Ontwerp van Onderwijsdecreet XXX bis: een commentaar (Commissie voor Onderwijs van 18 juni 2020)

19 juni 2020

Zoals gebleken was in de commissievergadering van 10 juni, was er toch nog een bijkomende commissievergadering nodig want de meerderheid ging na de twee (bijna identieke) amendementen van oppositieleden over de Universiteit Hasselt ook nog amendementen indienen.

De eerste reeks van die amendementen stonden op de dag van de vergadering wel al vermeld op de website van het Vlaams Parlement, maar nog zonder teksten. De onderwijscommissarissen hadden die korte tijd daarvoor wél gekregen… gelukkig.

Maar dat volstond blijkbaar nog niet. Staande de vergadering, zoals dat vroeger plechtig geformuleerd werd, kwamen in twee bewegingen daar nog amendementen bij: zgn. document nr. 5 en nr. 6. Dat die “te elfder ure”-werkwijze voor de nodige wrevel en verwarring c.q. vergissingen soms zorgde (nwvr: er is inderdaad bijvoorbeeld een groot verschil tussen “40.000 en 70.000 inwoners” in het amendement over de programmaties in het secundair onderwijs, ook al staat het cijfer “4” op het numerieke klavier van een doordeweekse pc net onder het cijfer “7”…), zeker ook bij een sowieso al complexe stemming, hoeft geen betoog. Haast en spoed is zelden goed. En van respect voor het voorafgaande participatieve proces, zo typisch voor ons sociale overlegmodel, getuigt ze ook al niet echt. Maar dat heet “de primauteit van de politiek” wellicht.

Waarover gingen die amendementen zoal dan?

In de eerste reeks viel op: een wel zeer proactieve, decretale invoering van het concept “basisgeletterdheid” in het basisonderwijs (maar cf. het Vlor-advies van 10 juni). De meeste andere zaken dienden wel een legitiem doel, maar waarom konden die zaken al niet in het reguliere, legistieke proces meegenomen zijn?

Vervolgens was er een amendement (aangekondigd tijdens de vergadering onmiddellijk na de toelichting van de eerdere amendementen) over de mogelijkheid voor scholen van het gewoon onderwijs om leerlingen met een verslag te aanvaarden boven hun capaciteit. Voor zulke leerlingen kunnen scholen buitengewoon onderwijs steeds hun capaciteit verhogen.

Ten slotte, helemaal laattijdig (later zou daarvoor de vergadering geschorst worden), ging het om amendementen over programmaties en vestigingsplaatsen in het secundair onderwijs en over… curriculumdossiers.

Johan Danen en Ludwig Vandenhove (+ aparte en dezelfde toelichting door Roosmarijn Beckers) wilden dan nog eens per se (maar oké, dat was hun goede recht als parlementsleden) het debat over hun amendement “Universiteit Hasselt” (cf. commissievergadering 4 juni) overdoen, mét deelname ook van de andere Limburgse onderwijscommissarissen en Jean-Jacques De Gucht, waarbij soms de grote woorden niet geschuwd werden.

Volgde ten slotte de bijwijlen complexe stemming, waarbij voorzitter Karolien Grosemans toch heel goed de aandacht hield, chapeau: over heel wat amendementen stemden Groen en sp.a c.q. Vlaams Belang mee met de meerderheid, over heel wat andere artikelen stemden Groen en sp.a tegen en heel sporadisch viel er een onthouding te noteren. De amendementen van de oppositieleden werden, zoals verwacht, niet aangenomen. De stemming over het geheel, incl. de geamendeerde artikelen, was aldus: 9 vóór (meerderheidsfracties), 3 tegen (Groen en sp.a) en 3 onthoudingen (Vlaams Belang).

Je kunt de video-uitzending (vanaf 14:15, aanvankelijk wel een paar minuten zonder klank) bekijken.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Ontwerp%20van%20Onderwijsdecreet%20XXX%20bis%3A%20een%20commentaar%20(Commissie%20voor%20Onderwijs%2018%20juni%202020) (Wilfried Van Rompaey).