Ontwerp van decreet over steinerscholen en eindtermen: een kort commentaar (Commissie voor Onderwijs van 28 mei 2020)

02 juni 2020

In de onderwijscommissievergadering van 30 april was er via een vraag om uitleg van Roosmarijn Beckers al over dit onderwerp gepraat. Nu was het tijd voor de parlementaire behandeling, tenminste de commissiefase in de procedure,  van het ontwerp van decreet ter zake.

Minister Weyts schetste in zijn toelichting het concrete proces van de aanvraag tot zgn. gelijkwaardigheid van vervangende eindtermen en uitbreidingsdoelen Nederlands voor de eerste graad van het secundair onderwijs, zoals die eind augustus 2019 ingediend was door de Federatie van Steinerscholen vzw. Een erg belangrijk instrument in het kader van de grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Zoals bekend, was dat proces ietwat hobbelig (cf. mankementen in het oorspronkelijke aanvraagdossier), maar het was vooral toch ook in een heel constructieve geest (cf. overleg en bijsturing van de mankementen) verlopen.

De minister overliep ook de argumentatie die de Federatie daarvoor aangebracht had. Het staat allemaal accuraat en omstandig beschreven in de memorie van toelichting van het ontwerp van decreet (p.3-20). Samen met de uitvoerige andere informatie uit het dossier vormt dat een heel mooi, want goed gedocumenteerd, werkstuk voor een academische cursus pedagogiek/algemene didactiek.

Eigenlijk was er vanuit de bespreking voorts niets onverwachts te melden. Zo goed als alles hadden we eerder (eventueel ook vorige legislatuur, toen het dossier onderwijsdoelen zijn beslag gekregen had met weliswaar heel wat andere actoren) al gehoord, maar toch nog graag kort deze punten.

Eén. Hoe je vrijheid van onderwijs heel belangrijk kunt vinden en toch tegelijk vindt dat niet afgeweken mag worden van eindtermen, zoals Roosmarijn Beckers, verstond en versta ik helemaal niet.

Twee. Daarbij aansluitend werd Koen Daniëls, die even terugging in de tijd voor die afwijkingskwestie, gecorrigeerd door Loes Vandromme, terecht. Zijn reflectie over het Grondwettelijk Hof toen was dan weer wel correct, maar voor memoires was het in zijn geval misschien toch nog wel een ietsje te vroeg, leek mij. Op Daniëls’ bijkomende punt in de bespreking ging minister Weyts niet in, met name: de kwestie van de leerwinstmeting, die de lezer zich ongetwijfeld herinnert van de beleidsnota Onderwijs en die ook af en toe opdook in de precoronatijd van deze legislatuur. Ik blijf heel nieuwsgierig naar hoe dat concreet in zijn werk zal gaan, want blijf daar de grootste twijfels bijhebben, zoals in eerdere commentaren al geschreven.

Drie. Hannelore Goeman vertolkte over eindtermen de stem van Caroline Gennez van vorige legislatuur, waarmee ik het toen en dus ook nu niet eens was, maar ze had wel woorden van lof voor de minister wegens zijn overlegattitude in dit concrete steinerdossier. Dat vond ik trouwens ook.

Vier. Loes Vandromme ten slotte zei nog eens heel duidelijk wat haar fractie vond van de grondwettelijke vrijheid van onderwijs, waarover het hier au fond ging en beschouwde de dialoog die de minister met de Steinerfederatie hier aangegaan was als een zinvol cocreatief proces.

Daarna volgde een enigszins chaotische stemming. De technologie kent toch ook haar beperkingen, maar het ontwerpdecreet haalde een meerderheid van de ja-stemmen. 

Je kunt de video-uitzending (vanaf 5:42) bekijken.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Ontwerp%20van%20decreet%20over%20steinerscholen%20en%20eindtermen%20-%2028%20mei%202020) (Wilfried Van Rompaey).