Commissie Onderwijs 07-11-2019 – Verlagen van drempels in onderwijs

12 november 2019

Vragensteller Sihame El Kaouakibi verwees naar de passage in het Regeerakkoord over de GOK-middelen en het onderzoek ter zake (over het gewoon basisonderwijs) van het Rekenhof van 2017. Die laatste had toen vastgesteld dat het GOK-beleid moeilijk evalueerbaar was door de afwezigheid van nauwkeurige beleidsdoelstellingen, indicatoren en streefcijfers. Hoe zou minister Weyts dat probleem nu gaan aanpakken en welke middelen werden nu niet besteed aan de kinderen die ze genereerden?

L’ histoire se répète, maar het is dan ook een belangrijke én complexe aangelegenheid. Opnieuw vertelde minister Weyts het verhaal van de leerwinst voor iedereen, ongeacht het het sociaal-economisch profiel, en hij verwees naar de geplande proeven die zulke leerwinst pretenderen te meten. Blijkbaar waren na het vermelde rapport van het Rekenhof twee onderzoekslijnen i.v.m. het gelijkekansenbeleid opgenomen in het onderzoeksprogramma van het Steunpunt voor Onderwijsonderzoek (SONO). De laatste onderzoeken in dat verband zouden door het Steunpunt in augustus 2020 worden opgeleverd en die zouden een antwoord bieden op de nu gestelde vragen.

Minister Weyts verwees ook naar de zgn. nulmeting in het Regeerakkoord, die zou nagaan hoeveel middelen naar de koepels, de netten en de inrichtende machten of andere externen vloeien. Let overigens op die formulering: inrichtende machten als externen… En de minister herhaalde ook wat in het Regeerakkoord stond over het inzetten van SES-werkingsmiddelen en GOK-omkaderingsmiddelen en de geplande controle daarop.

Een ganse serie interveniënten passeerden vervolgens de revue. Diverse interessante onderwijsaspecten werden bij de zaak betrokken: het soort leerlingvolgsysteem en het soort pakket Nederlands, die in scholen gebruikt worden (Kathleen Krekels), significant lager geschoolde en/of minder ervaren leraren in sommige kansarmere scholen dan leraren in kansrijke scholen (Hannelore Goeman), het conceptuele diversiteitsdebat dat niet langer in een doelgroepenbeleid te vatten is, samen voeren met de onderwijsactoren in de Vlaamse Onderwijsraad (Loes Vandromme), en sociale mix in de scholen (Kim De Witte). Dat alles deed Koen Daniëls opmerken dat het debat hier toch het best gericht werd op het inzetten van middelen direct bij de leerlingen die die middelen genereerden.

Minister Weyts’ pleidooi was er een van de zaken objectiever in kaart brengen als algemeen principe voor een goede bestuurder en decreetgever, maar daarbij ook van een zeker evenwicht tussen vertrouwen in scholen en controle door de overheid. Zeg maar, het pragmatisme van deze minister. Terecht, maar in de praktijk nu ook weer niet zo makkelijk echt te realiseren.

Vragensteller El Kaouakibi kondigde in haar slotwoord aan de volgende vijf jaar op dit thema terug te komen en hoopte dat de resultaten finaal beter zouden zijn dan nu. 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het verlagen van drempels in het onderwijs van Sihame El Kaouakibi” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2007-11-2019%20%E2%80%93%20Verlagen%20van%20drempels%20in%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).