Netwerkorganisatie in beeld: pedagogische begeleiding in tijden van corona

29 april 2020

Sinds maandag 16 maart zijn lessen en cursussen in het leerplicht- en het volwassenenonderwijs geschorst. Telewerk is sinds die dag de norm voor alle functies waarvoor dat mogelijk is. Het spreekt voor zich dat de verregaande maatregelen om de verspreiding van het nieuwe coronavirus tegen te gaan ook een grote impact hebben op de wijze waarop de pedagogische begeleiding van Katholiek Onderwijs Vlaanderen scholen, centra, academies en internaten ondersteunt.

Onder grondig gewijzigde omstandigheden geven onze pedagogisch begeleiders dagelijks het beste van zichzelf. In deze bijzondere aflevering van de rubriek Netwerkorganisatie in beeld laten we daarom een van onze pedagogisch begeleiders zelf aan het woord. Een unieke kijk op pedagogische begeleiding in tijden van corona.

Luc Beelprez, niveaucoördinator secundair onderwijs in regio West-Vlaanderen, probeert samen met zijn team pedagogisch begeleiders onder de huidige omstandigheden zo schoolnabij mogelijk te werken door heel direct en concreet in te spelen op de vragen van de scholen.

Hoe ziet een gemiddelde werkdag voor jou er ondertussen uit? Wat is er anders dan voordien?

Het enige echte verschil voor mij op dat vlak is de werkplek. In se is er weinig veranderd in de hoeveelheid werk die op ons afkomt. De werkuren zijn gelijk gebleven. In de eerste twee weken van de sluiting van de scholen waren het zelfs heel lange dagen, teneinde op alle vragen te kunnen antwoorden. De directies worstelden die eerste weken met tal van vragen en onduidelijkheden, waardoor er toen ontzettend veel mail- en telefoonverkeer is geweest.

Toch is de manier van overleg en de wijze van contact behoorlijk veranderd. Het was in het begin wat zoeken, maar inmiddels zit het overleg op hetzelfde peil als vroeger, zij het dan via video-conferenties. Het grote verschil zit hem echter in het afstandelijke van de contacten. Een warm contact is nog iets totaal anders dan een digitaal contact, hoe goed dit ook kan werken.

Heb je bepaalde begeleidingsinterventies moeten annuleren?

We hebben noodgedwongen interventies moeten annuleren: een strategiedag met de directies van een scholengemeenschap, een overleg met coördinatoren van een Centrum voor Leren en Werken, een overleg met een raad van directeurs, geplande netwerken … Alleen de interventies met een zekere urgentie werden behouden, maar we organiseerden die wel op een digitale manier. Scholen hebben uiteraard prioriteiten gesteld, waardoor een aantal engagementen worden verplaatst naar een latere datum.

Je geeft zelf onmiddellijk aan dat je nu ook regelmatig online met collega’s overlegt. Welke sterktes en zwaktes zie je in digitale systemen, zoals Zoom of MS Teams, in het kader van begeleidingsactiviteiten?

Die digitale systemen waren voor mij in zekere zin een ontdekking. We hebben altijd de gewoonte om ‘live’ in overleg te gaan en dat gaat soms wel gepaard met verre verplaatsingen, die behoorlijk wat tijd opslorpen. Kortere overlegmomenten kunnen perfect via de digitale weg en blijken vaak zelfs nog efficiënter.

Binnen de regionale begeleiding West-Vlaanderen werken we met verschillende systemen. Intern overleg gebeurt telkens via Zoom en MS Teams. Voor overleg met anderen wordt gepolst met welk systeem zij aan de slag willen gaan en wij passen ons dan, indien mogelijk, aan. Digitaal overleg is echter ook wel behoorlijk vermoeiend, zeker als het overleg over een aantal uren wordt uitgesponnen. Digitaal vergaderen vergt kennis, concentratie en discipline.

Welke ervaringen heb je de voorbije weken opgedaan met ‘begeleiden vanop afstand’?

Een directeur of een leraar met een vraag weet ons zeker te vinden, ook nu. De vragen die eerder ‘technisch’ van aard zijn, kunnen gemakkelijk vanop afstand worden begeleid. Toch mis ik het ‘live’ contact, zeker als het gaat over individuele of teamgerichte coaching.

In alle scholen doen leraren en directies hun uiterste best om hun leerlingen in moeilijke omstandigheden toch kwaliteitsvol onderwijs te bieden. Als pedagogische begeleiding proberen we daarbij echt, ook vanop afstand en toch nabij, ondersteunend te zijn en heel direct en concreet in te spelen op de vragen. Op sociale media wemelde het de voorbije dagen van hulpkreten: de bezorgdheid is groot over de leerachterstand die onze leerlingen de komende weken dreigen op te lopen. En het is dan ook alle hens aan dek om dat te verhinderen.

Daarnaast hebben wij vooral ook de klemtoon gelegd op intern overleg met het begeleidingsteam. Ik merk dat er bij iedereen een grote gedrevenheid was en is, om leraren en directies zo nabij mogelijk te zijn. De begeleiding van onze scholen in deze bijzondere tijden is dan ook een werk van samenwerking, van overleg en van gedrevenheid van alle begeleiders, in de eigen regio en regio-overstijgend. De sterkte zit hem ook hierin dat we als organisatie ook vooral Vlaanderenbreed hebben gewerkt, vanuit het gegeven dat we samen een stuk sterker staan in de begeleiding van leraren en scholen.

Als niveaucoördinator secundair onderwijs heb je normaal gezien vooral contact met directeurs. Is dat sinds de coronacrisis veranderd?

In het begin kwamen de vragen zowel van directies, van leraren als van ouders. Vragen van ouders waren voor mij nieuw. Als niveaucoördinator heb ik mij de voorbije weken prioritair enerzijds tot de coördinerende directeurs en de directeurs gericht, anderzijds tot het regionale team begeleiders secundair onderwijs.

Het was een zoeken om de communicatie en ondersteuning op een haalbare en efficiënte manier te organiseren. We moesten onze werking als het ware opnieuw uitvinden en een weg zoeken in wat er op ons afkwam. We hebben daarbij keuzes moeten maken en prioriteiten gesteld. De klemtoon in de scholen lag vooral op het aanbieden van afstandsonderwijs en ik kan alleen maar zeggen dat onze leraren de voorbije weken schitterend werk hebben verricht. Wij proberen via methodieken en inhouden leraren te ondersteunen in dat proces. Binnenkort bieden we zelfs een Vlaanderenbreed platform aan waarbij leraren de kans zullen krijgen te delen en te communiceren met elkaar. Ik hoop dat de onderlinge solidariteit en de gezamenlijke zorg voor goed onderwijs daarbij een grote hulp kunnen betekenen.

Ben je de voorbije weken ook concreet met leraren aan de slag gegaan? Hoe pak je dat onder de huidige omstandigheden aan? Wat zijn de reacties van de leraren?

Zelf heb ik weinig contact gehad met leraren. De vragen die bij mij terechtkwamen, waren gelijkaardig aan de vragen die directies zich stelden: hoe kijkt de pedagogische begeleiding naar het selecteren van nieuwe leerstof? Hoe evalueren? Wat met leerlingen die ik niet kan bereiken? Wat met de komende deliberaties? Wat met stages en duaal leren? Wat met praktijkvakken? … We hebben alle vragen bijna dagelijks gebundeld en bezorgd aan de collega’s die daarop een antwoord kunnen bieden.

Mijn taak bestond er daarnaast hoofdzakelijk in het eigen team begeleiders waar nodig aan te sturen in nieuwe vormen van begeleiding. Vanaf de eerste dag is iedereen aan de slag gegaan, om de leraren zo goed mogelijk te bereiken en te begeleiden. En wij waren daarbij niet de enigen. Vanuit alle hoeken kwam er inspiratiemateriaal, kwamen interessante links … op leraren af. En het was voor leraren - maar ook voor ons - niet altijd eenvoudig om daar een weg in te vinden.

Vlaanderenbreed werken wij daarom rond zulke thema’s zoveel mogelijk samen. Er is een wekelijks overleg met de niveaucoördinatoren van alle regio’s. Vlaanderenbreed overleg van begeleiders zorgt ervoor dat we overal gelijkgericht aan de slag gaan en vanuit ‘samen’ denken en ‘samen’ werken zo goed mogelijk kunnen inspelen op huidige en toekomstige behoeften. Daardoor zijn we nu volop bezig met de voorbereiding van alle uitdagingen voor de komende maanden.

Kun je een korte omschrijving geven van een recente begeleidingsinterventie? Wat heb je nu anders moeten aanpakken?

De voorbije weken heb ik, in samenspraak met het hele team begeleiders, alle vragen van directies en leraren gebundeld. We hebben duidelijke afspraken gemaakt met als doel het geheel te stroomlijnen en niet bij elke vraag de collega’s in Brussel te contacteren.

Vragen van en contacten met directies hebben het team schoolbegeleiders en ikzelf op ons genomen, vakgerichte vragen werden opgevolgd door de vakbegeleiding, andere door competentiebegeleiders en begeleiders taal en zorg.

Kunnen we volgens jou lessen trekken uit de huidige situatie voor het werk als pedagogisch begeleider? Indien ja, welke?

Zeker. In september 2019 zijn we in regio West-Vlaanderen gestart met een project ‘innovatie’, in samenwerking met Microsoft. Digitale transformatie was ook het centrale thema van ons tweedaagse directiecongres.

Ik had niet verwacht dat we die transformatie op een dermate korte tijd in praktijk zouden moeten brengen. Dat zoveel leerkrachten zich nu noodgedwongen en in versneld tempo verdiepen in de mogelijkheden van digitaal leren, zal op termijn ongetwijfeld grote gevolgen hebben. Het sterkt me nog meer dan vroeger in de overtuiging dat we ons én in de scholen én in de pedagogische begeleiding zo goed mogelijk moeten voorbereiden op het nieuwe dat op ons afkomt.

Het is ook aan ons om de experimenten zo goed mogelijk te ondersteunen, zodat we digitale leermiddelen en ondersteuning, waar zinvol en haalbaar, kunnen blijven gebruiken als de lessen eenmaal worden hervat. Zo zou de huidige noodsituatie een echte ommekeer kunnen inluiden. Door wat er nu gebeurt, zou ons onderwijs op digitaal vlak wel eens een grote stap vooruit kunnen zetten.

Het wordt ook voor ons een uitdaging om de vertrouwde paden te verlaten en die digitalisering in onze dagelijkse praktijk en ondersteuning om te zetten.

Waarvoor doen scholen nu specifiek een beroep op jou als pedagogisch begeleider? Zijn de ondersteuningsvragen anders? Welke vragen zijn nieuw?

De vragen zijn niet echt anders geworden. Onze directies, de groep waar ik het meest contact mee heb, hebben de voorbije weken echt mee nagedacht om de aanpak op beleidsniveau zo goed mogelijk te ondersteunen, vaak door het stellen van de juiste vragen. De veelheid aan vragen en de tips die we ontvangen hebben, hebben er mee toe geleid dat wij, samen met de collega’s van de andere regio’s, Vlaanderenbreed heel kort op de bal hebben kunnen spelen.

Ik wil hier vooral een pluim geven aan de collega’s in Brussel. De vragen waren en zijn niet eenvoudig en noodzaken meestal heel wat onderzoek (curriculum, juridische vragen, evaluatie …). Ik stel vast dat de antwoorden telkens op zeer korte termijn sterk onderbouwd werden gepubliceerd. Voor scholen is dat zeker een sterke en gewaardeerde ondersteuning.

Afstandsleren heeft de laatste weken veel aandacht gekregen. Heb je daarover ook concrete ondersteuning geboden? Welke ervaringen kun je daarover delen? En wat met kwetsbare groepen?

Wij hebben vooral geprobeerd om leraren de weg te wijzen naar vormen van professionalisering, zoals webinars. Wat in het begin aarzelend op gang kwam, leidt nu wel tot grote deelname aan de digitale sessies.

De grootste zorg gaat uiteraard naar de kwetsbare groepen. Vragen van ouders gingen vooral in die richting. Niet elke leerling heeft thuis de ruimte om rustig te kunnen werken of beschikt over een laptop en internetaansluiting. Er wordt ook heel veel verwacht van de nu thuiswerkende ouders. Dat is én voor scholen én voor ons als begeleiders een grote uitdaging. En het zal ongetwijfeld een eigen aanpak vergen bij de heropstart. De differentiatie bij opstart zal wellicht groot zijn, zeker nu we ook nieuwe leerstof aanbieden. We hebben Vlaanderenbreed per vak of domein adviezen en methodieken aangereikt om een zo goed mogelijke keuze te maken binnen de nog te bereiken doelen.  We hopen ook hier die doelgroep voldoende te kunnen motiveren. We hebben daarover trouwens al contact gehad met de collega’s van Vrij CLB Netwerk.

Een bijkomende bezorgdheid voor ons heeft te maken met de groep leraren die het momenteel moeilijk heeft met de digitale transformatie die van hen wordt verwacht. Het is niet voor iedereen een evidentie om op korte termijn over te schakelen naar afstandsonderwijs. Ook aan hen moeten we de nodige zorg besteden.

We hebben ook al tal van heldenverhalen uit onze scholen vernomen. Wat heeft op jou in positieve zin de meeste indruk gemaakt?

Er schieten me zoveel voorbeelden te binnen. Het is schitterend te ervaren dat directies, leraren en pedagogisch begeleiders, vanuit een grote professionele verantwoordelijkheid, de voorbije weken alles op alles hebben gezet om via andere, onverkende wegen toch in te staan voor kwaliteitsvol onderwijs. Dat niet alles optimaal is, is een evidentie. Op wat ons nu overkomt, waren we niet voorbereid en we zullen er ongetwijfeld de nodige besluiten uit moeten trekken. Maar de drive waarbinnen alles verloopt, is fantastisch.

Toch één voorbeeld uit een e-mail van een collega-begeleider: “Een positieve noot (…) de school van m’n eigen kinderen heeft alle ouders die niet over een laptop beschikken persoonlijk opgebeld en hen een laptop van de school meegegeven. Een sterk staaltje van TOP ZORG!”

Fantastisch dus hoe we op dit moment met vele duizenden instaan voor het onderwijs en de zorg voor onze leerlingen. We kunnen daar alleen maar dankbaar en trots op zijn!