Het Nationaal Waarborgfonds voor schoolgebouwen

16 december 2015

Op 10 december beantwoordde minister Crevits in de Commissie Onderwijs een vraag van Jos De Meyer in verband met het Nationaal Waarborgfonds voor Schoolgebouwen. Die federale instantie stond vanaf 1973 tot 1989 in voor het verlenen van een waarborg en het voorzien van een rentesubsidie op leningen voor investeringen aan onderwijsinfrastructuur. Vaak ging het om leningen met een looptijd van 30 jaar.

Door het terugbetalingsmechanisme waarbij het schoolbestuur binnen een systeem van vaste annuïteiten instaat voor de terugbetaling van het kapitaal en van 1,25% rente loopt de last voor het schoolbestuur met een factor 4 op tussen het eerste jaar en het laatste jaar van de terugbetalingsperiode. Dit systeem was dan ook een kind van zijn tijd en paste bij een context met een hollende inflatie en een automatische indexering van de werkingstoelagen. Op beide punten werden we op een pijnlijke manier teruggefloten. De inflatie is in een bepaalde periode erg laag gebleken en de recente verlaging van de werkingstoelagen heeft ons recent met de neus op de feiten geduwd. Het is ook een van de overwegende redenen waarom financiële langetermijnengagementen voor onze schoolbesturen heel zorgvuldig en terughoudend moeten benaderd worden.

Op dit ogenblik zijn er nog steeds schoolbesturen die hun NWF-leningen verder aflossen. Omwille van het financiële mechanisme maken die besturen nu de zwaarste jaren mee in de terugbetaling. Op de meeste plaatsen is die kost onder controle. Op enkele plaatsen heeft de waarborg moeten spelen omdat het bestuur niet (meer) in staat bleek haar verplichtingen ten opzichte van de financiële instellingen na te komen.

In principe kan de overheid overgaan tot het inhouden van bedragen op werkingstoelagen van de betrokken school. Vervolgens worden bedragen ingehouden op de werkingstoelagen van de andere instellingen van hetzelfde bestuur. Tot slot kan de overheid beslag leggen op de activa en passiva van het bestuur.

In de gevallen waar sprake is van een (gedeeltelijke) staking van betalingen, werd de lening niet meteen integraal terugbetaald door de overheid en teruggevorderd bij het bestuur. Gelukkig maar. In die uitzonderlijke gevallen werd door de overheid tijdelijk bijgepast. Die tekorten moeten door het bestuur wel aangezuiverd worden.

In het verleden werden verschillende acties ondernomen door de koepel van het katholiek onderwijs in Vlaanderen om een politieke oplossing te vinden voor het systeem. Die initiatieven hebben uiteindelijk niet geleid tot een oplossing. Ook een recenter initiatief stuitte op een negatief advies van de Inspectie van Financiën.

In afwachting van een nieuw initiatief wordt getracht om via bilaterale overlegmomenten oplossingen te vinden. Besturen die zich in een dergelijk geval bevinden worden met aandrang aangeraden contact op te nemen met de Dienst Bestuur & organisatie van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. We trachten steeds aanwezig te zijn op overlegmomenten met AGIOn over deze problematiek.

In ons zoeken naar een oplossing trachten we vooral te bewaken dat de oplossing het voortbestaan van de school niet bedreigt en dat de financiële risico’s beperkt blijven tot de instellingen waarvoor historisch de investeringen werden aangegaan dan wel de instellingen die op dit ogenblik de NWF-gebouwen bezetten. Anders komen die instellingen en besturen in een moeilijke positie terecht in het kader van de werf rond bestuurlijke optimalisering en schaalvergroting.

Contact: Dienst Bestuur & organisatie – Dirk Vanstappen.