Krijgen je werknemers voldoende verse lucht?

29 augustus 2018

In de loop van 2016 werden de regels voor de ventilatie van arbeidsplaatsen aanzienlijk verstrengd. Het Koninklijk Besluit van 25 maart 2016, dat een aanpassing is van de Codex Welzijn op het Werk, legt eisen op aan werkplekken. Dat heeft dus ook gevolgen voor binnenruimten waar leraren en ander personeel tewerkgesteld zijn, evenals voor daarmee gelijkgestelde personen (o.a. personen die een beroepsopleiding volgen en leerlingen die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma voorziet in een vorm van arbeid die al dan niet in de opleidingsinstelling wordt verricht).

Een goede ventilatie kan voorkomen dat werknemers ziek worden. In klaslokalen met onvoldoende verluchting is de slechte luchtkwaliteit oorzaak van concentratieverlies bij de leerlingen. Het is dus niet onlogisch dat de vroegere eis om per werknemer een luchtverversing van 30 m³/h te garanderen, vervangen wordt door eisen aan de binnenluchtkwaliteit ongeacht het aantal aanwezige werknemers. Leerlingen ademen immers ook en produceren CO2-concentraties die vele keren hoger zijn dan die van die ene leraar.

De nieuwe eisen zijn echter bijzonder streng. Zo moet de CO2-concentratie voortaan lager blijven dan 800 ppm (deeltjes of ‘parts per million’), tenzij dat om objectieve en gegronde redenen niet mogelijk is. In geen geval mag 1200 ppm overschreden worden. Uitgedrukt in hoeveelheden verse lucht komt dat neer op ongeveer 30 à 50 m³ per uur en per aanwezige persoon (en niet alleen per aanwezige werknemer), afhankelijk van de zuiverheid van de (buiten)lucht waarmee geventileerd wordt. Die bevat meestal ook al minstens 400 ppm.

Ook werkplekken in bestaande gebouwen vallen onder de toepassing van het KB. De verse lucht moet niet noodzakelijk door een technische installatie geleverd worden. Dat kan ook door het nemen van organisatorische maatregelen, zoals het regelmatig openen van de ramen. Uit de praktijk weten we dat het vooral in het stookseizoen niet evident is en moeilijk te doseren valt.

In nieuwe schoolgebouwen wordt nu al een mechanisch ventilatiesysteem voorzien om te beantwoorden aan de EPB-eisen. Door de grotere debieten en kanaalsecties, zwaardere installaties … zal de kostprijs van die installaties vermoedelijk toenemen met 15 procent. Een aantal belanghebbenden van de bouwsector (architecten, studiebureaus, ingenieurs, aannemers, installateurs …) zien ait als een bedreiging voor de financiële haalbaarheid van hun projecten en zijn in overleg gegaan met als doel de overheid te overtuigen om het KB aan te passen en een meer realistische code van goede praktijk ingang te laten vinden. Ook de werkgeversorganisaties én de belangrijkste onderwijsverstrekkers hebben zich daarbij aangesloten.

Daarnaast is Katholiek Onderwijs Vlaanderen in gesprek gegaan met de kabinetten van de ministers Crevits en Peeters, respectievelijk bevoegd voor Onderwijs en Werk om te wijzen op de budgettaire consequenties van het huidige KB, zowel voor onze bouwheren als voor de subsidiërende overheid van schoolinfrastructuur. Een aanpassing aan het KB in de loop van 2019 wordt in het vooruitzicht gesteld.

Voor meer informatie kun je terecht bij Marc Hendrickx.