Commissie Onderwijs 28-09-2017 – Personeelsverloop bij schooldirecties en mandatensysteem

04 oktober 2017

Deze vragen hadden weer heel wat meer voeten in de aarde dan de twee vorige in deze commissievergadering. Terecht, want het gaat om een complex en delicaat thema, zo bleek ook uit het gesprek. Een thema met overigens al een hele parlementaire voorgeschiedenis. Maar nu werd er ook ingezoomd op een voorstel van Lieven Boeve en Raymonda Verdyck m.b.t. een mandaatsysteem aan de vooravond van het nieuwe schooljaar. Drie vragenstellers: onderwijscommissarissen Jos De Meyer, Koen Daniëls en Ingeborg De Meulemeester. En die hadden oog voor alle relevante aspecten van het thema: het wel en wee van het mandatensysteem, zowel technisch als principieel, het verband met het loopbaandebat, de stress en burn-out, en ten slotte ook de opleiding van schooldirecteurs.

Minister Crevits schetste om te beginnen de zaak van de schooldirecteurs mooi zowel historisch (cf. huidige regelgeving, eerdere cao-VIII en loopbaandebat) als cijfermatig. Daaruit concludeerde ze dat ze de nood aan een mandaatsysteem iets minder groot vond. Ondersteuning en verloning van directeurs moest worden bekeken, maar ze vroeg zich af of dat hét kerndebat in dezen was. De minister ging ook in op de bestaande systemen van opleiding voor schooldirecteurs: “maar schoolleidinggeven is iets anders dan de beste onderwijzer van de school zijn. Daar knelt voor een groot deel voor mij ook het schoentje”, zo besloot de minister.

Nog meer interessante bedenkingen volgden: over de verschillen in dezen tussen basis- en secundair onderwijs; over het leren kennen van de “deleteknop”; over de nog niet bestaande zgn. gecertificeerde opleiding voor schooldirecteurs (over alle netten heen en vanuit de hogere overheid, volgens interveniënt Steve Vandenberghe), waarbij ik het meningsverschil daarover tussen de minister en haar eigen raadgever Simon Van Damme vooral ook relevant vond…; over de bijzondere situatie van de directeurs buitengewoon (basis)onderwijs sinds het M-decreet; over het samenleggen van middelen op scholengemeenschapsniveau en samenwerking binnen scholengroepen; over meer ondersteuning als toch kern van de zaak; over de enorme werkdruk; over professionalisering en rol van schoolbesturen; over een zgn. gebrek aan communicatie in dezen tussen een vereniging van directeurs en “hun” koepel. 

Minister Crevits benadrukte nog dat het lopende onderzoek naar de taakbelasting van de leraar al in februari 2018 resultaten zou opleveren wat betreft de schooldirecteurs en ze verwees ook naar de zgn. niet-onderwijsregelgeving die wel op onderwijs van toepassing is. De vraag is natuurlijk hoeveel speelruimte een schooldirecteur heeft, wat dat laatste betreft, overigens al een oud verhaal. Het was overigens interessant om vast te stellen dat vragensteller Daniëls in zijn slotwoord onder die verwijzing naar “niet-onderwijsregelgeving” (letterlijk zei de minister: “Er is ook regelgeving die komt van buiten het onderwijs…”)  van de minister nog iets anders verstond, met name een “instructie van een of andere pedagogische dienst”. 

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over mogelijke oplossingen voor het snelle verloop bij schooldirecties van Jos De Meyer, over het voorstel om een mandatensysteem in te voeren voor directeurs van Koen Daniëls en over het personeelsverloop bij schooldirecties van Ingeborg De Meulemeester” aan minister Hilde Crevits.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2028-09-2017%20%E2%80%93%20Personeelsverloop%20bij%20schooldirecties%20en%20mandatensysteem) (Wilfried Van Rompaey).