Commissie Onderwijs 23-11-2017 – Begroting, programmadecreet en beleidsbrief

28 november 2017
Zegge en schrijve 45 pagina’s over de begroting en 155 pagina’s over de beleidsbrief: dat was de door minister Crevits voor te lezen oogst als antwoord op de vele vragen en opmerkingen van de onderwijscommissarissen een week eerder. De eerlijheid gebiedt mij wel te zeggen dat de omvangrijke teksten van de minister ook “vragen inbegrepen” waren. Het ging van ruimere inhoudelijke, soms politiek heikele vragen c.q. opmerkingen tot uiterst punctuele, informatieve vragen. Het is dan ook onbegonnen werk, maar ook niet nodig, om van al die uren hier een exhaustief overzicht neer te schrijven. Overigens was de bespreking op 23 november niet helemaal afgelopen en zouden de laatste loodjes nog een stuk van de commissievergadering van 30 november in beslag nemen.
Hieronder doe ik een poging om heel selectief enkele punten te vermelden, die mijn aandacht trokken tijdens de commissievergadering van 23 november. Een heel beperkte greep dus uit het aanbod. Vaak moest de minister verwijzen naar (soms heel recente) besprekingen tijdens commissievergaderingen en plenaire vergaderingen c.q. haar antwoorden op eerdere schriftelijke vragen. Bovendien, door de aard van zaak, gaat het hier vooral om het vervolg van wat ik schreef een jaar geleden (commissievergadering van 24 november 2016 in de nieuwsbrief van 1 december 2016). Intussen weten we namelijk hoe het een en ander van toen vergaan is en wat nog gedaan moet worden. Het einde van de legislatuur nadert alweer met gezwinde tred.
 
Enkele algemene cijfers
Minister Crevits benadrukte dat de onderwijsbegroting een groeibegroting is: tussen 2014 en 2018 ging ze van 10,8 miljard euro naar 11,6 miljard euro (= +740 miljoen euro) en tussen 2017 en 2018 steeg ze met 250 miljoen euro.
 
Nog in 2017 kwamen deze bedragen erbij (telkens in miljoenen euro) voor: werkingsmiddelen kleuteronderwijs 10, extra anderstalige kleuters 2,3, uitrusting technische scholen 5, duaal leren 0,9 en voor internaten 0,4.
 
In de begroting-2018  is er extra ruimte voor bestaand beleid (86,6 miljoen euro) en zijn nieuwe beleidsimpulsen goed voor  64,5 miljoen. Concreet betekent dat (telkens in miljoenen euro): 86,6:
  • 23,5 voor 289 extra leraren basisonderwijs en 300 extra leraren ondersteuningsmodel;
  • 12,8 voor busbegeleiding en woonwerkverkeer;
  • 6,5 voor werkingsmiddelen leerplichtonderwijs;
  • 39,5 voor hoger onderwijs wegens kliks;
  • 3 voor studietoelagen door automatisering;
  • 15,8 voor taalversterking inzake asielcrisis.
In totaal geeft dit echter 101,1. Het verschil van 14,5 met het cijfer op de powerpoint van de minister kan ik jammer genoeg niet identificeren.
 
En daarnaast: 64,5:
  • 40 voor scholenbouw;
  • 10 voor werkingsmiddelen kleuteronderwijs;
  • 1 voor werkingsmiddelen ondersteuningsmodel;
  • 1 voor projectondersteuning maatschappelijke uitdagingen;
  • 10 voor sociaal akkoord (cao);
  • 2,5 voor financiering diverse decreten.
Deze rekening klopt wel.
 
Algemeen
Het is duidelijk dat in deze (latere) fase van de legislatuur heel wat ‘decreten in het circuit zitten’, maar of het er 26 zijn, zoals de minister stelde, weet ik niet. In de loop van de huidige regeerperiode werden zeker al wel heel wat decretale teksten goedgekeurd en een tiental moet nog naar het Vlaams Parlement komen. Maar 26?
 
Personeel Ministerie van Onderwijs en Vorming
Inzake de besparingen op het personeel van het Ministerie van Onderwijs en Vorming, waarvan ook sprake vorig jaar, is dit de stand van zaken op 30 juni 2017, met vermelding van het te behalen personeelsaantal op 31 december 2019:
 
 
  Startbasis Aantal op
30/06/2017
Te behalen
personeelsaantal
op 31/12/2019
Departement 300 269 266
AGODi 451 417 407
AHOVOKS 288 256 256
AGIOn 74 67 66
VLOR 22 23 20
Onderwijsinspectie 15 15 13
Totaal 1150 1047 1028
 
Wat de onderwijsinspectie betrof, viel die verdere besparing nog te bezien, gelet op het werkvolume in het toekomstige decreet Inspectie 2.0.
 
Onderwijspersoneel niet rechtstreeks in contact met leerlingen
Naast diverse andere personeelsleden in die situatie (werklieden, administratief personeel, opvoedend hulppersoneel enz.) vermeldde minister Crevits hier twee getallen voor de pedagogische begeleiding resp. de onderwijskoepels: 248 resp. 92.
 
Basisonderwijs
Een maximale participatie aan het kleuteronderwijs kreeg terecht veel aandacht (cf. diverse maatregelen: Toekomstplan, website kleuterparticipatie, kleutercoördinator, extra 10 miljoen werkingsmiddelen, taalinitiatie).
Over het Toekomstplan en de situatie van de directeurs basisonderwijs werd herhaald wat de dag voordien in de plenaire vergadering was gezegd bij de actuele vragen in kwestie. Het bijkomende VLOR-advies over de master basisonderwijs.

 

 zou de minister ook nog mee willen verwerken. Op 30 november a.s. zou de minister een gesprek hebben met de directeursvereniging NOBD.  Daarnaast was er natuurlijk ook nog het Loopbaandebat, waar ook aandacht zou zijn voor het schoolleiderschap.

 
Secundair onderwijs
In vergelijking met vorig jaar is een hele weg afgelegd in het dossier van de modernisering so. In het Overkoepelend Onderhandelingscomité van het gesubsidieerd vrij onderwijs heeft Katholiek Onderwijs Vlaanderen recent een protocol van niet-akkoord ingediend bij het decretale deel van dit dossier. Diverse, bekende punten van meningsverschillen tussen de politici kwamen hier opnieuw aan bod.
Dit dossier hangt overigens ook samen met twee andere: eindtermen, dat net voor het herfstreces een ingreep kende, en duaal leren, dat inzake startdatum en andere aspecten niet probleemloos is.
 
Hoger onderwijs
In haar antwoorden verwees de minister naar het recente VLOR-advies over het leerkrediet, dat zij voort zou gaan onderzoeken maar waartegenover zij zeker welwillend stond. Ze was ook aan het bekijken met haar administratie hoe als verder vervolg op de evaluatie van het financieringsmechanisme de evaluatie van de puntengewichten van de universiteiten en hun interne allocatiemodellen het best kon worden aangepakt. Inzake aanpassingen aan de puntengewichten in het algemeen, niets nieuws onder de zon: dat zou heel veel bijkomende middelen vergen. Dus… Over HBO5 (in één voorontwerp van decreet met de overdracht van de lerarenopleidingen, cf. ook infra) ging het legistiek proces voort (cf. nu fase van de onderhandelingen). 
 
Volwassenenonderwijs
De minister ging kort in op een vraag over de zgn. kwalificatiebonus in de centra voor basiseducatie (als entiteit in het volwassenenonderwijs), maar de uitgebreidere toelichting zou voor de parlementaire bespreking van het nieuwe financieringssysteem voorjaar-2018 zijn (het voorontwerp van decreet ter zake was nu bij de Raad van State). Conform de conceptnota van 25 maart 2016 zou vooral worden ingezet op kansengroepen en kwalificerende trajecten.
 
Deeltijds kunstonderwijs
Na 27 jaar was er nu eindelijk een ontwerpdecreet voor dit soort onderwijs, stelde de minister, incl. deelname van 6-jarigen en versterkte nadruk op samenwerking met het leerplichtonderwijs (parlementaire behandeling begin 2018). Rond de financiering bestonden blijkbaar nog wel zorgen. 
 
Eindtermen
Bij de voorafgaande vragenronde waren er scherpe reacties (“schriftvervalsing”) over de gang van zaken gekomen vanuit de oppositie. De minister lichtte uitvoerig haar kant van de zaak toe: van het werk van de parlementaire kerngroep was finaal wel degelijk gebruikgemaakt, maar dan wel met respect voor grondwettelijke vrijheden zoals de scheiding tussen kerk en staat en de vrijheid van onderwijs, zo zei de minister. Nu konden de ontwikkelcommissies aan de slag.
 
Studiekeuze
De Columbus-oriënteringsproef zou voort worden verfijnd en te gepasten tijde ook gevalideerd. Dat laatste dient ook te gebeuren voor de verplichte, niet-bindende toelatingsproef lerarenopleiding (er komt een digitaal platform rond diverse proeven: 457.000 euro in de begroting). De minister zei nogmaals dat het niet de bedoeling was van die proeven noch van andere verplichte, niet-bindende toelatingsproeven om kandidaat-studenten af te schrikken. 
 
Ondersteuning
Blikvangers hier waren de evaluatie van het nieuwe ondersteuningsmodel in het kader van het M-decreet en het toekomstige decreet leerlingenbegeleiding. Wat het eerste betrof, lichtte de minister de verschillende, geplande evaluaties toe, maar verzette zich, zonder blind te zijn voor problemen, vooral tegen de negatieve teneur bij een aantal vragen/vaststellingen uit de prille praktijk. De minister suggereerde dat de Commissie Onderwijs de onderwijsverstrekkers hierrond later zou uitnodigen.
Wat het tweede betrof, stelde ze o.a. dat dat decreet geen hervorming van het CLB-decreet zou worden, maar wel de rollen en taken van élke actor in de leerlingenbegeleiding zou verduidelijken.
 
De leraar
Een ander belangrijk dossier deze legislatuur is dat van de lerarenopleidingen en het loopbaanpact (en daarmee samenhangend de nieuwe cao-onderhandelingen (raming van 108 miljoen euro in 2020), die deze week concreet van start gaan). Naast het hierboven al vermelde lopende legistieke proces (HBO5) heeft de Vlaamse regering intussen ook een nieuw besluit over basiscompetenties van leraren principieel goedgekeurd, dat nu voor advies naar de VLOR en de SERV is.
Een moeilijke bevalling was de educatieve master in de kunsten: wat me vooral opviel, was de pertinente, nuancerende reactie van de minister tegen de grote verontwaardiging over dat dossier bij een onderwijscommissaris.
 
Vermindering planlast
Er werd uitvoerig op dit thema ingegaan. Het actieplan TARRA wordt nu uitgevoerd. De minister verwees naar de aangegane engagementen van àlle actoren (cf. ook infra inspectie) en de begeleidingscommissie (vakbonden, onderwijskoepels, onderwijsinspectie en onderwijsadministratie) zou de uitvoering jaarlijks monitoren. 
 
Scholenbouw
Strategisch doel 4: Werk maken van een Masterplan Scholenbouw kreeg in de bespreking heel wat aandacht. De minister ging uitvoerig in op het nieuwe beoordelingssysteem voor alle schoolbouwdossiers op de wachtlijst. Een officieel evaluatierapport van het DBFM-programma werd verwacht eind 2018 en in het najaar van 2018 zou de update van de capaciteitsmonitor beschikbaar zijn.
 
Kwaliteitszorg en inspectie
Met het decretale proces van de onderwijsinspectie 2.0 zitten we in de fase van beëindigde onderhandelingen en de tweede principiële goedkeuring door de Vlaamse regering (24 november 2017). Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft over het voorontwerp van decreet recent een protocol van akkoord ingediend. Momenteel voert de onderwijsinspectie een brede informatiecampagne daarover. De minister lichtte nog eens de nieuwe filosofie toe.
De decretale evaluatie van het kwaliteitszorgstelsel in het hoger onderwijs wordt in principe voor de kerstvakantie afgewerkt en de voorbereiding voor de herziening van het stelsel is volop bezig.
De hervisitatie van de pedagogische begeleiding komt eraan voorjaar-2018: een (ook politiek) belangrijk gegeven, waarnaar meermaals werd verwezen in de bespreking.
 
Inschrijvingsdecreet
Zoals de eindtermen, was dit ook een dossier voor het Vlaams Parlement. We we ten intussen hoe het het eerste vergaan is (sommigen spreken in dezen over de “Kopenhagen-procedure”) en het tweede muntte niet uit in vooruitgang. Minister Crevits verwees, voor de revitalisering van het dossier, uitdrukkelijk naar de oproep van een betrokken onderwijscommissaris van de meerderheid in de plenaire vergadering de dag voordien en bij eerdere gelegenheden. Voor het buitengewoon onderwijs was er overigens (dringend) nood aan een eigen decretaal kader. Afwachten of er nu schot in de zaak komt.
 
Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2022-11-2017%20%E2%80%93%20Ondersteuning%20voor%20directeurs%20basisonderwijs) (Wilfried Van Rompaey).