Commissie Onderwijs 20-04-2017 – Vlaamse universiteiten en controversiële projecten in Israël

26 april 2017

Onderwijscommissaris Tine Soens had op 19 mei 2016 al een soortgelijke vraag om uitleg gesteld, waaraan overigens toen in de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) een gevolg was gegeven door de oprichting van een zgn. ad-hocwerkgroep ‘Dual Use of research’. Nu was er een nieuwe controverse rond de samenwerking van de KU Leuven met Israël in het Law Train-onderzoeksproject binnen het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020. Dus wilde Soens van de minister horen:  welke resultaten uit de ad-hocwerkgroep Dual Use binnen de VLIR kwamen; hoe de minister reageerde op de controverse rond de samenwerking van de KU Leuven met Israël in het Law Train-project; en hoe de minister kon garanderen dat Vlaamse middelen voor de internationalisering van het hoger onderwijs niet ten goede kwamen van onderzoek bij instanties die systematisch mensenrechtenschendingen plegen?

Minister Crevits lichtte eerst het opzet en de werking van de werkgroep ‘Dual Use of research’ uitgebreid toe. In deze context primeert de zogenaamde ‘people to people’-aanpak die geen engagement impliceert in het beleid van overheden, maar die past in een filosofie van solidariteit tussen academici. Specifiek met betrekking tot het Law Train-project had EU-Parlementslid Bart Staes ook al de bevoegde EU-Commissaris Carlos Moedas bevraagd, die in zijn antwoord had gewezen op de voorschriften en de policy die ook voor dit project waren nageleefd. Ook minister Crevits zei aangewezen te zijn op die procedures en controles, en de beslissingen die daaruit voortvloeiden. Eigenhandig tussenkomen kon ze niet. Ze had vertrouwen in de waakzaamheid op dit vlak van de academische gemeenschap zelf.

Vragensteller Soens repliceerde dat een en ander toch niet zo waterdicht was. Het Law Train- project doorstond inderdaad de ethische review van de Europese Commissie en ook die van de KU Leuven, maar die spitste zich voornamelijk toe op de methodologische kant van het onderzoek en niet zozeer op de politionele of sociale implicaties, wist ze. De Israëlische veiligheidsdiensten hebben echt geen goede naam, wat foltering en andere onmenselijke behandelingen betreft. Was er een mogelijkheid om tot een ethisch charter te komen over alle universiteiten en hogescholen heen om in het vervolg dergelijke projecten toch te willen uitsluiten? De minister stond welwillend t.a.v. die bijkomende opmerkingen bij het verder opvolgen van de dossiers.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de deelname van Vlaamse universiteiten aan controversiële projecten in Israël van Tine Soens” aan Minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2020-04-2017%20%E2%80%93%20Vlaamse%20universiteiten%20en%20controversi%C3%ABle%20projecten%20in%20Isra%C3%ABl) (Wilfried Van Rompaey)

.