Commissie Onderwijs 03-05-2018 – Bijsturingen M-decreet

08 mei 2018

Zelfs vijf vragenstellers dienden zich nu aan over het belangrijke thema dat de Vlaamse regering behandeld had op 20 april 2018, nl. de conceptnota “verdere bijsturing M-decreet”, waarnaar hier op deze pagina’s de voorbije weken al twee keer verwezen werd.

Onderwijscommissaris Caroline Gennez nam niet onverwacht een politieke insteek en sprak van politieke manoeuvres in de meerderheid. Ze pleitte voor transparantie, extra investeringen, een heldere koers inzake het eindpunt en vooral minder planlast, wat de ondersteuningsnetwerken betrof. Al die punten kwamen terug in haar concrete vragen.

Onderwijscommissaris Kathleen Krekels ging eerst in op de politieke insteek van Gennez en zette de puntjes op de i, zoals zij die zag, met ook een verwijzing naar het einde van de vorige legislatuur, toen de partij van Gennez nog de onderwijsminister leverde. De vragen van Krekels gingen alleen over het hoe, wat, wie en wanneer van de zgn. fast teams voor kinderen met een gedragsproblematiek, een van de bijkomende maatregelen t.a.v. wat al in het zgn. ontwerp van wijzigingsdecreet rond leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften stond.

Onderwijscommissaris Jos De Meyer hield het traditiegetrouw iets beknopter en vroeg naar de timing van de voorgestelde aanpassingen en ook de concrete aanpak rond diezelfde fast teams.

Onderwijscommissaris Jo De Ro startte met een korte, maar relevante geschiedenisles (met name zijn stemgedrag als oppositielid op 12 maart 2014 bij de stemming over het ontwerp van M-decreet). Zijn vragen gingen allemaal over de fast teams, met overigens enkele heel concrete en terechte zorgen.

Onderwijscommissaris Elisabeth Meuleman ten slotte bekritiseerde de politieke c.q. communicatieve aanpak rond de vermelde conceptnota van 20 april 2018. Ze vroeg naar het concrete legislatieve proces dat gevolgd zou worden en eindigde met een enorme reeks gedetailleerde vragen over elke bijkomende bijsturing in die conceptnota.

Intussen weten we, dankzij het antwoord van de minister maar vooral dankzij de notulen van de Vlaamse regering van de dag nadien, hoe dat legislatieve proces precies verloopt: het ontwerp van wijzigingsdecreet werd toen definitief goedgekeurd en bij het Vlaams Parlement ingediend, maar… er was ook nog zoiets als regeringsamendementen meteen bij datzelfde zgn. definitief goedgekeurde ontwerpdecreet en die amendementen gingen voor hoogdringend advies naar de Raad van State. Ze waren blijkbaar op het tijdstip van het antwoord van de minister nog volop voorwerp van onderhandeling in het betrokken onderhandelingscomité.

Een aantal zaken uit het uitgebreide antwoord van minister Crevits. Uit het eerste evaluatieverslag van de ondersteuningsnetwerken haalde ze twee grote zorgen. Ten eerste: wat met kinderen die zware gedragsproblemen of gedragsstoornissen vertonen en die in de gewone klassen aanwezig zijn? En ten tweede: ook heel wat zorgen rond kinderen van type 2. Voor haar bleef de bottom line van dit hele verhaal over inclusief onderwijs de CD&V- en N-VA-lijn: gewoon onderwijs als het kan, buitengewoon onderwijs als het moet. Minister Crevits overliep omstandig de gevolgde beleidsweg: eerst kwamen de maatregelen uit het ontwerp van wjzigingsdecreet aan bod (personeelsmaatregelen; basisaanbod + gemotiveerd verslag daarvoor; wegvallen van medische diagnose; werkingsmiddelen voor buo in ondersteuningsnetwerken; betrokkenheid van ouders et al. in de stuurgroep).

Dan stapte ze over naar de bijkomende maatregelen, zoals opgenomen in de vermelde conceptnota (fast teams en “vermoeden van stoornis”; gedragsproblemen in bao; bemiddeling en klachtenbehandeling; leerlingenpaspoort; middelen voor coördinatie van ondersteuningsnetwerken en de huidige competentiebegeleiders; afschaffen van IQ-grens; open-endfinanciering en omkadering van de ondersteuningsnetwerken met als ondergrens de situatie op 01.02.2018; bijkomende programmatie buo vooral van scholen die een aanbod willen organiseren voor leerlingen met gedragsstoornissen type 3 of met autismespectrumstoornissen type 9.

Vervolgens legde de minister concreet de regeling over de zgn. nieuwe fast teams (voor het basisonderwijs) uit, met de inspiratievoorbeelden uit de praktijk en de geplande financiering.

Toen kwamen de replieken van de vragenstellers. Caroline Gennez kwam met heel concrete, negatieve praktijkervaringen in het kader van de ondersteuningsnetwerken (te beperkt ondersteuningsaanbod, planlast, kilometervergoeding, en een politiek statement: “in de feiten is het vooral een communicatieoperatie.”). Zij vond dat er nood was aan een strategisch plan voor de realisatie van inclusief onderwijs voor alle leerlingen, met duidelijkheid over timing en inzet van middelen. Kathleen Krekels toonde zich tevreden over een aantal maatregelen, herhaalde veel van wat al gezegd was en stelde nog enkele bijkomende punctuele vragen. Jos De Meyer keek uit naar de verdere uitrol van de conceptnota. Jo De Ro vond verdere expertisedeling in dezen noodzakelijk (ook een taak van onderwijsnetten en –koepels) en hoopte voor de fast teams op één project en één netwerk per regio (lees: netoverschrijdend dus). Elisabeth Meuleman had kritiek op de regeling van de fast teams. Een aantal ad-hocmaatregelen waren al een verbetering, maar er was volgens haar nood aan een visie waarop ze hoopte voor het einde van de legislatuur.

Interveniënten Koen Daniëls en Kathleen Helsen herhaalden vooral heel wat. Ze stelden ook nog enkele punctuele vragen ter verduidelijking. Voorzitter Helsen benadrukte met name de noodzakelijke, verdere professionalisering van leraren en CLB inzake kinderen met gedragsproblemen. Zij sloeg al eerder vaak op die spijker, en niet onbegrijpelijk. Maar zelf heb ik het ‘gewone’ leraarschap gedurende jaren al niet als exacte wetenschap ervaren en ik vermoed van al die andere moeilijke kwesties, zoals gedragsproblemen, dat dat nog minder exacte wetenschap is… Dus realistisch blijven toch, lijkt mij het best.

Minister Crevits ging dan in, met opnieuw een langere tussenkomst, op diverse punctuele zaken uit de replieken en bekeek vooral de positieve kanten van de invoering en werking van en rond de ondersteuningsnetwerken, maar ook daarover ging het gesprek al enkele keren in deze commissie. Vooral veel herhaling dus. Het was nu zaak om al die elementen verder concreet uit te werken, maar het doel en de visie waren duidelijk ondanks bepaalde uitspraken vanuit de oppositie.

De slotwoorden dan, die nu wel kort bleven. Caroline Gennez waarschuwde voor verwarrende communicatie inzake de fast teams en benadrukte het belang van het strategisch plan in dit dossier. Kathleen Krekels vond dat we goed naar leraren en leerlingen moesten blijven luisteren en kijken én ageren. Jos De Meyer herinnerde aan een passage uit het vorige verkiezingsprogramma van zijn partij en keek naar het verleden om nu stappen vooruit te zetten met de nieuwe conceptnota. Jo De Ro en Elisabeth Meuleman ten slotte waren zeer eensgezind in hun overigens heel terechte beknoptheid.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over bijsturingen, door de Vlaamse regering, van het M-decreet van Caroline Gennez, over de 'fast teams' in het kader van de bijsturing van het M-decreet van Kathleen Krekels, over de uitwerking van de aanpassingen aan het M-decreet van Jos De Meyer, over de bijsturing van het M-decreet van Jo De Ro en over de bijsturing van het M-decreet van Elisabeth Meuleman” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2003-05-2018%20%E2%80%93%20Bijsturingen%20M-decreet) (Wilfried Van Rompaey).