Commissie Onderwijs 30-11-2017 – Eindtermen

05 december 2017

Diverse aspecten van dit thema zijn nog recent maar ook allanger geleden deze legislatuur al een aantal keren de revue gepasseerd en zullen later bij de bespreking van het voorstel van decreet in kwestie ongetwijfeld nog herhaald worden. Het gaat natuurlijk wel om een fundamentele kwestie waarover verschillende politieke standpunten bestaan. Bovendien, -- maar dat kan aan mij liggen --, zijn de meningen over diverse aspecten niet altijd even duidelijk.

Onderwijscommissaris Caroline Gennez herhaalde eerst nog eens haar gevoel bij de manier waarop de Vlaamse regering het eindtermenoverleg naar zich toe getrokken had net voor het herfstreces. Maar ook over de inhoud gaf ze opnieuw het huidige sp.a-standpunt, dat inderdaad nieuw lijkt deze legislatuur en minister Crevits liet niet na daarop te wijzen: de overheid zou ook eindtermen moeten vastleggen voor de levensbeschouwelijke vakken, of toch alleszins voor een gemeenschappelijke sokkel binnen die vakken. Gennez erkende wel dat levensbeschouwelijke vorming en burgerschapsvorming niet identiek waren, maar ze waren toch verbonden met elkaar. In haar accent op de burgerschapsvorming, naast het arbeidsmarktgericht doel van onderwijs, ‘vergat’ ze, leek mij, wel de veel ruimere persoonsvorming/wording, maar dat terzijde.

Waarom was men niet verder gegaan op het reeds ingeslagen pad inzake de interlevensbeschouwelijke competenties door deze decretaal te verankeren, zo vroeg Gennez. De interlevensbeschouwelijke competenties vormden geen inbreuk op de vrijheid van onderwijs, zo meende ze te weten op basis van een advies van de Raad van State bij een voorstel van decreet van de toenmalige oppositie (2010). Het werd toen wel in de Commissie door de meerderheid, dus óók door sp.a, verworpen.

Op welke wijze zou er rekening gehouden worden met de aanbevelingen die betrekking hadden op gedeeld burgerschap en de rol van onderwijs zoals kamerbreed geformuleerd in het voorstel van resolutie over deradicalisering (aangenomen in de plenaire vergadering op 27 mei 2015)?

Minister Crevits wees om te beginnen al vooruit naar de latere bespreking van het voorstel van decreet over de eindtermen. Terecht…er wordt sowieso al genoeg herhaald in onze democratie. Eigenlijk herhaalde ze hier ook wat ze al een aantal keer had gezegd, zowel in de Commissie als in de plenaire vergadering. Eén. Burgerschapscompetenties expliciet in de eindtermen. Twee. In de context van de scheiding van kerk en staat leerplannen voor de levensbeschouwelijke vakken door de erkende instanties van de erediensten zelf. Drie. Er bestaan al voldoende controlemechanismen voor die leerplannen en de uitvoering ervan in de praktijk.

De minister verwees ook naar de (bijgevolg niet-decretale) initiatieven inzake interlevensbeschouwelijke initiatieven in de vorige en in de huidige legislatuur.

Vragensteller Gennez bleef, niet onverwacht, wel op haar zelfde spijker kloppen (voor haar was er een verschil tussen de manier waarop het Schoolpact en de manier waarop nu naar de levensbeschouwelijke kwestie (het best) werd gekeken).  Ze legde ook opnieuw het verband met een vak van levensbeschouwing, ethiek en filosofie à la Patrick Loobuyck. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd, vermoed ik.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de eindtermen van Caroline Gennez” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij via wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen