Commissie Onderwijs 17-10-2019 – Asbestverwijdering in scholen

23 oktober 2019

Ook dit thema had een voorgeschiedenis in de vorige legislatuur. Ancien Johan Danen ging daar nu op door, met heel wat herhaling van toen, maar vertrok ook van een recentere casus in een bepaalde school. Danen heeft voor dit thema een indrukwekkend palmares: ik beperk dat hier, voor het gemak, tot zijn meest recente schriftelijke vraag aan toenmalig onderwijsminister Crevits. Dat ging toen over de al aan scholen uitbetaalde subsidies voor asbestverwijdering. Er bleek een erg groot verschil te zitten tussen het grote aantal scholen of scholengroepen dat zich had aangemeld met een asbestprobleem en het beperkte aantal subsidies dat al werd uitbetaald. Dat en andere problematische aspecten van het asbestdossier in onderwijs waren voorwerp van een reeks gedetailleerde vragen.

Minister Weyts antwoordde even gedetailleerd. Het verschil tussen het aantal uitbetaalde aanvraagdossiers en het aantal aangemelde scholen bij de Openbare Vlaamse AfvalstoffenMaatschappij (OVAM) was vooral te verklaren, doordat bij heel wat aangemelde scholen nog een verfijning of actualisatie van de asbestinventaris moest gebeuren in opdracht van de OVAM. Het aantal scholen dat had aangegeven nog niet te willen ingaan op de effectieve verwijdering, was wel beperkt ten opzichte van het totale aantal scholen dat een offerte ontving. Als een school er toch voor opteerde om voorlopig geen verdere initiatieven te nemen op het vlak van asbestverwijdering, werden de onderwijskoepel of het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO!) gecontacteerd met de vraag om de situatie van naderbij te bekijken. Voor de toekomst vertrouwde de minister op de plannen in het Regeerakkoord, maar erkende wel dat een volledig asbestvrij scholenpark, zoals trouwens ook het asbestafbouwplan van de OVAM zelf al aantoonde, momenteel echt nog een te hoge ambitie was.

Daarop greep vragensteller Danen nog terug naar oudere cijfers over scholen met een groot en acuut asbestprobleem, die toen toch beslisten om daaraan niets te doen. Hij prees het daadkrachtige optreden van toenmalig onderwijsminister Crevits wel. Hij wilde ook een partner in dezen zijn van de nieuwe onderwijsminister. Was die bereid er als een eerste stap voor te zorgen dat alle scholen in Vlaanderen een goede, efficiënte en doelmatige asbestinventaris zouden opstellen, zo vroeg Danen bijkomend.

Nu slechts twee korte interventies, met name van nieuwe Vlaams Parlementsleden, Jo Brouns en Arnout Coel. Zij deelden de bezorgdheid van Danen. Brouns wilde aandacht voor een maximale ontzorging van de scholen, suggereerde een eventuele rol voor koepels en netten en vroeg naar de meest acute gevallen. Coel wilde wat meer duiding krijgen bij de ontzorgingsmodellen op maat, waarvan sprake was in het Vlaamse Regeerakkoord.

De minister wees op het verschil tussen een acuut gezondheidsprobleem en de aanwezigheid van asbest, maar een goede inventarisatie vond ook hij noodzakelijk en hij gaf nog enkele cijfers, zonder echt op de andere bijkomende vragen in te gaan.

Vragensteller Danen schetste ten slotte, met cijfers, de scope van het asbestprobleem in onderwijs. Wordt vervolgd.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over asbestverwijdering in scholen van Johan Danen” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2017-10-2019%20%E2%80%93%20Asbestverwijdering%20in%20scholen) (Wilfried Van Rompaey)

.