Commissie Onderwijs 28-11-2018 – Begroting, programmadecreet en beleidsnota

03 december 2019

Je kon het al eerder op deze pagina’s lezen: het begin van de nieuwe legislatuur met een nieuwe Vlaamse regering was enigszins anders dan bij vorige gelegenheden. Dat betekende onder andere dat al vóór de reguliere behandeling van de begrotingsdocumenten en de beleidsnota heel wat gediscussieerd was over geplande financiële middelen en beleidsdoelstellingen voor deze legislatuur en zulks zowel in de plenaire vergadering als in commissies van het Vlaams Parlement.

Wanneer dan minister Weyts in de Commissie voor Onderwijs overging tot de gebruikelijke toelichting bij zijn beleidsnota en de begroting-2020 en de twee daaropvolgende weken vele vragen gesteld werden en ook heel wat antwoorden gegeven werden, lieten de gesprekken uiteraard heel wat herhaling zien.

Hieronder doe ik dan ook een poging om slechts heel selectief enkele punten te vermelden, die mijn aandacht trokken tijdens de commissievergaderingen in kwestie. Een heel beperkte greep dus uit het aanbod. Deels zijn die punten van meer algemene, politieke aard, deels van specifieke, inhoudelijke aard.

Eén: budgettair. Algemeen wilde minister Weyts het besparingsbeeld van deze Vlaamse regering pareren met overkoepelende cijfers over de toename van de middelen:

 

2014

2019/2020

vervolg legislatuur

budget

11 mia

12,5 mia

 

% van BRP

4,4

4,8

meer dan 5

per ll (leerplichtond.)

 

ook hier een stijging

 

Hij erkende dat er deze legislatuur inderdaad besparingen doorgevoerd zouden worden, maar het was geen vestzak-broekzakoperatie want bijvoorbeeld voor 2020 ging het om een nettotoename van 362 miljoen euro. Een cijfer dat ook al eerder gevallen was bij de aanvankelijke toelichting door de minister. Aan het eind van de rit (2024) zou de onderwijsbegroting 3 miljard euro hoger uitvallen dan die aan het eind van vorige legislatuur. De oplopende cijfers inzake het percentage van het bruto regionaal product dat aan Onderwijs zou worden besteed, wijzen erop dat het onderwijsbudget niet alleen in absolute maar ook in relatieve termen zou toenemen. Of dat genoeg is voor de vele noden is natuurlijk nog een andere vraag.

Twee. Niet voor het eerst overigens hadden de onderwijscommissarissen in de voorafgaande vragenrondes enorm veel vragen gesteld. In de eerste antwoordronde van de minister ging die op heel wat belangrijke punten in, maar hij beantwoordde zeker niet, -- voor zover dat al mogelijk zou zijn --, elke individuele vraag. Dat kwam hem te staan op nogal sterk geformuleerde, -- om niet te zeggen, bitsige --, verwijten, met name van een anders minzame Steve Vandenberghe: de minister was gebuisd, was een meester in rond de pot draaien en liet heel veel vragen onbeantwoord enz. Minister Weyts was wel mans genoeg om daar zelf en, wat mij betrof, heel realistisch op te reageren. Maar hij kreeg ook daarbij de uitdrukkelijke hulp van zijn partijgenoot Koen Daniëls, en wel op een even realistische manier, leek mij. Nieuwkomer Jan Laeremans kreeg dan weer het advies (ik parafraseer) om toch zelf publieke informatie over allerlei zaken op te zoeken en aldus een stuk parate kennis ter zake op te bouwen. Sommige vragenstellers leken dan weer vergeten te zijn dat een beleidsnota een overzicht van doelen was aan het begin van een legislatuur, waarbij het op dat moment (dat was in het verleden trouwens ook zo) nog niet duidelijk was (of kón zijn) hoe die doelen precies gerealiseerd zouden worden of hoe de realisaties van die doelen er finaal zouden uitzien. Om maar iets te noemen: hoe het met bepaalde thema’s, incl. bepaalde besparingen, concreet zou aflopen, hing bijvoorbeeld af van nog te voeren sociaal overleg en gelukkig maar, zou ik zeggen…

Drie. Algemeen draagt de beleidsnota veel meer dan die van de vorige legislatuur een duidelijk N-VA-stempel, waarbij nu diverse inhoudelijke punten opgenomen zijn die toen al systematisch in de tussenkomsten van N-VA-onderwijscommissarissen te horen waren. De drie coalitiepartners hadden bij de verkiezingen van 26 mei 2019 dan wel alle drie stemmen verloren, maar de onderlinge politieke krachtsverhoudingen zijn wel een stukje gewijzigd in het voordeel van de grootste coalitiepartner.

Vier. Over een heel belangrijk dossier van deze legislatuur, namelijk het toekomstplan voor het basisonderwijs, viel in de gesprekken weinig politieke kritiek te bespeuren. Ik vraag me wel af hoever het basisonderwijs zal springen met de geplande 100 miljoen euro (voor een goed begrip, gecumuleerd aan het eind van de legislatuur). Met betrekking tot de nieuwe eindtermen basisonderwijs, waarvoor het werk zou beginnen voorjaar 2020, hoopte Koen Daniëls dat leerplanmakers nu wel zouden wachten met nieuwe leerplannen tot die eindtermen klaar waren. Zeg maar, een duidelijke verwijzing naar ons ZILL-verhaal (27 april 2017), maar ook daar paste enige nuancering, zoals we toen op deze pagina’s laten zien hebben, maar dat terzijde.

Vijf. Over de al overvloedig bediscussieerde taalbadklassen Nederlands leidden de gesprekken toch tot een zekere nuancering van allerlei eerder in de media opgevoerde statements. We hadden het er ook al over in eerdere nummers van onze nieuwsbrief. Nu verwees minister Weyts nog naar een interessant artikel in De Standaard van 28 november 2019  (voor abonnees).

Zes. De ontwikkeling van zgn. gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven voor lager en secundair onderwijs zou volgens de minister heel wat tijd vergen. Een heel realistisch standpunt, leek mij. Die proeven zouden niet alleen het behalen van de eindtermen (Vlor-advies, p.15) in kwestie (ook realistisch) nagaan, maar ook de leerwinst van de jongeren in kaart brengen (al heel wat minder realistisch, tenzij men gewoon de verschillen in prestaties op die proeven van opeenvolgende cohortes leerlingen van dezelfde school bedoelt; maar dat lijkt mij geen leerwinst van individuele leerlingen te zijn; op p.37 van de beleidsnota beweert de minister zulks nochtans). Bij de ontwikkeling van de proeven zouden alle actoren betrokken worden, zo verzekerde hij nog.

Zeven. Heel wat heikeler zijn de besparingen en de druk op de pedagogische begeleidingsdiensten, die ook nog wel voorwerp van overleg uitmaken met de betrokken actoren zelf. Terwijl Elisabeth Meuleman en Hannelore Goeman, naast deels ook Loes Vandromme, het opnamen vóór de pedagogische begeleidingsdiensten (ook in de plenaire vergadering van 27 november), deed Kathleen Krekels dat ook in het kader van het geplande begeleidingsdecreet, maar zij legde daarbij wel een groot accent op meer efficiëntie door meer samenwerking, zelfs aangestuurd vanuit 1 soort organisatie… Hoe de besparingen spoorden met de taken van de pedagogische begeleidingsdiensten werd niet toegelicht. Minister Weyts sprak in dat verband wel van ongeveer 500 pedagogische begeleiders versus 140 onderwijsinspecteurs. Wat de clb’s betrof, herhaalde hij dat de besparingen alleen sloegen op de permanente ondersteuningscellen van de clb’s.

Acht. De onderwijsinspecteurs gingen ook een rol krijgen in het al vaak besproken planlastthema. Zij zouden als extra dienstverlening bij doorlichtingen concrete voorstellen doen. De minister beweerde dat door de prille inspectie 2.0 de planlast al teruggedrongen was en meende dat te bewijzen door het bestaan nu van een zgn. witboek van te bezorgen informatie op de website van de inspectie. Eerlijk gezegd weet ik niet of dat nu betekent dat minder informatie dan vroeger geregistreerd c.q. ter beschikking gesteld moet worden. Bij wijze van voorbeeld zocht ik in dat witboek zelf eens naar de kwestie van een leerlingvolgsysteem (gewoon basisonderwijs), waarover de minister voor mij wat onduidelijke uitspraken inzake verplichting gedaan had. Misschien had hij bedoeld dat men zijn leerlingvolgsysteem niet vooraf aan de onderwijsinspectie moest bezorgen, maar in ieder geval worden tijdens de doorlichting zelf diverse zaken bekeken in dat leerlingvolgsysteem. Tja…

Negen. Ook een belangrijke besparingsschietschijf betrof het secundair onderwijs: onder andere het zgn. milderen van het groeipad. Er was enige commotie en onduidelijkheid over de uitspraak van Steve Vandenberghe als zou er over de hele legislatuur daar 300 miljoen euro recurrent bespaard worden. Daarop legde de minister uit wat “recurrent” betekende, maar de discussie hield aan. Ik raad de geïnteresseerde lezer aan om de video van de vergadering (28 november 2019: cf. infra) te bekijken. Ik weet zelf alleen met zekerheid dat wat het milderen van het groeipad voor het secundair onderwijs betreft, het gaat om (cf. meerjarenbegroting 2019-2024) 20 miljoen euro in 2020 en de daaropvolgende jaren komt daar per jaar telkens 20 miljoen euro bovenop, zodat voor 2024 het om 100 miljoen euro. Raakte de minister met dat alles nu wel of niet aan de zgn. open-endfinanciering, zoals enkele oppositieleden beweerden? Alleszins waren ook deze besparingen nog stof voor overleg met de sociale partners.

Tien. Voor de fout (2018) in de rekenmotor van het complexe financieringssysteem in het hoger onderwijs zou minister Weyts ook overleg plegen met de hogeronderwijsinstellingen. Sommige instellingen hadden te veel, andere te weinig gekregen. Dat was gebleken uit het Rekeningenrapport over 2018 (p.17) van het Rekenhof. Het probleem voor de periode 2011-2017 zou later worden bekeken. Voor een ander aanslepend probleem in de hogescholen (de zgn. onderwijsbelastingseenheden, OBE’s) had de minister vier miljoen euro veil in 2020, nadien oplopend tot 20 miljoen.

Elf ten slotte. Misschien wel (opnieuw) een van de belangrijkste onderwijsdossiers deze legislatuur: de lerarenloopbaan. In plaats van een echt lerarenloopbaanpact heb ik vooral deze twee sleutelwoorden bij de minister gehoord: “gefaseerd” en “projectmatig”. Dus niet een veelheid aan maatregelen ineens en niet meteen structureel. Toch maar afwachten, want hoe cruciaal dat thema ook is, het is gelijk ook enorm complex. Minister Weyts legde nog het verschil uit tussen het toekomstige lerarentekort en de dito aanwervingsbehoefte. Inderdaad, geen overbodige luxe in het debat.

Restte finaal dan nog de stemming over de decretale begrotingsdocumenten, die kort en vlekkeloos verliep.

Je kunt uiteraard ook al de video van de integrale vergadering (deel ochtend en deel namiddag) bekijken.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2028-11-2018%20%E2%80%93%20Begroting%2C%20programmadecreet%20en%20beleidsnota) (Wilfried Van Rompaey).