Commissie Onderwijs 30-01-2020 – Kennis van Frans en ijkingstoets

04 februari 2020

Het thema was die ochtend tijdens de hoorzitting met de professoren van het Vlaams Talenplatform al enigszins aan bod gekomen. In de namiddagvergadering waren er nu drie vragenstellers over de tanende kennis van het Frans bij Vlaamse achttienjarigen in het hoger onderwijs. Alweer een thema met ook al een zekere voorgeschiedenis. Maar nu was er die berichtgeving over een open brief van taaldocenten Frans en over hun pleidooi voor een niet-bindende proef. Dezelfde mensen dus als die van de ochtendvergadering, maar dan specifiek voor Frans.

Vragensteller Brecht Warnez noemde een concrete casus ter zake van de UHasselt en legde de link met de plannen in het Regeerakkoord en de beleidsnota Onderwijs. Wat waren de oplossingen van de minister voor de dalende kennis en was er een verband met de status van knelpuntberoep die de leraar Frans gekregen had bij de VDAB? Vragensteller Jan Laeremans ging op dat elan uitvoerig door, kwam daarmee helemaal op het pedagogisch-didactische terrein in kwestie en legde de link met de in de steigers staande eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Vragensteller Koen Daniëls herinnerde terecht aan zijn heel recente andere vraag om uitleg over dit thema en weidde even uit over zijn politieke achtergrond. Hij gebruikte dezelfde als de hierboven bedoelde bron van het Vlaams Talenplatform en zoomde voor zijn vragen in op de niet-bindende proef en op de noodzakelijke zgn. volgtijdelijkheid in de taalopleiding in het hele hoger onderwijs (lees: minder flexibilisering).

Inzake talen in het secundair onderwijs zaten we met een probleem, zo begon minister Weyts. Hij legde uit hoe de lat hoger gelegd ging worden in de eindtermen, ook met het oog op doorstroming naar het hoger onderwijs en naar de arbeidsmarkt. Hij voegde de plannen voor het basisonderwijs en CLIL toe (cf. beleidsnota) en verwees ook zelf uitdrukkelijk naar de betrokkenheid van het Vlaams Talenplatform. Ten slotte herhaalde hij zijn standpunt over “toelatingsproeven” voor het hele hoger onderwijs, waarbij hij ook enige nuance legde in de bindende gevolgen van zulke proeven.

Vragensteller Warnez had toch nog iets meer gelezen in een van de bronnen die zijn collega Laeremans, voor wie het allemaal niet voor het eerst niet snel genoeg kon gaan (alsof het allemaal zo simpel is, denk ik dan… en ook minister Weyts dacht dat), gebruikt had om zijn punt te maken over “kennis” in het befaamde, om niet te zeggen beruchte, zgn. “debat” over “kennis versus vaardigheden”. Vragensteller Daniëls zei net daarover dan weer terecht meer genuanceerde zaken, maar in één beweging belandde hij ook alweer bij zijn gekende sceptische houding ten aanzien van leerplannen. Over de hogere lat van de eindtermen, incl. de daarvoor nodige onderwijs/leertijd en dito voldoende en competente leraren, volgde ik hem weer wél, maar…de “haalbaarheid” van eindtermen was, is en zal altijd een complexe aangelegenheid zijn, lijkt mij.

Er was ook nog één interveniënt: Elisabeth Meuleman. Zij, die door omstandigheden de ochtendhoorzitting niet meegemaakt had, verwees naar STEM, deed eerst een wijze uitspraak over het “kennis-versus-vaardigheden”-discours, maar leek mij dan gelijk nogal voorbarig optimistisch over CLIL, waarmee vroeger begonnen zou moeten worden. Bij wat ze zei over “de filosofie van de methodescholen” met hun leertraject van ervaring naar kennis, waarin zeker ook veel positiefs kan zitten, leek mij ook wel wat nuancering gepast te zijn. “Nuancering” die vragensteller Laeremans wellicht iets te hard aanpakte, maar ook hij had wel een (trouwens praktijkgebaseerd) punt. Gelukkig overigens realiseerde Meuleman zich dat ze, als parlementslid, daarmee op het terrein van de (pedagogische) vrijheid beland was. Nog zo’n boeiend, maar complex concept…

Vragensteller Daniëls besloot met een betoog tegen het “constructivistische idee”, dat voor hem een deel van de oorzaak van het huidige probleem was, en verwees, ook niet voor het eerst, naar de situatie in de lerarenopleiding lager onderwijs. Hij vond ten slotte dat we voor de schoolvakken Nederlands en Frans inspiratie moesten halen bij Latijn. Ook daarin leek mij wel wat te zitten… mits de gepaste nuancering, alweer.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het niveau van de Franse taal bij eerstejaarsstudenten hoger onderwijs van Brecht Warnez, over het dalende niveau van de kennis van het Frans bij Vlaamse 18-jarigen van Jan Laeremans en over de invoer van een niet-bindende ijkingstoets Frans in het hoger onderwijs van Koen Daniëls” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2030-01-2020%20%E2%80%93%20Kennis%20van%20Frans%20en%20ijkingstoets) (Wilfried Van Rompaey).