Gedachtewisseling over het Tijdsbestedingsonderzoek leraren: een bondig commentaar (Commissie Onderwijs, 10 januari 2019)

11 januari 2019

Het parlementaire verslag zelf is nog in voorbereiding, maar hierbij alvast een korte, persoonlijke impressie. Je kunt uiteraard ook al de video van de integrale vergadering bekijken. Professor Ignace Glorieux en senioronderzoeker Joeri Minnen (onderzoeksgroep TOR, vakgroep Sociologie, VUB) presenteerden een ingewikkeld verhaal alleszins heel overzichtelijk en duidelijk.

Ik wijs hieronder heel kort en selectief op enkele zaken die in het gesprek de revue passeerden. De timing van deze gedachtewisseling was natuurlijk wel een beetje vervelend: het onderzoeksrapport was al voorgesteld op 19 september 2018. Het kreeg toen aandacht in de media (ook in Katholiek Onderwijs Vlaanderen), maar ook in de Onderwijscommissie (18 oktober 2018) en zelfs al eerder bij de aanloop ervan (30 maart 2017). Het onderzoek past in het kader van het zgn. Loopbaandebat, een van de grote onderwijsbeleidsdossiers van deze legislatuur, dat wellicht niet zal landen voor de parlementsverkiezingen. Dus een ietwat late gedachtewisseling, maar voor mij werd er mee bewezen dat ook ‘les’ krijgen over zo’n thema door de specialisten zelf toch expliciet een meerwaarde biedt t.a.v. alleen maar de eigen lectuur van zo’n rapport.

Eén. Tijdens de vragenronde door de onderwijscommissarissen (zeer geïnteresseerd, ondanks de wat beperktere numerieke opkomst…) vermoedde ik al zoiets en het werd nadien ook bevestigd door de onderzoekers. Heel wat van de gestelde, terechte maar soms heel complexe vragen waren gewoon niet onderzocht in het rapport. In enkele gevallen zou het zelfs gewoon onmogelijk zijn om op basis van de verzamelde data op die vragen te antwoorden. Voorbeelden van wat aldus eventueel wél kón maar door de beperkte onderzoeksopdracht en dito timing niet wás onderzocht, waren: invloed op werkbelasting/tijdsbesteding van zaken als een doorlichting, woonwerkverplaatsing, onderwijsnetten, samenstelling van schoolpopulatie, beginnend leraarschap, … Meer gedetailleerde gegevens over bv. vorming werden dan weer niet verzameld, evenmin als zgn. piekperiodes (begin- en einde van een schooljaar), examenperiodes en veranderingen in de lerarenopdracht (verandering van vakken, methodes).

Twee. Het leken mij allemaal zeker zinvolle punten, waarvan dus sommige onderzocht zouden kùnnen worden op basis van de data en andere niet, maar de vraag is óf dat vervolgonderzoek überhaupt zàl worden gedaan. Minister Crevits zei in De Standaard op 10 januari 2019 wel: “Daarom ligt er een meerjarenplan voor het basisonderwijs op de tafel in het Vlaams Parlement en wordt het langverwachte tijdsbestedingsonderzoek nu als basis gebruikt voor verdere loopbaanmaatregelen.”, maar dat zei nog niets over die vraag naar vervolgonderzoek, zoals die in de commissievergadering aan bod kwam. De onderzoekers maakten wel gewag van hun eigen poging om een of twee FWO-projecten in dit verband goedgekeurd te krijgen, maar dat is nog koffiedik kijken. Ze verwezen ook naar de techniek van focusgesprekken, die ze al gebruikt hadden in een soortgelijk onderzoek voor VUB-professoren. Allemaal interessante mogelijkheden, maar die allemaal veel tijd en middelen kosten. Alleszins gingen de deelnemers nog individuele feedback krijgen, wat ook als uiterst zinvol in de gedachtewisseling naar voor kwam.

Drie. Het stond als een paal boven water dat dit onderzoek een enorme rijkdom aan data opgeleverd had ondanks uiteraard ook de strakke timing, beperkingen en noodzakelijke keuzes die bij zo’n onderzoek steevast gemaakt moeten worden. Maar bijvoorbeeld die focusgesprekken zouden ook heilzaam kunnen zijn voor bepaalde terechte vragen van de politici rond de precieze betekenis van de gebruikte deeltaken en clusters van deeltaken. Hoe zat dat precies met stages, met vorming, met lesvoorbereidingen, met administratieve taken, …?

Vier ten slotte. Voor mij de belangrijkste stelling van de namiddag echter was, toen hij enigszins ‘gekitteld’ werd over wat heikelere zaken als de zgn. “noemerkwestie” (in de lesbreuk van de huidige lerarenopdrachten), het grote pleidooi van professor Glorieux i.v.m. professionalisering: de vele matrices, formats die leraren vaak moeten invullen/registreren in veel zgn. kwaliteitsbeleid, ook de druk van ouders enz. enz. waren voor hem nét een kwestie van de-professionalisering en hij pleitte voor meer vertrouwen… Tiens, waar heb ik dat nog gehoord? En tussen haakjes, ik heb geen enkele politica/us horen reageren daarop…

Mijn conclusie: hoewel ik aanvankelijk zelf wat sceptisch was over de concrete timing, een zeer zinvolle gedachtewisseling, én door de expertise en bescheidenheid van de onderzoekers én door de gemotiveerde deelname van de onderwijscommissarissen én door het belang van het thema. En dan nu toch nog het vervolg van het Loopbaandebat om hopelijk te landen in de eerste fase van de volgende legislatuur zonder opnieuw van een wit blad te beginnen?

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Tijdsbestedingsonderzoek%20leraren%3A%20een%20bondig%20commentaar%20(Commissie%20Onderwijs%2C%2010%20januari%202019)) (Wilfried Van Rompaey).