Ontwerpdecreet over maatregelen cao XI (Commissie Onderwijs 7 februari 2019)

11 februari 2019

In deze eindfase van de legislatuur passeert nog menig ontwerpdecreet de Commissie voor Onderwijs. Bij deze gelegenheid ging het om een aantal maatregelen uit onderwijscao XI, die nu decretaal vertaald werden.

Het protocol van 23 maart 2018 van cao XI bevat enerzijds maatregelen tot verhoging van de koopkracht voor ongeveer 175.000 personeelsleden binnen het onderwijs en anderzijds een aantal loopbaanmaatregelen die de situatie van startende leraren aanzienlijk moeten versterken.

Dit ontwerp van decreet geeft uitvoering aan de loopbaanmaatregelen die van kracht worden met ingang van het schooljaar 2019-2020, meer bepaald aan de punten 3.1, 3.2, 3.3.3 en 3.4.

De maatregelen tot verhoging van de koopkracht worden uitgevoerd via wijzigingen van de reeds bestaande besluiten van de Vlaamse regering die de salarisschalen vastleggen voor het onderwijspersoneel.

De raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen had de ontwerptekst van het protocol op 15 maart 2018 voorwaardelijk aanvaard. De raad vond het een evenwichtig akkoord met een aanzet voor bijkomende beleidsondersteuning van de directeur basisonderwijs. Dat was een opstap naar een volwaardig actieplan basisonderwijs, waarvoor Katholiek Onderwijs Vlaanderen voort zou ijveren (cf. Commissie voor Onderwijs van 14 februari 2019). Het voorwaardelijke sloeg op het feit dat de huidige evaluatieprocedure van personeelsleden grondig herzien zou worden, onder andere op basis van bevindingen uit het desbetreffende rapport van het Rekenhof, zoals punt 3.5 van de cao expliciet vermeldde.

AGODI had eerder ook nog een handige powerpointpresentatie over de onderwijscao gemaakt.

De elementen uit dit ontwerpdecreet waren dus allanger erg bekend. Toch nog graag kort enkele zaken uit de parlementaire bespreking.

Naast de algemene doelen van het ontwerpdecreet lichtte minister Crevits gedetailleerd de gekleurde, financiële middelen toe, die ter beschikking zouden komen in de diverse onderwijssegmenten voor de organisatie van de aanvangsbegeleiding: 16,5 mio euro voor het bao (daar ook voor professionalisering en beleidsondersteuning); 8,25 mio euro voor het so; bijna 1 mio euro voor het vwo; 713.236 euro voor het dko; 210.423 euro voor clb en 124.278 euro voor internaten. Samen ongeveer 27 mio euro.

Ook op de nieuwe (snellere) regeling voor TADD ging de minister uitvoerig in, inclusief de regeling voor de vereiste evaluatie van het betrokken personeelslid en de (complexe) overgangsmaatregelen voor personeelsleden die al eerder een stuk van de weg afgelegd hadden in het oude systeem.

Toen was het tijd voor enkele interventies van de onderwijscommissarissen. Op de hieronder vermelde video-opname van de vergadering kun je, bij de tussenkomst van onderwijscommissaris Caroline Gennez, alvast merken dat ook ik een aandachtige luisteraar en kijker ben bij dit soort vergaderingen. Gennez was genuanceerd positief over het ontwerpdecreet. Ze zag diverse goede maatregelen: aanvangsbegeleiding, snellere TADD voor beginnende leraren. De werking van de lerarenplatforms waren wel nog niet optimaal, maar vooral betreurde ze het gebrek aan maatregelen voor zijinstromers. De financiële middelen waren nog eerder onvoldoende, las ze in onderhandelingsprotocollen van sociale partners. En ze wilde de rationale kennen achter de (te?) ingewikkelde overgangsmaatregelen voor TADD. Ze zou zich onthouden bij de stemming.

Onderwijscommissaris Kathleen Krekels herhaalde (cf. eerdere commissievergaderingen) het probleem van de grootste brok van de financiële middelen in cao (N.B. een de-woord, geen het-woord) XI die naar een loonsverhoging gegaan was. Ze sprak ook een zekere vrees erover uit, inzake de snellere TADD, dat beginnende leraren mogelijk sneller weggestuurd zouden kunnen worden, wat zeker niet de bedoeling kon zijn. De details van de bedragen die de minister vermeld had, leerden Krekels dat het soms voor een betrokken ontvanger slechts over een heel beperkte tegemoetkoming ging. Dat alles moest zeker goed geëvalueerd worden. En de kwestie van een akkoord over een vereenvoudigde evaluatieprocedure (ook een voorwaarde voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen, cf. supra), waarover ze nog niet veel gehoord had, ook daarop zat interveniënt Krekels te wachten.

Toen was het de beurt aan onderwijscommissaris Jos De Meyer. Uiteraard vond ook hij dit een belangrijk ontwerpdecreet en hij uitte dan ook zijn appreciatie voor het geleverde werk van de minister, de betrokken middenveldorganisaties en de onderwijsadministratie. Terecht verwees hij ook naar de vragen om uitleg op 15 maart 2018, waar het hele debat eigenlijk ook al, zelfs omstandig, gevoerd was. Hij vond het een evenwichtige cao en somde nog eens de doelen van de loopbaanmaatregelen concreet op. Hij had er ook alle vertrouwen in dat het vele al geleverde werk nog gevolgd zou worden door even zorgvuldig werk aan wat nog moest gerealiseerd worden conform cao XI (herziening van de evaluatieprocedure, vacantverklaring van betrekkingen in het kader van de scholengemeenschap, rechtspersoonlijkheid van de scholengemeenschap). Hij had nog vragen over de maatregelen voor contractueel MVD-personeel, onderhoudspersoneel, contractuele bedienden en busbegeleiders. En kon de minister al iets kwijt over de verdere onderhandelingen over resterende cao-budgetten?

De betekenisvolle overgang door voorzitter Durnez (“Wat zegt de leraarskamer?”) naar onderwijscommissaris Koen Daniëls beschouwde die laatste, terecht overigens, als een compliment. Zelf zou ik daarbij in de marge durven opmerken dat zulks nu ook weer niet betekent dat hij daarop een monopolie zou hebben.

Hij stelde nog eens uitdrukkelijk dat de koopkrachtmaatregelen geen voorwerp waren van dit ontwerpdecreet en herhaalde de vrees van zijn partijgenote Krekels rond de nieuwe TADD-regeling. Maar hij voegde daaraan dit voorstel toe: men zou voor het opbouwen van de vereiste anciënniteit rekening kunnen houden met werkervaring in om het even welke school, en niet zoals nu, alleen die ervaring die opgebouwd werd in één scholengemeenschap. En voorts ook het voorstel om verplicht alle vacatures te publiceren op één plaats, nl. bij de VDAB.

Er moest over gewaakt worden dat de vermelde gekleurde middelen ingezet zouden worden waarvoor ze bedoeld waren.  Het was ook geen makkelijk decreet om te lezen (wat overigens juist is, maar zo kan ik nog wel een paar zgn. wijzigingsdecreten opsommen), wat tot Daniëls’ vraag leidde of het niet mogelijk was dat leraren in hun werkstation die opgebouwde anciënniteit konden volgen. Allerlei zaken in het kader van dit ontwerpdecreet moesten schriftelijk worden vastgelegd: Daniëls pleitte daarbij voor werkbare instrumenten, terecht. Wat de loonsverhogingen betrof, herhaalde hij aan het eind toch nog even zijn eerdere standpunt: er hadden met het geld daarvoor heel wat andere (volgens hem: betere) zaken gedaan kunnen zijn.

Minister Crevits lichtte in de antwoordronde o.a. het oude probleem van het gebrek (vooral om salarisredenen als gevolg van de regelgeving rond mogelijk mee te brengen anciënniteit) aan zijinstromers toe. Ook haar voorganger Pascal Smet heeft zich daar ooit wat op verkeken. Ze ging nu al eens de kostprijs laten berekenen van de hypothese waarbij ook maximaal 10 jaar anciënniteit (cf. de bestaande regeling voor technische en praktijkvakken enz.) zou kunnen worden ingebracht voor vakleraren in het aso (bv. voor wiskunde enz.).

Op de vrees van Krekels en Daniëls i.v.m. de snellere TADD antwoordde de minister dat ze daar nogal vertrouwen in had wegens de grote krapte op de arbeidsmarkt. Een school heeft er dus alle belang bij om beginnende leraren goed te coachen zodat die zelf niet weglopen wegens een ondermaatse begeleiding. De minister legde bovendien de vinger op een andere wonde: met name, de praktijk (hopelijk komt die niet vaak voor, maar hij komt soms voor) waarbij jonge leraren zonder veel motivering niet kunnen blijven in de school. Vandaar nu de piste om na 2 jaar te motiveren waarom de school nog een extra jaar nodig heeft om het functioneren van de betrokkene te beoordelen en een relevant begeleidingstraject op maat te organiseren.

Het ontwerpdecreet was inderdaad complex (maar bv. die overgangsmaatregelen konden niet eenvoudiger), maar de dienstbrief in kwestie bleek er een vertaling van in mensentaal. En passant herhaalde de minister ook nog even haar gekende standpunt over de loonsverhoging.

Bij de gekleurde middelen in dit ontwerpdecreet ging het om een soepele kleuring en de sleutel op de deur daarbij waren de onderhandelingen in de lokale onderhandelingscomités. Of leraren bij hun werkstations zouden kunnen volgen waar ze ergens staan in hun anciënniteitstraject met het oog op die TADD, moest worden bekeken.

Algemeen zou het decreet ook geëvalueerd worden, zodat later eventuele problemen bijgestuurd zouden kunnen worden.

Bij de stemming onthield sp.a (1) zich.  N-VA en CD&V (6 + 3) stemden voor. Groen en Open Vld waren niet aanwezig.

Je kunt de video (vanaf 1:38:48) van de vergadering bekijken. Het formele parlementaire verslag volgt later op de website van het Vlaams Parlement.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Ontwerpdecreet%20over%20maatregelen%20cao%20XI%20(Commissie%20Onderwijs%207%20februari%202019)) (Wilfried Van Rompaey).