Commissie Onderwijs 21-04-2016 – Knelpunten in M-decreet

26 april 2016

Heel wat meer tijd ging naar het gesprek rond de vragen van onderwijscommissievoorzitter Kathleen Helsen en onderwijscommissaris Jos De Meyer over het M-decreet, dat nu ruim 2 trimesters van zijn eerste schooljaar achter de rug heeft. Het werd bijwijlen een erg technische, gedetailleerde kwestie, maar globaal gaat het hier wel om een stap in een fundamenteel en complex veranderingsproces in het basis- en secundair onderwijs.
Kathleen Helsen lijstte een ganse serie, concrete knelpunten op in de huidige regelgeving, die ze had opgetekend vanuit de concrete onderwijspraktijk (over onderwijsvorm 4 en het attest verworven bekwaamheden, over de onmogelijkheid om over te stappen tussen types, over de striktere criteria voor types 3 en 4, over de toegang tot gon en type 9, en over de toegang tot leerlingendossiers door het CLB).

Jos De Meyer bracht een aantal andere elementen aan, zodat het geheel eigenlijk een soort gedachtewisseling werd. En wel een interessante en belangrijke gedachtewisseling. Hij had het over de verminderde doorverwijzing van leerlingen (in het basisonderwijs) naar het buitengewoon onderwijs door het CLB, die niet gepaard ging met een toename van het aantal gon-leerlingen. Hij sprak daarnaast over het huidige basisaanbod versus de vroegere types 1 en 8, vroeg naar de programmatieronde voor OV 4 in 2016-2017 en polste de minister naar de mogelijkheid van een conceptnota over gon en ion.

Minister Crevits weidde uit over de regelgeving inzake OV 4 en daaruit bleek dat er misschien toch een verschil bestaat tussen de theorie van die regelgeving en de concrete praktijk in OV 4, waarvan Kathleen Helsen voorbeelden gaf. Zij legde ook terecht het verband tussen een aantal gestelde vragen en de lopende verkennende ronde van de CLB-praktijk ter zake door de onderwijsinspectie. De opvolgingsrapportage is gepland voor dit najaar en is relevant voor de geplande evaluatie van het M-decreet.
In haar antwoord op vragen van Jos De Meyer stelde de minister dat ook vóór het M-decreet de toegang tot buitengewoon onderwijs niet zomaar open stond. Zij verwees naar de zg. Vlaamse bemiddelingscommissie die, op initiatief van de school, het CLB of de ouders, kan bemiddelen bij onenigheid over het afleveren of over het niet-afleveren of over de inhoud van het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs. Het nieuwe ontwerp van besluit van de Vlaamse regering over de programmaties voor het schooljaar 2016-2017 in het buitengewoon basisonderwijs en het secundair onderwijs is nog maar recent aan zijn goedkeuringsproces begonnen. De minister stond positief tegenover het idee van een conceptnota over het geheel van de samenwerking van gewoon en buitengewoon onderwijs, incl. een gon-ion-hervorming. Ze benadrukte daarbij dat  de Vlaamse regering al eerder expliciet de keuze had gemaakt om het buitengewoon onderwijs te laten voortbestaan
Onderwijscommissarissen Kathleen Krekels, Caroline Gennez en Koen Daniëls wezen allen op de grote druk die het M-decreet legt op het onderwijspersoneel dat het allemaal moet waarmaken. Er was bij de aanwezige onderwijscommissarissen alleszins een grote bereidheid om samen zo’n toekomstvisie op buitengewoon onderwijs en realistische inclusie uit te werken. En finaal is zulks natuurlijk ook altijd een kwestie van voldoende omkadering en middelen. Wordt ongetwijfeld nog vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de knelpunten bij de invoering van het M-decreet van Kathleen Helsen en over het buitengewoon onderwijs en het M-decreet van Jos De Meyer” aan minister Hilde Crevits.