Commissie Onderwijs 13-02-2020 – Onderwijsinspectie en ultraorthodoxe joodse scholen

18 februari 2020

Iets delicater dan de cyberveiligheid waren deze vragen om uitleg van Roosmarijn Beckers en Jean-Jacques De Gucht, waarmee nog maar eens duidelijk werd hoe sommige politici denken over vrijheid van onderwijs. Vragensteller Beckers legde omstandig de zaak uit van een ultraorthodoxe joodse meisjesschool in Antwerpen (voor abonnees) die opnieuw een ongunstig advies kreeg van de onderwijsinspectie. Ze verwees daarbij ook, als de erkenning zou worden ingetrokken, naar mogelijke problemen met het alternatief van thuisonderwijs voor de meisjes in kwestie. Ze wilde vooral weten hoe de minister dat soort levensbeschouwelijk onderwijs evalueerde en vroeg of de eventuele intrekking van de erkenning van zulke scholen niet efficiënter kon.

Vragensteller De Gucht herhaalde zijn algemene standpunt in verband met onderwijs vanuit een levensbeschouwing. Ik ga hier niet meer herhalen wat ik van dat standpunt vind. Hij herhaalde ook de vastgestelde problemen met de school in kwestie, maar voegde bij zijn vragen nog twee elementen toe: kwam er pas nu voor het eerst externe begeleiding voor de school en was de onderwijsinspectie in het verleden misschien te laks geweest in zulke gevallen?

Minister Weyts lichtte de geschiedenis van de Antwerpse casus (N.B. Het ging om een bepaalde vestigingsplaats van een joodse school) gedetailleerd toe tegen de achtergrond van de erkenningsprocedure van scholen, mét aandacht voor het veranderde doorlichtingssysteem. In dat intussen nieuwe systeem kreeg de school nu, na het ongunstig advies, begeleiding van de pedagogische begeleidingsdienst van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Ten vroegste in november 2020 zou het opvolgingsonderzoek plaatsvinden. Vervolgens ging de minister in, conform het Regeerakkoord, op zijn plannen om de erkenningsprocedure te verbeteren. Idem voor het actualiseren van de controle op het huisonderwijs en het verband daarvan met de Vlaamse Examencommissie. Dat is al bestaande regelgeving.

Wat was de timing voor die nieuwe erkenningsprocedure, zo vroeg vragensteller Beckers. Jean-Jacques De Gucht juichte die nieuwe, geplande procedure toe, maar hoe ging de minister het huisonderwijs beter controleren?

Van een eerdere gelegenheid wisten we al van interveniënt Hannelore Goeman dat haar standpunt in dezen eigenlijk erg gelijkt op dat van Jean-Jacques De Gucht. Maar nu had ze het, overigens terecht, over het gelijkheidsbeginsel bij de erkenning van scholen. Ze wilde meer onderwijsinspecteurs. Zou de Antwerpse school eventueel gesloten worden en wat was concreter die geplande screening vooraf van een school? Interveniënt Koen Daniëls legde, zonder specifieke details (voor abonnees) te noemen, het verband met artikel 24 van de Grondwet, dat aan het eind van vorige legislatuur niet voor herziening vatbaar verklaard was. Scholen erkennen en volgens de geldende criteria opvolgen verkoos hij boven huisonderwijs, laat staan nog andere (buitenlandse) manieren om formeel aan de leerplicht te voldoen. De screening vooraf was het standpunt van zijn partij, inderdaad, maar hij realiseerde zich toch al dat zulks mogelijk de toetsing aan het bedoelde artikel 24 door het Grondwettelijk Hof niet zou doorstaan. Dat wordt nog boeiend…

Minister Weyts liet nog noteren over die lopende begeleiding van de Antwerpse school: “En dat doet men via de pedagogische begeleidingsdiensten van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daar is dus wel wat expertise.” En over de toekomstige screening voorafgaand aan een erkenning: “Dat je vooraf zicht heb op het pedagogisch project, lijkt mij dus niet te veel gevraagd, voor je een erkenning en een subsidiëring gaat verlenen. We zullen dus decretaal moeten ingrijpen, ook met betrekking tot het huisonderwijs. Dat zal pas volgend jaar kunnen zijn, maar het belet ons niet om aan de slag te gaan.”

Vragensteller Beckers vond dat goed. Vragensteller De Gucht liet opnieuw duidelijk zien hoe hij vrijheid van onderwijs zag… Ook overigens bij zijn latere vraag om uitleg over de bekwaamheidsbewijzen van leraren van levensbeschouwelijke vakken, maar daarover lees je nog iets elders op deze pagina’s. Ik hoop alleen maar dat hij even kritisch is ten opzichte van zichzelf als hij dat voorhoudt voor anderen. Mij lijkt alvast dat zgn. terugplooien waarvan hij sprak niet het monopolie van deze of gene religie te zijn.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het ongunstige advies van de schoolinspectie over de ultraorthodoxe joodse scholen van Roosmarijn Beckers en over de erkenning van ultraorthodoxe joodse scholen van Jean-Jacques De Gucht” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2013-02-2020%20%E2%80%93%20Onderwijsinspectie%20en%20ultraorthodoxe%20joodse%20scholen) (Wilfried Van Rompaey).