Commissie Onderwijs 18-06-2020 – Tweede oproep voor de zomerscholen

23 juni 2020

De laatste vraag om uitleg van de vergadering, die Elisabeth Meuleman stelde, bracht, uitgezonderd enkele bijkomende details, vooral een herhaling van het gesprek dat in deze commissie gevoerd was op 4 juni over het voorstel van resolutie dat de oorspronkelijke projectoproep wilde bijsturen. Intussen was namelijk een tweede projectoproep gelanceerd en vragensteller Meuleman wilde nu (opnieuw dus) horen waarom haar vragen in het niet aangenomen voorstel van resolutie niet meegenomen waren in die tweede oproep.

Minister Weyts legde de zaak haarfijn uit en betrok, voor wat de kleuters betrof, het andere project over taalstimulerende activiteiten bij de zaak. Maar vragensteller Meuleman bleef enorm teleurgesteld haar punt van de kleuters maar herhalen want zij had bij de vorige gelegenheid toch een groot draagvlak voor haar punt bij de collega’s van de meerderheid gehoord. Ze zag daarnaast ook nog een tegenstrijdigheid (inzake timing) in de aanpak door te werken met een toeleiding via de klassenraden, terwijl op het moment van zulke klassenraden de scholen nog niet zouden weten of hun project goedgekeurd zou zijn. En kon een leraar niet als vrijwilliger lesgeven op een zomerschool georganiseerd door zijn eigen schoolbestuur? Hoe kon dat toch mogelijk worden gemaakt?

Interveniënt Roosmarijn Beckers steunde het punt van vragensteller Meuleman volledig. Bepaalde lokale besturen (Wevelgem) zouden wél zomerscholen voor kleuters organiseren, maar op andere plaatsen (Denderleeuw) zouden er dan weer helemaal geen zomerscholen zijn, terwijl ze daar meer nodig zouden zijn. De zomerscholen zouden hun doel voorbijschieten, aldus nog Beckers. Interveniënt Kathleen Krekels sprak vergoelijkend in verband met dat grote grootvlak waarover Meuleman het eerder had en had veel vertrouwen in de leraren van het eerste jaar lager onderwijs, die zeker wel rekening zouden houden met de corona-omstandigheden van de nieuwe instromers in het lager onderwijs. Nederlands leek haar voor die kleuters cruciaal en dus was ze blij met de toelichting van de minister over het project rond taalstimulerende activiteiten. Krekels was pro zulke zomerscholen, maar relativeerde ze gelijk ook. Interveniënt Loes Vandromme herhaalde haar eerdere punt over het belang van de nieuwe schoolstart op 1 september en haar vraag om middelen die van het budget voor de zomerscholen over zouden, te besteden aan meer zorg en differentiatie in de klas. Daarnaast meldde Vandromme een bericht vanuit de onderwijsadministratie dat gemeenten die zelf geen onderwijs organiseerden, geen zomerschoolmiddelen zouden kunnen ontvangen. Hoe zat dat? Interveniënt Jo Brouns ten slotte wist over dat laatste punt van Vandromme nog van een andere complicatie (cf. Meuleman hierboven), nl. wat de manier van betalen van de leraren betrof. Als je als gemeente inrichtende macht was, was je verplicht om de zomerschoolleraren, in het kader van het flankerend beleid, te betalen conform hun reguliere salaris, en niet via de zgn. vrijwilligersvergoeding.

Minister Weyts deed zijn verhaal nog maar eens fier én omstandig over. Het punt van de vrijwilligersvergoeding stond nog geagendeerd op het sociale overleg met het onderwijsveld. De communicatie naar de indieners van goedgekeurde projecten zou zo snel mogelijk gedaan worden. En de middelen die zouden overblijven, bleven natuurlijk binnen Onderwijs.

In de ogen van vragensteller Meuleman kon het allemaal niet baten. Ze reflecteerde nog uitgebreid over het belang van het kleuteronderwijs en diverse beleidsmaatregelen die eerder genomen waren. En ze ondersteunde ook de oproep van interveniënt Vandromme. Haar lichaamstaal sprak boekdelen.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de tweede oproep voor de zomerscholen van Elisabeth Meuleman” aan minister Ben Weyts.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2018-06-2020%20%E2%80%93%20Tweede%20oproep%20voor%20de%20zomerscholen) (Wilfried Van Rompaey).