Commissie Onderwijs 12-05-2016 – Noodkreet hogescholen

18 mei 2016

Deze commissievergadering werd beëindigd met toch ook nog een langer en complexer verhaal, met name n.a.v. een nieuwe financiële protestactie van de hogescholen. Onderwijscommissaris Koen Daniëls wilde terecht het fijne weten van al die cijfers die in dezen circuleren, i.c. de procentuele daling van de financiering versus de procentuele stijging van het aantal studenten over een bepaalde periode. Voeg daarbij dat er van hogescholen een aantal bijkomende taken worden verwacht, zoals internationalisering en een gelijkekansenbeleid en men krijgt (een overigens al langer aan de gang zijnde) toenemende werkdruk bij het personeel van de hogescholen. De vragensteller wilde niet alleen de juistheid van de gebruikte cijfers verifiëren, maar hij legde ook mooi de link naar een aantal andere relevante aspecten: stilte van de universiteiten op dit vlak en spanningen in de Vereniging Vlaamse Studenten (VVS), de rol van de associaties en het verhoogde inschrijvingsgeld.

Minister Crevits was eigenlijk verrast door de aparte actie van de hogescholen, omdat blijkbaar voordien anders was afgesproken met de universiteiten. Daarop legde ze haarfijn uit hoe het financieringsmechanisme, geïntroduceerd door toenmalig minister Frank Vandenbroucke, in het hoger onderwijs eigenlijk werkt en ze concludeerde dat het om een enorm complexe formule gaat, waarin heel wat parameters spelen. Een waarheid als een koe. Net door die complexiteit is het te eenvoudig om in dit verband gewoon het budget te delen door het aantal studenten (nwvr: in het verslag staat het ten onrechte omgekeerd overigens) om het bedrag per student te kennen. De minister vermeldde verschillende benaderingswijzen die gelijk ook verschillende resultaten opleveren van procentuele dalingen van dat zg. bedrag per student en dat was verhelderend.

De minister ging vervolgens door met de recente geschiedenis van een stijgend budget in hoger onderwijs maar een tegelijk nog snellere stijging van het aantal studenten in die periode en ze concludeerde dat de hogescholen dus wel een punt hebben. Ze duidde de toestand heel goed met gepaste en veel achtergrondinformatie, waarbij ze ook belandde bij de recente besparingen en de verschillen daarbij tussen hogescholen en universiteiten. Toen kwam het goede nieuws, dat momenteel wel nog niet verworven is: in de begroting-2017 zal het zg. kliksysteem opnieuw werken na de bevriezing ervan in 2015 en 2016, en zal men overgaan tot het weer volledig uitkeren van de geplande groeipaden. Ten slotte zag de minister een positieve rol voor de associaties en wees ze op de extra inkomsten voor de hogescholen door de verhoging van het studiegeld, zo’n 20 miljoen euro.

Vragensteller Daniëls had het nadien nog over de interne allocatie van de enveloppe, de onderwijsbelastingseenheden (OBE), waarover de minister ook had gesproken als een van de gebruikte parameters in het financieringsmechanisme en een goede oriëntering c.q. heroriëntering van de studenten. Eigenlijk allemaal geen nieuwe dingen, maar relevant, zeer zeker.

Onderwijscommissaris Tine Soens maakte terecht enkele kritische kanttekeningen over de besparingen, maar ook over het grotere aantal beursstudenten in de hogescholen, voor wie de instellingen geen hoger studiegeld incasseren. Dat klopt.

De minister reageerde in een tweede ronde op al die ingebrachte zaken met zin voor realisme en besloot op een constructieve noot, meerdere constructieve noten eigenlijk: “Elke begroting is een harde dobber. Ik wil nog eens opmerken dat deze regering ervoor heeft gekozen om een aantal ingrepen te doen. Ook Onderwijs heeft een bijdrage moeten leveren die verhoudingsgewijs kleiner was dan de bijdragen van anderen. Het is ook wel een vaststaand gegeven dat elke euro die je investeert door een jongere te laten studeren in het hoger onderwijs, zichzelf meervoudig terugverdient. Het zal geen optie zijn, ook niet van deze regering, om in een situatie terecht te komen waar jongeren de kansen niet meer grijpen die ze hier kunnen grijpen om te studeren. U mag ook niet vergeten dat we hier een schitterend systeem hebben. Jongeren kunnen kiezen wat ze studeren, aan welke universiteit of hogeschool ze dat willen doen, voor een zeer democratisch bedrag in vergelijking met andere regio’s en met een zeer uitgebreid flexibiliteitsmechanisme, dat hen ook kansen biedt. Het zijn vier troeven die ik zeer graag zou behouden.” Terecht!

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de noodkreet van de hogescholen van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.