Commissie Onderwijs 25-02-2016 – Studiekostenmonitor

01 maart 2016

Ook deze vraag kwam een beetje te vroeg, want het onderzoek (OBPWO) ter zake onder het promotorschap van professor Ides Nicaise, is begonnen op 1 oktober 2014 en eindigt op 29 februari 2016. Op basis van dat onderzoek krijgt men een instrument en een methode aangereikt die toelaat om de studiekosten voor de diverse onderwijsniveaus in Vlaanderen in kaart te brengen en te monitoren. Later is het dan de bedoeling om concrete studiekostgegevens in te brengen in die monitor. In de afname van de studiekostenmonitor is voorzien in de oproep voor het toekomstige steunpunt voor beleidsgericht onderwijsonderzoek, dat op 1 juli 2016 van start moet gaan (goedgekeurd door de Vlaamse regering op 26 februari 2016). 
Vanuit de oppositie liet onderwijscommissaris Gennez de kans niet liggen om in haar repliek in te gaan op de huidige besparingen in onderwijs en het al oudere, socialistische voorstel om ook in de eerste graad van het secundair onderwijs een maximumfactuur in te voeren. Maar ze verwees  ook, zij het heel kort, naar een heel delicaat element uit het regeerakkoord, nl. de gelijke basistoelage voor elk kind. Als financieringskanaal voor de maximumfactuur zag ze de middelen te reserveren die via de federale schoolpremie naar Vlaanderen zijn overgekomen door de zesde staatshervorming. Voor 2015 bedroeg het totaalbudget voor die schoolpremie bijna 80 miljoen euro. Zowel N-VA en Open Vld als minister Crevits uitten een aantal bezwaren tegen die redenering. Volgens de minister zijn er nog wel efficiëntiewinsten te boeken in het secundair onderwijs en Caroline Gennez zou haar daarin steunen bij een grondige hervorming van dat secundair onderwijs, maar er moet dan er wel rekening meegehouden worden dat de omkadering nu ruim is voor de tweede en derde graad, veel minder voor de eerste graad. 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het project 'studiekostenmonitor' van Caroline Gennez” aan minister Hilde Crevits.