Commissie Onderwijs 14-04-2016 – Vaste benoeming en ontslagregeling

18 april 2016

In feite kregen we hier voor een groot deel een herhaling van de overigens heel interessante gedachtewisseling op 26 februari 2016 over het rapport van het Rekenhof i.v.m. de rechtspositie van het personeel in basis- en secundair onderwijs. Hoe dan ook, een belangrijk thema, en meteen goed voor ongeveer een uur gesprek… voor één (gezamenlijke) vraag.
Onderwijscommissaris Koen Daniëls gooide het, leek mij, over een eerder constructief-positieve boeg: uit tijdgebrek worden de regels en formaliteiten inzake functionering en evaluatie niet of te weinig gevolgd en leraren hebben net behoefte aan aanmoediging. Anderzijds verbond hij die praktijksituatie met procedurefouten, die heel vaak in het geding zijn wanneer een zaak finaal bij de bevoegde kamer van het college van beroep belandt. Hij pleitte dan ook opnieuw voor een vereenvoudigde (c.q. selectieve) evaluatieprocedure, incl. motiverende functionerings- en evaluatiegesprekken en vroeg wat in dezen op het programma van het loopbaandebat stond. 
Onderwijscommissaris Steve Vandenberghe anderzijds bespeelde (en zeker niet onterecht) zijn stokpaardje van het basisonderwijs. Hij nam vooral het gebrek aan administratieve ondersteuning daar en de dubbele rol (coach en evaluator) van de directeur op de korrel.
In haar antwoord stelde minister Crevits duidelijk dat de afschaffing van de vaste benoeming geen onderdeel is van het loopbaandebat en dat ze de huidige evaluatieprocedure niet te omslachtig vond. Evenmin op het programma van het loopbaandebat staan mogelijke aanpassingen aan de evaluatieprocedure, maar daarover kan wel parallel daaraan met de sociale partners gesproken worden. Ook zag ze oplossingen voor die bekritiseerde dubbele rol, waarbij ze verwees naar eventueel overleg met de onderwijskoepels.
Wat de rol van coach betreft, kwamen de pedagogische begeleidingsdiensten expliciet aan bod. Maar de teneur bij de 2 vragenstellers was anders: Vandenberghe had veel begrip voor hun erg drukke agenda en de prioriteit die ze geven aan de begeleiding van de advies-2- en advies-3-scholen; Daniëls, met het niet zo  unisono positieve evaluatierapport-Monard in het achterhoofd, vroeg zich daarentegen af of de pedagogische begeleiding  die belangrijke taak van coaching ook opneemt en niet alleen opduikt wanneer er een probleem is. We zullen zien hoe dat precies zit. Daniëls’ andere verwijzing naar de lerarenopleidingen, waarin toch ook over de basics van deze thematiek al zou mogen worden gesproken, vond ik alleszins erg relevant.
Tegen de kritiek van Vandenberghe over de dubbele rol van de directeur in deed onderwijscommissaris Ann Brusseel een, leek mij, heel wijze uitspraak over het hele proces van begeleiding en evaluatie in de context van leiderschap. Ook had zij terecht oog voor diverse andere actoren in de coaching van leraren. 
Onderwijscommissaris Jos De Meyer prikkelde en passant even de N-VA rond hun standpunt over de vaste benoeming op zich en stelde vragen bij het voorstel van selectieve evaluatie van Daniëls, waarbij hij meer dan andere collega’s doordrong tot de kern van de zaak, met name, inzake het complexe leraarschap: “het is iets moeilijker om op een objectieve manier te zeggen wie goed functioneert en wie niet.” Nadien gaf Koen Daniëls overigens een wat mistige reactie op de prikkeling van Jos De Meyer, maar misschien heb ik niet goed geluisterd.

Onderwijscommissaris Kathleen Krekels had nog enkele andere suggesties om het tijdprobleem van de directeur bij coaching en evaluatie op te lossen. Zij verwees naar beleidsondersteuners en zorgcoördinatoren.
Minister Crevits stak, zoals de dag voordien in de plenaire vergadering, niet onder stoelen of banken dat het loopbaandebat in moeilijk vaarwater zit (en dat siert haar), maar ze wil alleszins stappen voorwaarts kunnen zetten wat de loopbaan van leraren en directeurs betreft.
Ten slotte vonden de 2 vragenstellers elkaar terecht met nog een ander kernpunt in dezen, nl.:  als een schoolbestuur veel tijd en energie investeert om uiteindelijk een leraar te begeleiden naar ontslag en die leraar komt dan terug door een procedurefout bij het college van beroep, dan is dat nefast voor (de geloofwaardigheid van de directeur in) dat team c.q. van het schoolbestuur, waardoor de directeurs soms niet optreden omdat ze dat risico niet willen nemen. Inderdaad, een vervelend probleem, waarvoor aandacht moet zijn, maar dan wel de bovenvermelde wijsheden van Brusseel en De Meyer indachtig.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de vragen die gesteld worden bij de vaste benoeming in het onderwijs van Koen Daniëls en over de ontslagregeling voor slecht functionerende leerkrachten van Steve Vandenberghe” aan Minister Hilde Crevits.