Onderzoek VCOV over participatie op school: lust of last?

08 juni 2017

Het participatiedecreet bepaalt dat elke school in Vlaanderen een schoolraad moet hebben (enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten). In dit officiële orgaan overleggen vertegenwoordigers van leraren, leerlingen, ouders en lokale gemeenschap met het schoolbestuur om samen school te maken. Op 1 april 2017 moesten de schoolraden opnieuw samengesteld worden. De voorbije maand vroeg de VCOV, ouderkoepel voor het vrij onderwijs, naar de opvolging van deze verplichting. 557 scholen of voorzitters van ouderwerkingen lieten zich horen.

  • 75% van de schoolbesturen (al of niet via de directie) blijkt wel degelijk een nieuwe schoolraad samengesteld te hebben.
  • 25% hinkt achterop: om allerlei redenen gebeurde de hersamenstelling niet of nog niet.

Waarom gebeurde de hersamenstelling (nog) niet?

  • De meest voorkomende reden die genoemd wordt, is het gebrek aan kandidaten. Zijn de onderwerpen te moeilijk? Werd in de oproep benadrukt dat het over concrete schoolzaken gaat? Er is duidelijk verschil tussen een eenmalige, soms erg formele brief, en een participatief schoolklimaat waar samen school maken evident is.
  • Veel scholen meldden dat de nieuwe samenstelling van de schoolraad niet op 1 april, maar op 1 september zal gebeuren. De meeste beslissingen aangaande een nieuw schooljaar worden echter in de maanden vooraf genomen. Wettelijk zijn de uitgebrachte adviezen van een schoolraad die niet tijdig hersamenstelde ongegrond.
  • Veel overlegmaterie van de schoolraad wordt al besproken op de ouderraad. Dit is inderdaad de bedoeling van het decreet: in de ouderraad worden de adviezen voorbereid om ze dan samen te leggen met de adviezen van de andere geledingen. Dit is dus geen geldig argument om geen schoolraad op te richten. 
  • In sommige gevallen is het mogelijk één schoolraad op te richten voor verschillende scholen van eenzelfde schoolbestuur. Efficiëntie is inderdaad belangrijk, maar het mag niet het uitgangspunt zijn omdat de eigenheid van scholen van eenzelfde schoolbestuur grondig kan verschillen.
  • In sommige reacties weerklonk het participatiedecreet als een noodzakelijke formaliteit. Jammer, want men laat kansen liggen om samen tot een gedragen onderwijsproject te komen! In sommige scholen is het decreet echt nodig om een kader voor inspraak te scheppen. In andere, waar het momenteel goed gaat, kan het tij door allerlei omstandigheden keren en dan is het goed terug te kunnen vallen op het decreet.
  • De onbekendheid met het participatiedecreet wegnemen, is bij alle betrokkenen een ‘to do’! Zowel leerlingen, ouders, leraren als directies blijken niet altijd even goed geïnformeerd. Maar, eerst en vooral moet de overtuiging er zijn dat participatie belangrijk is. Zowel bij ouders, als bij leerlingen, als in de lerarenopleiding en vorming van nieuwe directies moet ingezet worden op sensibilisering voor de participatiegedachte.

Lang leve inspraak op school!

De leerlingenraad, pedagogische raad, ouderraad en schoolraad werden in het leven geroepen om in het belang van elke leerling, leraar en ouder te werken aan kwaliteitsvol onderwijs. De VCOV gelooft in beleidsvoerend vermogen van een school – concreet vorm gegeven door een (beleidsteam met aan het hoofd de) directie – dat participatief is ingesteld: men staat open voor de inbreng van leraren, leerlingen, ouders en de lokale gemeenschap. Zo raakt een school ingebed in de ruimere omgeving, speelt ze in op de concrete noden van de lokale gemeenschap en de ruimere samenleving in haar geheel. Op elk niveau is het belangrijk dat ouders, samen met het schoolteam, meedenken over de maatschappelijke opdracht van de school van hun kind. Zo maakt men samen school, zo werkt men samen aan de opvoeding en vorming van de jonge generaties.

‘Wij vinden het als schoolraad evident om informatie over de school
en de werking van de school samen te bespreken.’