Commissie Onderwijs 23-01-2020 – Studieheroriëntatie

29 januari 2020

Kort na de kerstvakantie hadden enkele kranten melding gemaakt van het cijferwerk van onze collega Gino De Meester i.v.m. leerlingen die tussen 1 oktober 2018 en 1 februari 2019 van studierichting veranderden in het secundair onderwijs. Jan Laeremans en Hannelore Goeman maakte er beiden een vraag om uitleg van. Hoe kon een en ander verbeterd worden aan dat zgn. watervalsysteem (cf. ook modernisering secundair onderwijs), en specifiek Laeremans betrok er de kwestie van de gestandaardiseerde proeven bij. Het eerste voorwaar ook een oud verhaal, het tweede wat recenter van datum, maar intussen toch ook al aardig herkauwd in afwachting van de realisatie ervan.

In tegenstelling tot wat je uit het antwoord van minister Weyts misschien zou kunnen afleiden, gingen ook “onze” cijfers over het hele secundair onderwijs (uitgezonderd HBO5 Verpleegkunde, maar dat is dan ook hoger onderwijs). Wat niet in onze cijfers stond, maar wat de minister wel toevoegde, was de redelijke stabiliteit van de cijfers in de laatste drie jaar. Vervolgens stapte hij over naar het ge- en bekende verhaal van studiekeuze in het secundair onderwijs en wat er en cours de route daar zoal gebeurde. Ik schreef het al: het verhaal van de modernisering secundair onderwijs en kwaliteitsvolle onderwijsloopbaanbegeleiding dus, met ook zin voor enige nuance (cf. ook het recente Decreet Leerlingenbegeleiding, niet te verwarren met het toekomstige Begeleidingsdecreet). Dat schreef ik deze legislatuur ook al vaker over deze minister. En voor alle duidelijkheid: ik bedoel dat als een compliment.  Minister Weyts wilde ook voor studieverandering de al bestaande regeling in de eerste graad doortrekken naar de hogere graden, met name: zo’n verandering zou voor hem ook daar in de toekomst alleen maar kunnen mits een beslissing van de klassenraad, wat nu nog niet het geval is. Wat de gestandaardiseerde proeven betrof, herhaalde de minister nogmaals de hele filosofie. Mijn commentaar daarop kon je al meermaals op deze pagina’s lezen. Dat kan volstaan. Of misschien toch nog dit. Over zulke proeven en hun relatie met gelijkeonderwijskansen hadden we eerder al uitspraken kunnen lezen en horen van de professoren Wouter Duyck en Dirk Van Damme. De minister voegde daaraan nu nog onderzoek van onderwijssocioloog-professor van de Werfhorst toe.

Nog een omstandig gesprek volgde, met de vragenstellers, interveniënten Jo Brouns en Koen Daniëls, en de minister: er zijn dan ook, zoals bekend, vele nieuwkomers in deze Commissie. De klassieke elementen passeerden opnieuw de revue: de perceptie van studierichtingen bij…tja, eigenlijk iedereen, de aso/tso/bso-terminologie, het al of niet geschikte moment waarop een studiekeuze gemaakt moet worden, de effectieve inzet van financiële middelen voor gelijkeonderwijskansen, de ingrepen in de leergebieden van het lager onderwijs die sommigen maar blijkbaar volgens sommige anderen aan hun laars blijven lappen, het belang van de instructietaal. Het zal niet de laatste keer geweest zijn.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het grote aantal leerlingen in het secundair onderwijs dat in januari van studierichting verandert van Jan Laeremans en over het watervalsysteem in het secundair onderwijs van Hannelore Goeman” aan minister Ben Weyts.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2023-01-2020%20%E2%80%93%20Studieherori%C3%ABntatie) (Wilfried Van Rompaey).