Commissie Onderwijs 05-03-2020 – Wetgeving over levenseinde in geneeskunde- en zorgopleidingen

10 maart 2020

Jean-Jacques De Gucht putte duidelijk uit een federale, ethische actualiteit om het verband te leggen met de curricula van geneeskunde- en zorgopleidingen. Hij was met zijn openingszin meteen duidelijk over zijn standpunt: “De euthanasiewetgeving, een van de meest vooruitstrevende wetgevingen rond het levenseinde ter wereld, is eigenlijk een goede en duidelijke wetgeving, enkel op voorwaarde dat ze ook wordt nageleefd en op de juiste manier wordt toegepast.” Artsen en zorgverleners moesten die wetgeving dus goed kennen, wat vandaag nog niet het geval was. Hij verwees naar het Vlaamse Regeerakkoord en had een hele reeks vragen: wat ging minister Weyts ondernemen m.b.t. de bedoelde initiële opleidingen en de bijscholing van artsen en medisch personeel?

De minister schetste, inzake het curriculum van opleidingen, de bevoegdheid van de besturen van de hogeronderwijsinstellingen, uiteraard binnen de regelgevende contouren. Hij zou de vraag stellen aan de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR) in welke mate de huidige domeinspecifieke leerresultaten in kwestie op voldoende wijze alle bepalingen inzake de vigerende wetgeving rond levenseindezorg aan bod lieten komen bij de opleidingen die toeleiden naar gezondheidsberoepen. En zo nodig, om die domeinspecifieke leerresultaten bij te sturen. Voor de bijscholing verwees minister Weyts naar de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en Huisartsen, waarin twaalf artsen-specialisten en twaalf huisartsen worden voorgedragen door de faculteiten van geneeskunde. Die Hoge Raad adviseerde namelijk de minister bevoegd voor Volksgezondheid met concrete aanbevelingen rond professionele vorming. Zo kon gezorgd worden voor de nodige bij- en nascholing over de wetgeving rond het levenseinde, specifiek in verband met euthanasie en palliatieve sedatie.

Vragensteller De Gucht wees op problemen met de juiste informatie in dit verband in de praktijk, die hij bijzonder jammer vond. Interveniënt Kristof Slagmulder liet een andere stem horen en betoogde dat de autonomie en de levensbeschouwelijke vrijheid van de hogeronderwijsinstellingen gerespecteerd moesten worden. Interveniënt Koen Daniëls wees nog op de toenemende aandacht, naast de puur medische aspecten, voor de communicatie van de arts met de patiënt.

Minister Weyts beloofde een rapport op te maken van de VLUHR-antwoorden en eventueel zou hij aan de VLUHR kunnen vragen om de domeinspecifieke resultaten in kwestie bij te schaven. Voor vragensteller De Gucht kwam de minister tegemoet aan wat hij gehoopt had en deed interveniënt Slagmulder blijkbaar volledig hetzelfde m.b.t. wat De Gucht van hem dacht.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de aandacht voor de wetgeving rond het levenseinde in geneeskunde- en zorgopleidingen van Jean-Jacques De Gucht” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2005-03-2020%20%E2%80%93%20Wetgeving%20over%20levenseinde%20in%20geneeskunde-%20en%20zorgopleidingen) (Wilfried Van Rompaey).