Commissie Onderwijs 09-01-2020 – Onderwijsinspectie en pedagogische begeleidingsdiensten

14 januari 2020

Een van de eerste al genomen maatregelen uit het nieuwe Regeerakkoord en de nieuwe beleidsnota Onderwijs betrof tien bijkomende onderwijsinspecteurs. Vragensteller Loes Vandromme, die in deze commissievergadering heel productief was met diverse vragen, verbond die maatregel met het dossier “Onderwijsinspectie 2.0” van vorige legislatuur èn met nog bijkomende taken conform het Regeerakkoord. Theoretisch (lees: decretaal) was het onderscheid tussen onderwijsinspectie en pedagogische begeleidingsdiensten sinds 1991 duidelijk, maar… bij gesprekken in de Onderwijscommissie over bijvoorbeeld de jaarlijkse onderwijsspiegels was er soms vraag naar acties die dat onderscheid al een stuk minder duidelijk maakten. De twee instanties zijn nu nog verder in beweging, waardoor Vandrommes vraag echt wel des te relevanter was. Hoewel ze in zekere zin toch ook nog wat te vroeg kwam. Hoe zou minister Weyts het onderscheid tussen beide instanties op de werkvloer blijven garanderen?

De minister erkende inderdaad een verkleining van het verschil in bevoegdheid tussen de twee, maar het bleven gelijk toch verschillende rollen en werkwijzen. Vandromme bevestigde vanuit één eigen ervaring de positieve mogelijkheden van de Onderwijsinspectie 2.0, maar moest minister Weyts ook wel vragen naar de timing in verband met “Quid nu met de pedagogische begeleidingsdiensten?” (lees: in de context van de besparingen die ook gepland waren en waar hij in zijn antwoord nog niets over gezegd had).

Interveniënt Steve Vandenberghe had, niet onverwacht, dat laatste ook in gedachte, toen hij bij de zaak aansloot met zijn pleidooi voor een proactiever optreden van pedagogische begeleidingsdiensten i.p.v. alleen als “brandweer” nà een “doorlichtingsbrand”. Interveniënt Koen Daniëls had ook nog een ander, even boeiend, maar zeker niet minder makkelijk pleidooi over het optreden van onderwijsinspecteurs.

Minister Weyts zei intussen ook een positieve ervaring te hebben met het nieuwe inspectieoptreden. De efficiëntieoefening inzake de pedagogische begeleidingsdiensten was pas gestart en zou moeten landen maart 2020 (cf. begrotingscontrole 2020). Proactief optreden konden de PB’s nu al en de minister had vertrouwen in de autonomie van scholen.

Vragensteller Vandromme plaatste ten slotte haar vraag in de context van een zgn. (ruimer) ontwikkelingsperspectief voor scholen, dat maximale leerwinst aan leerlingen zou kunnen bieden. Heel terecht, maar gelijk ook niet altijd zo eenvoudig, lijkt mij.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het onderscheid tussen de opdracht van onderwijsinspecteurs en die van de pedagogische begeleidingsdiensten van Loes Vandromme” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2009-01-2020%20%E2%80%93%20Onderwijsinspectie%20en%20pedagogische%20begeleidingsdiensten) (Wilfried Van Rompaey).