaamse Regering het ontwerpdecreet, na advies van de Raad van State, definitief goedgekeurd. Het ontwerpdecreet wordt nu ingediend bij het Vlaams Parlement.

De bepalingen die betrekking hebben op het nieuw financieringsmechanisme van de ondersteuning kleine types, werden geïntegreerd in het ontwerpdecreet. Er zijn nog een paar zaken gewijzigd:

  • Er is toegevoegd dat scholen voor gewoon basisonderwijs ondersteuning kunnen ontvangen vanuit scholen buitengewoon basis- of secundair onderwijs, die “over de vereiste expertise beschikken”
  • de begeleidingseenheden voor leerlingen met een gemotiveerd verslag type 6 in het gewoon basisonderwijs werden opgetrokken van 3,22 BE per leerling naar 3,56.

Voor leerlingen met een (Gemotiveerd) Verslag type 2, 4, 6 en 7 dienen scholen gewoon onderwijs aan AGODI per leerling die nood heeft aan ondersteuning mee te delen welke school voor buitengewoon onderwijs de ondersteuning voor het betrokken schooljaar en voor de betrokken leerling opneemt. De school betrekt de ouders van de betrokken leerling(en) bij deze keuze. Op basis van de aangeduide scholen voor buitengewoon onderwijs zal AGODI de lestijden, lesuren, uren en begeleidingseenheden laten toekomen bij de juiste scholen voor buitengewoon onderwijs. De scholen gewoon onderwijs geven deze informatie door via DISCIMUS. De technische aanpassing hiervoor moet nog gebeuren. Op deze manier wordt de koppeling gemaakt tussen de leerlingen met een (G)V type 2, 4, 6 en 7 en de ondersteunende buo-scholen.

In antwoord op die nieuwe regelgeving besliste de raad van bestuur vandaag om in de directiecommissies en adviesraden bao, so en buo te bekijken hoe de samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs concreet vorm kan krijgen, onder meer in relatie tot de ondersteuningsnetwerken. Verder zullen ook de scholen buitengewoon onderwijs van de kleine types intensief geconsulteerd worden.

Vragen die daarbij belangrijk zijn:

  • wat begrijpen we onder “vereiste expertise”? Dient een buo-school gekozen te worden van het overeenkomstige type of kan expertise ook op een andere manier worden aangetoond? Hoe kunnen we daarover Vlaanderenbreed en regionaal tot samenwerking komen?
  • hoe garanderen we dat scholen gewoon onderwijs voor de ondersteuning van leerlingen met een (G)V type 2, 4, 6 en 7 in overleg met de betrokken ouders de buo-school aanduidt die “over de vereiste expertise beschikt”?;
  • hoe garanderen we voor scholen gewoon onderwijs een geïntegreerde ondersteuning die het zorgbeleid op school faciliteert, en welke is de rol van de ondersteuningsnetwerken en hun zorgloket hierbij?  

Op haar vergadering van 21 maart 2019 zal de raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen de bevindingen uit dit overleg overwegen en de nodige conclusies trekken.