Hoe bepaal je welke nieuwe leerinhouden leerlingen van het basisonderwijs na de paasvakantie krijgen?

30 maart 2020

Het is onduidelijk of en wanneer de scholen na de paasvakantie herstarten. Los van het voorziene startmoment, investeer je zeker in een warm onthaal voor alle leerlingen. Het is voor leerlingen en leraren immers een nieuwe ‘eerste schooldag’ die volgt op een hectische periode.  

De scholen starten opnieuw op na de paasvakantie.

Bij dit scenario brengen leraren na de paasvakantie zeker in kaart waar elke leerling staat in zijn leerproces. Naast een warm onthaal op die ‘nieuwe eerste schooldag’, besteden ze aandacht aan opdrachten en taken die aan bod kwamen in de periode waarin onderwijs op afstand doorging. Omdat dit scenario weinig waarschijnlijk is, gaan we er niet dieper op in.

De scholen starten opnieuw op in de loop van mei of ze starten niet of nauwelijks meer op vóór de zomervakantie.

In deze scenario's maken schoolteams keuzes in de leerinhouden die ze nog aan bod laten komen, en in de evaluatievormen waarin ze voorzien. We geven enkele overwegingen mee. Het warme onthaal op een ‘eerste schooldag’ is uiteraard ook in die scenario’s van belang.

Nieuwe leerinhouden plannen na de paasvakantie?

Bepaal in nauwe samenwerking binnen het schoolteam of, welke en hoe nieuwe leerinhouden worden aangeboden:

  • Individuele leraren kunnen voor hun groep oplijsten welke Zill-doelen en/of ontwikkelstappen zeker nog aan bod zouden moeten komen om de ontwikkeling en schoolloopbaan van elke leerling de volgende jaren optimaal te laten verlopen. 
  • Voor die analyse vertrekt elke leraar van het leerplan, niet van de gebruikte methode.
  • Op basis van die oefening neemt het schoolteam samen beslissingen over welke leerplandoelen bij welke groep best nog aan bod komen. Ze bewaken daarbij de haalbaarheid voor elke individuele leerling.

Welke criteria kunnen richtinggevend zijn voor het kiezen van leerinhouden?

  • Het behalen van de leerplandoelen wordt pas op het einde van de basisschool bekroond met een getuigschrift. Dat geeft je als schoolteam voldoende vrijheid om in de leerinhouden te schuiven. Gebruik dus maximaal de ruimte die het leerplan Zin in leren! Zin in leven! geeft door het werken met referentieperiodes. Houd daar rekening mee bij het kiezen van de noodzakelijke leerdoelen.
  • Leg meteen vast hoe leerdoelen die nu niet aan bod (kunnen) komen, volgend schooljaar weer opgenomen worden. 
  • Hou er rekening mee dat alle leerlingen moeilijke tijden doormaken en leren niet steeds evident is. Beperk het aantal leerinhouden die je wil realiseren tot een minimum. Kinderen van 2,5 tot 12 jaar leren ook door te spelen, te ontdekken, samen te leven.
  • Hou rekening met het gegeven ‘leren op afstand’. Dat vraagt meer tijd, meer organisatie van jou en van de thuisomgeving van elke leerling.
  • Kies voor leerinhouden die eventueel met instructie(filmpjes) relatief gemakkelijk via afstandsleren te verwerven zijn.

Hoe ondersteunt je pedagogisch begeleider jou?

De begeleiders ondersteunen bij:

  • het prioriteren van welke leerplandoelen best wel nog aan bod komen, meer specifiek in het zesde leerjaar met het oog op de overgang naar secundair onderwijs;
  • vragen over hoe leraren bepaalde leerplandoelen efficiënt aangepakt kunnen worden, als leerlingen weinig instructietijd hebben;
  • het bepalen van een evenwichtig en haalbaar aanbod en eraan verbonden opdrachten voor de periode waarin de school (nog) niet kan opstarten.

Wat met evaluatie?

  • Evaluatie vindt voortdurend plaats in een basisschool en heeft heel diverse vormen, van observaties tot proefwerken. Daardoor heb je als leraar op dit moment van het schooljaar al een goed beeld van elke leerling.
  • Maak als school optimaal gebruik maken van de beleidsruimte die je toekomt: je kunt autonoom je evaluatiebeleid vormgeven.
  • Afhankelijk van de timing van de heropstart kun je ervoor kiezen om de geplande proefwerkenperiode op het einde van het schooljaar tot een minimum te beperken en vooral zoveel mogelijk tijd te investeren in onderwijstijd. Scholen zouden er dus voor kunnen kiezen om geen proefwerken te organiseren en via alternatieve vormen na te gaan of leerlingen de leerinhouden voldoende verworven hebben.
  • Het toekennen van een getuigschrift op het einde van de basisschool komt niet in het gedrang: je werkt al vele jaren aan de ontwikkeling van die leerlingen en kunt met de klassenraad over de toekenning oordelen op basis van alle evaluatiegegevens die je tot nog toe verzamelde. 

Wat gebeurt er met IDP 4 en IDP 6?

De decretale verplichting om op het einde van het basisonderwijs minstens drie leergebieden te evalueren met gevalideerde toetsen, blijft gelden. Voor het vierde leerjaar is die verplichting er niet.

Zoals gepland zullen wij, zowel voor het 6de als het 4de leerjaar, toetsen ter beschikking stellen. Aangezien ze voor de interne kwaliteitsontwikkeling van een school dienen en niet voor individuele leerlingevaluatie, blijft het zinvol om die toetsen af te nemen. Bij de analyse van de eigen resultaten, zullen scholen natuurlijk rekening moeten houden met de context.

Op dit ogenblik is nog niet duidelijk wanneer onze basisscholen herstarten. Er is kans dat de lessen meteen na de paasvakantie hernomen worden. Tot zolang houden wij de gecommuniceerde planning aan. Als blijkt dat scholen pas later heropenen, zal de planning aangepast worden en zullen we de ingeschreven scholen tijdig informeren.

Hoe communiceer je met leerlingen en ouders?

  • Deel mee aan leerlingen en ouders via welk kanaal je met hen zal communiceren en communiceer ook enkel via deze kanalen (e-mail, Smartschool, Office 365, Google, Gimme, telefoon …). Maak zoveel mogelijk gebruik van de kanalen die leerlingen en ouders al kennen. Hou  ook rekening met leerlingen die je opdracht niet via digitale weg ontvangen.
  • Geef ook duidelijk aan wanneer je met hen zal communiceren. Voorzie bijvoorbeeld een of meer vaste momenten per week. Geef ook aan hoe en wanneer leerlingen en ouders contact kunnen opnemen in geval van problemen of vragen.
  • Maak duidelijk waar leerlingen (ondersteunend) lesmateriaal kunnen vinden, hoe ze het kunnen ontvangen en waar/hoe ze oefeningen of opdrachten kunnen indienen. Maak daarbij zoveel mogelijk gebruik van de kanalen die leerlingen en ouders al kennen.
  • Communiceer het geheel van leerinhouden, opdrachten of taken voor een week in één document. Maak daarbij duidelijk waarover het gaat, wat je precies van leerlingen verwacht, hoe lang je verwacht dat leerlingen met een bepaald item bezig zijn en wanneer ze hun oefeningen indienen.
  • Geef aan hoe en wanneer leerlingen feedback mogen verwachten.
  • Voorzie extra materiaal voor leerlingen die daar behoefte/nood aan hebben.
  • Bouw voldoende flexibiliteit in die rekening houdt met de diverse (thuis)situatie van leerlingen.