Commissie Onderwijs 19-10-2017 – Ambt van zorgcoördinator

25 oktober 2017

Na erg uit de kluiten gewassen lijsten vragen om uitleg tijdens de voorgaande twee commissievergaderingen werd het wat rustiger nu. En toch. Ook met slechts enkele agendapunten komen er in deze commissie al snel meerdere tussenkomsten en dat vergt tijd. Misschien zat de talrijke aanwezigheid van de jongeren in het kader van de YOUCA-dag (Youth for Change and Action) er ook voor iets tussen, wie weet. En dan waren de onderwijscommissarissen van Groen en Open Vld ’s ochtends nog afwezig.

Onderwijscommissaris Jos De Meyer had weinig intro nodig om duidelijke vragen te stellen over een personeelsaangelegenheid tegen de achtergrond van het M-decreet en de zgn. nieuwe ondersteuningsnetwerken. Was het wenselijk of nuttig om ook in het secundair onderwijs het ambt van zorgcoördinator in te voeren? En zo ja, zouden daartoe onderhandelingen gestart worden met de sociale partners? In de lijst mogelijke ambten voor de ondersteuningsnetwerken is het ambt van zorgcoördinator niet opgenomen: was daarvoor een specifieke motivatie?

Minister Crevits verwees in haar antwoord naar het hangende voorontwerp van decreet Leerlingenbegeleiding, dat nu in de fase zit van de onderhandelingen met de sociale partners (eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse regering op 14 juli 2017). Er was daarin bewust niet voor gekozen om een specifiek ambt in te schrijven om zo de schoolbesturen voldoende flexibiliteit te geven. De bestaande vrijheid wilde men behouden. Idem in hoofde van het betrokken schoolbestuur in het buitengewoon onderwijs voor de personeelsformatie voor de ondersteuningsnetwerken. Én dat laatste zo dicht mogelijk aansluitend bij de voorafgaande situatie (gon, ion, waarborgregeling). Er werd op vraag van de sociale partners wel een evaluatie van het systeem gepland in de volgende drie jaar om eventueel bij te sturen.

Vragensteller De Meyer was blij met die evaluatie, maar wilde toch dat de optie van het ambt van zorgcoördinator daarbij in overweging werd genomen want hij zag geen tegenstelling tussen de inderdaad gewenste vrijheid en het voorzien in zo’n ambt.
Interveniënt Kathleen Krekels herhaalde een aantal zaken die ze gezegd had tijdens de behandeling van haar vraag om uitleg op 20 april 2017 en tijdens de gedachtewisseling met het Rekenhof op 12 oktober 2017 (over o.a. dat laatste heb ik expliciet iets vermeld in het commentaar in de nieuwsbrief van 19 oktober): met name een zorgcoördinator in de basissokkel van elke basisschool (met een soepelere drempel voor een voltijdse zorgcoördinator dan de huidige 600 leerlingen) én de prestaties van de leerlingen (in het leerlingvolgsysteem) gebruiken als parameter voor de berekening van het aantal extra zorguren. Ten slotte (nadien ook ondersteund door interveniënt Koen Daniëls) herhaalde Krekels ook het N-VA-mantra van “geen middelen voor structuren, maar wel voor de klas”. Minister Crevits nuanceerde en preciseerde dat punt toch even nadien en vragensteller De Meyer uitte kort zijn onbegrip erover. Interveniënt Koen Daniëls wees nog op het verschil tussen basis- en secundair onderwijs inzake zorgwerking en wilde zeker ook de huidige vrijheid behouden.  Interveniënt Caroline Gennez ten slotte nam de gelegenheid te baat om het symposium de dag voordien van haar collega Steve Vandenberghe over het basisonderwijs, waaraan ook de minister had deelgenomen, in herinnering te brengen. Ze hernam daarbij ook de knelpunten die al gevallen waren, met als finaal doel het welslagen van het M-decreet. Terecht, maar gelijk ook geen walk in the park, lijkt mij. De minister verbond die uitspraken met haar op til zijnde plan basisonderwijs.

Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over het ambt van zorgcoördinator in het zorgbeleid op school van Jos De Meyer” aan minister Hilde Crevits. 

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Commissie%20Onderwijs%2019-10-2017%20%E2%80%93%20Ambt%20van%20zorgco%C3%B6rdinator) (Wilfried Van Rompaey)