Commissie Onderwijs 27-04-2017 – Nieuwe leerplan basisonderwijs van Katholiek Onderwijs Vlaanderen

04 mei 2017

Onderwijscommissaris Koen Daniëls knoopte voor deze vraag aan bij de recente hoorzitting met de pedagogische begeleidingsdiensten, waarover we ook in deze nieuwsbrief geschreven hebben en waar hij zijn concrete punt ook al enigszins aan bod had gebracht.
Toen ik het hele debat live beleefde en er nadien over nadacht, had ik heel sterk het gevoel van een storm in een glas water: met aan de ene kant vragensteller Koen Daniëls, later in een op het eerste gezicht minder voor de hand liggende coalitie met onderwijscommissaris Elisabeth Meuleman (maar voor dit soort thema’s toch weer niet onverwacht), de storm zeg maar, en aan de andere kant minister Crevits en voorzitter Kathleen Helsen, het glas water, dat een en ander afkoelde en relativeerde. Met andere woorden, enerzijds het heel formele geloof in de primauteit van de politiek waarbij de chronologie van de handelingen heel stringent gevolgd moet worden, anderzijds een zekere zin voor realisme en een gevoel van vertrouwen inzake de professionaliteit van het werkveld.
Puur formeel kon de minister overigens niet antwoorden op enkele vragen van Daniëls, gewoon omdat het bewuste leerplan nog  niet formeel was ingediend. Maar als men de moeite zou doen om kennis te nemen van hoe dit Zin in leren! Zin in leven! echt tot stand kwam, wat het bevat en hoe men ermee aan de slag is, zou men inzien dat er weinig reden voor kritiek c.q. ongerustheid is. Zeker voor het basisonderwijs gaan die nieuwe eindtermen nu niet ineens spectaculair nieuw zijn. Het ging toch ook over afslanken, niet? Bovendien is er, in een enorm samenwerkend verbond van heel wat actoren in dezen, echt wel met allerlei zaken al rekening gehouden. En als er nadien, wat zeker niet ongebruikelijk is, aanpassingen moeten worden gedaan door feedback vanwege de onderwijsinspectie, zal dat zonder veel problemen kunnen. Zelfs zonder nu een kristallen bol te hebben, zal men finaal niet beschaamd hoeven te zijn over het resultaat.
Het moge uit het bovenstaande ook duidelijk zijn dat die onderneming al enkele jaren geleden gestart is en tijd vergt: een school doet dit niet even snel zelf op haar eentje, wel is het leerplan gelijk minder gedetailleerd en laat het veel ruimte aan leraren. Waarmee nog een ander punt uit de concrete praktijk duidelijk wordt: stel dat men met dit leerplan echt had moeten wachten tot het dossier “eindtermen” helemaal decretaal was afgerond, wanneer zou het dan, gelet op de tijd die het proces vergt, echt ingang kunnen vinden op de onderwijswerkvloer? Overigens kan de vraag om uitleg ook teruggekaatst worden: hoe komt het dat het zo lang duurt met die eindtermen en wat is eigenlijk de stand van zaken in de besloten werkgroep ter zake van onderwijscommissarissen van meerderheid en oppositie?
Dat er nu al een gemoderniseerd leerplan voorligt, dat bijna klaar is voor formele indiening bij de onderwijsinspectie, zou net weleens nadien tijdbesparend kunnen werken voor de betrokkenen in plaats van extra tijdrovend.
En ten slotte nog dit: in meerdere onderwijsdossiers in het verleden bleek het desbetreffende onderwijsveld zich al proactief te organiseren, nog voordat het formele decreet er was en was dat decreet nadien soms slechts een verankeren in de regelgeving van een praktijk die intussen al vorm had gekregen. Et alors…? 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over ZILL, het nieuwe leerplan basisonderwijs in het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, en de verhouding ervan tot de op stapel staande nieuwe eindtermen van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2027-04-2017%20%E2%80%93%20Nieuwe%20leerplan%20basisonderwijs%20van%20Katholiek%20Onderwijs%20Vlaanderen) (Wilfried Van Rompaey).