Plenaire vergadering 13-03-2019 – Verplichte niet-bindende toelatingsproeven in de lerarenopleiding

14 maart 2019

Ook bij de tweede actuele vraag van deze plenaire vergadering ging het om een bekend thema: er waren nu via een VLHORA-analyse resultaten bekend van de zgn. ‘instapproef’ in de geïntegreerde lerarenopleidingen van de hogescholen (afgenomen in 2016-2017, wat toen nog niet vóór de studiekeuze gebeurde, zoals nadien). Onderwijscommissaris Koen Daniëls was daarover om meerdere redenen erg te spreken (tegen de eerdere kritiek van anderen in, liet hij niet na te zeggen) en vroeg of minister Crevits er zicht op had of die niet-bindende toelatingsproef de zgn. ‘sterkere’ profielen nu ook meer aantrok en ze langer in de opleiding hield of niet. Dat was inderdaad een van de allanger bekende bekommernissen van zijn fractie.

Minister Crevits deelde het positivisme van vragensteller Daniëls, maar situeerde de VLHORA-analyse ook nauwkeurig in de tijd. Het doel van de hogescholen was nu om voor jongeren die een toelatingsproef zouden afleggen en op bepaalde punten minder goed zouden scoren, onmiddellijk een inhoudelijk remediëringspakket klaar te maken. Op de vraag over het wervende karakter van de instapproef kon, gelet op de timing ervan, de VLHORA-analyse en dus ook de minister (nog) geen antwoord geven.

Vragensteller Daniëls hernam vervolgens een ander bijzonder punt: hoe was te verklaren dat bepaalde jongeren mét een diploma secundair onderwijs (dus eindtermen behaald) toch niet de basis hebben om verder te kunnen studeren.

Nu waren het interveniënten Jos De Meyer, die terecht de validiteit van proeven benadrukte (en dat kost nu eenmaal tijd) en Franc Bogovic die zich aansloten bij en het eens waren met de vragensteller. Maar niet onverwacht was er ook Tine Soens, die haar vraag herhaalde om meer onderzoek te doen, zeker naar de effecten van een dergelijke toets op kansengroepen en op hun toegang tot de uiteindelijke opleiding.

In haar reactie weidde de minister uit over de diverse toetsen (niet alleen die van de lerarenopleidingen) met enkele aandachtspunten. Finaal kwam ze op het eindtermenpunt van vragensteller Daniëls: slagen in het hoger onderwijs had niet alleen met kennis en de beheersing van de eindtermen te maken, maar ook met je instelling, motivatie en werklust tijdens je studies. Een wijze overweging van de minister, leek mij.

Vragensteller Daniëls bleef de vaststelling van het niet-slagen voor een instapproef toch raar vinden. Aan het eind lijstte hij wel mooi de diverse relevante elementen op waarmee rekening te houden was bij het studiekeuze(begeleidings)traject. Dat vond ik alvast veel interessanter. De kwestie van de zgn. ‘sterkere’ profielen die naar de lerarenopleidingen zouden moeten komen, was begrijpelijk, maar gelijk toch ook weer een ietsje gecompliceerder, denk ik.

Lees de bespreking van de “Actuele vraag over de verplichte niet-bindende toelatingsproeven in de lerarenopleiding van Koen Daniëls” aan minister Hilde Crevits.

Reageren kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Plenaire%20vergadering%2013-03-2019%20%E2%80%93%20Verplichte%20niet-bindende%20toelatingsproeven%20in%20de%20lerarenopleiding) (Wilfried Van Rompaey).