Resultaten peilingsonderzoek: betrouwbare informatie voor kwaliteitsontwikkeling

04 april 2019

Vandaag publiceerde Steunpunt Toetsontwikkeling en Peilingen haar jaarlijks peilingsonderzoek. Aan het einde van vorig schooljaar werden de leerlingenprestaties op de vakken wiskunde in het secundair onderwijs en Nederlands in het basisonderwijs getest. Het onderzoek houdt het onderwijs een spiegel voor: het bevestigt de trends die uit eerdere publicaties werd waargenomen, maar maakt ook duidelijk dat nog steeds een groot aantal leerlingen in ons onderwijs de eindtermen halen. Het resultaat is een omvangrijke dataset waaruit genuanceerde conclusies kunnen worden getrokken en waarmee beleidsmakers en onderwijsverstrekkers aan de slag kunnen om kwaliteitsvol onderwijs te kunnen blijven bieden.

Wiskunde

Het is positief om vast te stellen dat de motivatie van leerlingen voor wiskunde in het secundair onderwijs is gestegen ten opzichte van 2009. We hopen dat deze trend zich doorzet via het nieuwe leerplan, waarbij linken tussen verschillende vakken, en in het bijzonder toepassingen van wiskunde, sterker geduid worden. Het nieuwe leerplan wiskunde moet enkele dalende trends tegengaan. Cognitief sterkere leerlingen worden door leerkrachten uitgedaagd via duidelijke verdiepingsdoelen. Anderzijds worden leerlingen die het moeilijk hebben op de basisdoelen geremedieerd. Zo wordt elke leerling op zijn niveau uitgedaagd.

Leerlingen uit Klassieke Talen scoren zoals gewoonlijk het best voor wiskunde en stromen dan ook vaak door naar aso-richtingen met veel wiskunde. Ook de leerlingen van Industriële Wetenschappen en Techniek-wetenschappen doen het bijzonder goed. Dat is positief nieuws voor de scholen voor Wetenschap en Techniek.

Nederlands

De resultaten van lezen en luisteren zijn goed, met respectievelijk 84 en 82 procent van de leerlingen die de eindtermen halen. Wel is er een achteruitgang ten opzichte van het vorige afnamemoment in 2013. Toen haalde respectievelijk 92 en 87 procent van de leerlingen de eindtermen.

Ouders staan duidelijk positief ten opzichte van het vak Nederlands in het basisonderwijs. Zo vinden bijna alle ouders dat lees-, luister- en schrijfvaardigheid belangrijk is voor de toekomst van hun kind en voor hun verdere beroepsleven. Ook de leerlingen zelf vinden Nederlands belangrijk voor hun toekomst. De motivatie en het zelfvertrouwen van leerlingen hangen positief samen hun leesprestaties.

Tijdens de les Nederlands komen spelling en taalbeschouwing vaak aan bod. Vaardigheden als schrijven en luisteren worden minder frequent in de les Nederlands gestimuleerd.

Uit de resultaten blijkt dat het belangrijk is dat de school voldoende tijd besteedt aan lezen, schrijven en luisteren in het vak Nederlands én daarbuiten (bv. door taalgericht onderwijs). Leraren moeten ook worden ondersteund in het omgaan met de grotere diversiteit in hun klassen. De toetsresultaten geven immers aan dat de thuistaal van de leerlingen samenhangt met de prestaties: leerlingen die thuis geen Nederlands praten, behalen telkens minder goede resultaten. Ook de sociaal-economische status van de leerlingen weegt door op de schoolse prestaties. Voor lezen en luisteren zien we dat leerlingen het beter doen als er een stimulerende leescultuur thuis is.

Met het actieplan begrijpend lezen hebben we hier al concrete maatregelen rond genomen. Zo geven we schoolteams op structurele basis tips en vormingen voor taalgericht onderwijs en begrijpend lezen. De Zill-website concretiseert deze inhoud in de vorm van in de klas inzetbare praktijkvoorbeelden. Daarnaast geven we vormingen rond taalontwikkeling in het nieuwe leerplan ‘Zin in Leren! Zin in Leven!’. Verder voorzien we ondersteuning op de school- en klasvloer door taalbegeleiders die de leraren coachen.

Er blijkt ook nood aan goede evaluatie-instrumenten voor de opvolging van onder andere begrijpend lezen. Met de vernieuwde evaluatiebox, een tool die we onze basisscholen aanbieden, moedigen we scholen aan om op een geïnformeerde manier aan kwaliteitsontwikkeling te doen.