Commissie Onderwijs 07-02-2019 – Andere aanpak van pedagogische begeleiding

11 februari 2019

De vraag om uitleg van onderwijscommissaris Koen Daniëls had een grote actualiteitswaarde, gelet op het op korte termijn (nog deze maand) te verwachten hervisitatierapport van de zgn. commissie-Monard over de pedagogische begeleidingsdiensten. Ze sloot naadloos aan op de knipoog van Jos De Meyer bij de voorafgaande vraag: de vraag van Daniëls was het gevolg van zijn bezoek(en) aan (een) school (scholen) om te bekijken hoe pedagogische begeleiding aan de slag gaat in scholen. Hij verbond de zaak ook met het samenwerkingsinitiatief van Vlaamse universiteiten, hogescholen en koepelorganisaties, met name een manifest, getrokken door de Odisee Hogeschool , om meer aandacht te schenken aan de begeleiding van leraren en beginnende leraren (duurzame professionalisering i.p.v. bijvoorbeeld eenmalige pedagogische studiedagen). Die werkwijze had alleen maar voordelen voor alle betrokkenen. Wat vond minister Crevits daarvan, moest de pedagogische begeleiding niet meer vraaggestuurd werken i.p.v. aanbodgestuurd en hoe konden de initiële leraren opleiding en de begeleiding nadien nauwer op elkaar aansluiten?

Minister Crevits sprak heel lovend over de aanpak in het manifest en men had daarmee al deels rekening gehouden in onderwijscao XI (cf. regeling van aanvangsbegeleiding, lerarenplatforms). Voor een eventuele nieuwe aanpak van de pedagogische begeleiding wachtte de minister liever op het nakende hervisitatierapport van de commissie-Monard. Naar verluidt, zou daarin staan dat de pedagogische begeleidingsdiensten nu té vraaggestuurd werken, tja…

De minister lichtte dan de situatie van de praktijkcomponent in de diverse lerarenopleidingen toe. De aanvangsbegeleiding nadien werd nu nog te veel ad hoc vanuit de driehoekverhouding-school-lerarenopleidingen-pedagogische begeleidingsdiensten vormgegeven. Zulke samenwerking zou volgens de minister meer structureel moeten worden. En ook de verdere professionalisering was heel belangrijk, zoals het decreet lerarenopleidingen overigens oplegt. Ook terecht!

Het rapport van de commissie-Monard, oké voor vragensteller Daniëls, maar hij drong eropaan om ook de vele praktijkvoorbeelden in de scholen zelf te betrekken in het debat over de toekomst van de pedagogische begeleiding. Hij had weet van studenten lerarenopleiding die grote delen van hun stage blijkbaar niet in een school doen, maar in andere organisaties. Dat kan ten dele zeker het geval zijn in de praktijk, maar elke lerarenopleiding van nu, die zichzelf respecteert, lijkt mij er toch voor te zorgen dat de meeste stage weldegelijk in een school gedaan wordt, zelfs veel meer dan in een bepaald verleden.

Interveniënt Jos De Meyer citeerde, in afwachting van het nieuwe rapport,  nog enkele, niet-lukraak gekozen zinnen uit het eerste rapport van de commissie-Monard. Vragensteller Daniëls herhaalde in zijn slotwoord het belang van een begeleiding die een effectieve meerwaarde betekent en geen stress, planlast of een gevoel van onbehagen. Ik kan hem geen ongelijk geven, maar ben misschien wat optimistischer over de praktijk in dezen dan hij.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over een andere aanpak van pedagogische begeleiding van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2007-02-2019%20%E2%80%93%20Andere%20aanpak%20van%20pedagogische%20begeleiding) (Wilfried Van Rompaey).