Commissie Onderwijs 04-05-2017 – Doorstroom van doctoraathouders naar de arbeidsmarkt

09 mei 2017

In de loop van 2016 namen enkele doctoraatsstudenten van de Letterenfaculteiten aan de Vrije Universiteit Brussel en de KU Leuven het initiatief om een interne survey te houden bij peers in de geesteswetenschappen: opleidingen taal- en letterkunde, geschiedenis, wijsbegeerte en moraalwetenschappen, archeologie, en kunstwetenschappen, aldus  onderwijscommissaris Ann Brusseel. Die enquêteresultaten sloten in zekere mate aan bij eerdere bevindingen van het Expertisecentrum O&O Monitoring (ECOOM) en bij het advies nr. 215 van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI). Ten slotte nam het Vlaams Parlement op 11 januari 2017 een voorstel van resolutie aan over de doorstroom van doctoraatsstudenten naar de arbeidsmarkt. Geïnspireerd door de surveys had Ann Brusseel een waslijst aan interessante vragen over de diverse aspecten van de resolutie.

Minister Crevits gaf een overzicht van het vele dat in dezen al gebeurde, in samenwerking met haar collega-minister Muyters. Voor diens actieplan ‘Strategie voor de loopbaan van de onderzoeker’, dat de krijtlijnen zal uittekenen voor loopbaanontwikkeling van onderzoekers op lange termijn, moest de vragensteller zich wel opnieuw tot minister Muyters richten.
De vragensteller was overigens blij met allerlei elementen uit het antwoord van minister Crevits, maar hernam ook nog enkele bekommernissen, o.a. inzake ondernemen door doctorandi c.q. doctores. Interveniënt Koen Daniëls sloot zich bij een aantal elementen van Brusseel aan, maar voegde nog iets misschien fundamentelers toe, waarbij Brusseel zich  dan weer op haar beurt aansloot. Ik citeer Daniëls: “Minister, het laatste punt dat ik wil aanhalen, is de valorisatie van wetenschappelijk onderzoek. We horen momenteel toch heel wat instellingen, en dan kom ik terecht bij het financieringssysteem. We moeten doctoraten hebben, maar wat doen we met die doctoraten en waartoe leiden ze? Van fundamenteel onderzoek weet je niet altijd waartoe het leidt, dus dat moeten we absoluut behouden. Aan de andere kant kunnen we ook naar de gevolgen kijken, naar wat we eraan kunnen koppelen, op welke noden we inspelen en wat we ermee kunnen doen. Op welke manier kunnen we vanuit de bevoegdheid Onderwijs wetenschappelijk onderzoek beter valoriseren, en niet het puur financiële idee van het onderzoek bekijken, dat we doctoraten willen hebben omdat dat nu eenmaal belangrijk is, en de financiering van het hoger onderwijs?” 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de doorstroom van doctoraathouders naar de arbeidsmarkt van Ann Brusseel” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2004-05-2017%20%E2%80%93%20Doorstroom%20van%20doctoraathouders%20naar%20de%20arbeidsmarkt) (Wilfried Van Rompaey).