Commissie Onderwijs 20-04-2017 – Basisonderwijs in de toekomst

26 april 2017

Deze vragen om uitleggen betroffen een veel ruimer onderwijsbeleidsdossier, met drie vragenstellers. Onderwijscommissaris Caroline Gennez vertrok van het recente Vlor-advies ter zake, waarvan ze een ganse serie elementen overliep en er zich akkoord mee verklaarde. Eerder was er ook al een zgn. strategische Vlor-verkenning gepubliceerd (september 2015) en de Vlor plant najaar 2017 een interessant evenement ter zake. Toen het ging over een mogelijke masteropleiding basisonderwijs vergat vragensteller Gennez in eerste instantie even dat niet alleen onderwijsvakbond COV maar ook Katholiek Onderwijs Vlaanderen het vermelde voorstel had geschreven, maar dat zette zij nadien publiekelijk en e-mailsgewijs op een heel fijne manier meer dan recht. Ondanks mijn leeftijd maakte de geste me haast verlegen. Schreef ik onlangs niet in deze nieuwsbrief dat politiek soms ook gewoon mooi kon zijn? Gennezs vragen waren talrijk, concreet en belangrijk.
Onderwijscommissaris Jos De Meyer zoomde in zijn vraag in op het aspect “masters in het basisonderwijs” en gaf traditiegetrouw meteen ook wat historische duiding. Hoe zag de minister zo’n masteropleiding, een mogelijke timing voor de organisatie ervan en welke mogelijkheden zag ze om mensen met zo’n diploma in te zetten in het basisonderwijs? 
Onderwijscommissaris Kathleen Krekels ten slotte vermeldde in haar intro de stokpaardjes van haar fractie, i.c. de splitsing van het leergebied wereldoriëntatie in wetenschap en techniek enerzijds, mens en maatschappij anderzijds en de stelling dat die vakken, net als muzische vorming en Frans, door vakspecialisten zouden kunnen worden gegeven. Ze vroeg algemeen naar welke maatregelen de minister nog in petto had ter versterking van het basisonderwijs en vermeldde daarbij specifiek de ondersteuning van de directeur in het basisonderwijs en de budgettaire impact van een en ander.

Minister Crevits antwoordde dat zij het vermelde Vlor-advies, met de allanger gekende grote thema’s, en de eerdere Vlor-basisnota zou gebruiken voor haar actieplan basisonderwijs. Maar daarvoor vroeg ze nog wat geduld. Inhoudelijk kwamen er volgens haar alvast drie zaken steeds terug: (i) de kloof in werkingsmiddelen tussen het kleuteronderwijs en het lager onderwijs , (ii) de kinderverzorging in het kleuteronderwijs en (iii) de masters in het basisonderwijs. Wat dat laatste betrof, was het idee haar genegen, maar over het gezamenlijke voorstel van Katholiek Onderwijs Vlaanderen en het COV had ze nog wel bepaalde vragen en bezorgdheden, die ze heel concreet wilde bespreken. 

In haar repliek verwees Gennez o.a. naar het belang van een sterk beleidsvoerend vermogen voor de versterking van het basisonderwijs, waarover haar collega Vandenberghe een resolutie zou indienen, en gaf uiteraard haar volle steun aan de minister om bij de eerstvolgende begrotingsbesprekingen het nodige extra budget aan diens coalitiepartners te vragen en te krijgen.
De Meyer was het volkomen eens met de drie prioriteiten van de minister, zonder de rest van het Vlor-advies te vergeten, en verwees i.v.m. de werkingsmiddelen voor het kleuteronderwijs naar het regeerakkoord (p.132). 
Krekels sloot zich daarbij aan en vermeldde nog expliciet de extra benodigde omkadering voor de leidinggevende functies, zeker in het basisonderwijs, wat De Meyer in zijn slotwoord ook bijtrad. Krekels maakte inzake financiering al een eerste denkoefening, waarbij ze een eventuele verschuiving in de huidige budgetten als vraag naar voor schoof.

Interveniënten Koen Daniëls en Ann Brusseel wilden beiden dat het onderzoek naar kleinere leerlingengroepen uit het Vlor-advies zou worden meegenomen. Daniëls betrok de zgn. educatieve masters (uit het hangende decretale werk inzake lerarenopleidingen) bij het thema van de masters basisonderwijs, waarbij minister Crevits heel terecht en heel accuraat het verschil uitlegde tussen de twee. Brusseel benadrukte de permanente en blijvende professionalisering van leraren en het belang van een goede directeursopleiding. Voorzitter Kathleen Helsen sloot zich bij dat idee van een levenslanglerencultuur aan. Terecht, maar soms maak ik bij mezelf weleens deze bedenking: in welke mate zouden parlementsleden, die blijkbaar meer sturend op dat vlak willen optreden t.a.v. anderen, zelf participeren aan welke permanente professionalisering dan ook? Maar dat terzijde… Helsen verwees nog, ook terecht, naar de ondersteuning door CLB en pedagogische begeleidingsdiensten, naar schoolleiderschap met de opleiding en de opdracht van de directeur basisonderwijs, en naar het innovatieproject inzake schoolorganisatie van Flanders Synergy.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) betreffende het basisonderwijs van Caroline Gennez, over masters in het basisonderwijs van Jos De Meyer en over het basisonderwijs in de toekomst van Kathleen Krekels” aan Minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2020-04-2017%20%E2%80%93%20Basisonderwijs%20in%20de%20toekomst) (Wilfried Van Rompaey)

.