Nieuws vanuit de externe stuurgroep ondersteuningsmodel

17 januari 2019

Nieuw financieringsmechanisme ondersteuning kleine types

Het was van 14 november 2018 geleden dat de externe stuurgroep ondersteuningsmodel vergaderde over de open end financiering van de ondersteuning kleine types. Enkele dagen geleden heeft de administratie de meerderheidsamendementen bij Onderwijsdecreet XXIX opgeladen op de sharepoint van deze stuurgroep. Ze behandelen het nieuwe mechanisme voor de financiering van de ondersteuning kleine types. Dit vervangt de voorafname (mei 2018) en de overgangsmaatregel (20 juli 2018).

De krachtlijnen van het nieuwe mechanisme voor de ondersteuning kleine types zijn de volgende:

  • Het nieuwe mechanisme is van toepassing op leerlingen met een gemotiveerd verslag (GV) en Verslag (V) type 2, 4, 6 en 7. De doelgroep STOS valt opnieuw onder type 7 en dus onder het nieuwe financieringsmechanisme voor de ondersteuning kleine types.
  • De school voor gewoon onderwijs deelt aan AGODI per leerling met een (G)V type 2, 4, 6 of 7 die nood heeft aan ondersteuning mee welke school voor buitengewoon onderwijs de ondersteuning voor het betrokken schooljaar opneemt. De school betrekt de ouders van de betrokken leerling(en) bij die keuze. Op basis van de aangeduide scholen voor buitengewoon onderwijs zal AGODI de lestijden, lesuren, uren en begeleidingseenheden laten toekomen bij de juiste scholen voor buitengewoon onderwijs. Op deze manier wordt de koppeling gemaakt tussen de leerlingen met een (G)V type 2, 4, 6 en 7 en de ondersteunende buo-scholen (deze koppeling was niet gemaakt bij de voorafname, noch bij de overgangsmaatregel, hetgeen geleid heeft tot een enorme mismatch – zie vorige nieuwsberichten).
  • De school gewoon onderwijs geeft deze informatie door via DISCIMUS. De technische aanpassing daarvoor moet nog gebeuren.
  • De school voor gewoon onderwijs is er ook verantwoordelijk voor om de gemaakte keuzes mee te delen aan de school/scholen buitengewoon onderwijs waarmee ze zullen samenwerken.
  • Voor de leerlingen die nu al gekend zijn, geeft de school voor gewoon onderwijs deze gegevens aan AGODI door voor het einde van dit schooljaar. 
  • Op 1 oktober van het lopende schooljaar worden de (G)V type 2, 4, 6 en 7 geteld in de scholen gewoon onderwijs. Dit zal voor het eerst gebeuren op 1 oktober 2019. De dienstbrieven voor de begeleidende scholen buitengewoon onderwijs worden hierna opgemaakt en verstuurd. De telling van 1 oktober voorziet het gegarandeerd basispakket.
  • Voor de gekende leerlingen moet de ondersteuning opgestart worden op 1 september. Dat impliceert dat de buo-scholen voor de ondersteuning van de kleine types zullen werken met een prognose van de omkadering.
  • Er komt een bijkomende teldatum op 1 februari. Alleen bij een stijging van het aantal (G)V komt er een aanpassing van de omkadering. Bij een daling van het aantal (G)V behoudt de buo-school haar basispakket aan omkadering op basis van de telling van 1 oktober. 
  • Voor leerlingen met een verslag type 2, 4, 6 en 7:
    • wordt een gelijke omkadering gegenereerd ongeacht of ze zich inschrijven in een school voor gewoon of buitengewoon onderwijs. Voor deze leerlingen ontvangen de scholen gewoon onderwijs de gewone omkadering die ze als regelmatige leerling in gewoon onderwijs genereren; aan de buo-school/scholen waarmee de school voor gewoon onderwijs samenwerkt wordt het verschil tussen de omkadering buitengewoon en gewoon onderwijs toegewezen om deze leerling(en) te ondersteunen.
    • wordt eveneens een gelijke financiering voorzien wat de werkingsmiddelen betreft. Hier wordt hetzelfde principe gevolgd: de school gewoon onderwijs ontvangt voor deze leerlingen de gewone werkingsmiddelen, de school buitengewoon onderwijs ontvangt het verschil tussen wat de leerling zou genereren in een school buo aan werkingsmiddelen en de gemiddelde kost aan werkingsmiddelen in het gewoon onderwijs, dit om de verplaatsingen van de ondersteuners e.d. te vergoeden. In afwijking van de huidige koppeling van de werkingsmiddelen aan de omkaderingseenheden, wordt voor deze leerlingen per leerling, per type en per onderwijsniveau een bedrag aan werkingsmiddelen toegekend aan de begeleidende school voor buitengewoon onderwijs.
  • Leerlingen met een gemotiveerd verslag:
    • Type 2 en 4 genereren 2 begeleidingseenheden per leerling
    • Voor type 6 werd de verhouding van de GON-attesten ‘matig’ en ‘ernstig’ verrekend waardoor men voor type 6 op 3,22 BE per leerling in basisonderwijs en op 3,51 BE in secundair onderwijs uitkomt
    • Voor type 7 werd deze verhouding eveneens verrekend waardoor men op 2,10 BE in basisonderwijs en op 2,38 BE in secundair onderwijs uitkomt
    • Deze leerlingen genereren per omkaderingseenheid een bedrag van 161,257 euro aan werkingsmiddelen voor de begeleidende school buitengewoon onderwijs, net zoals momenteel de toekenning van de werkingsmiddelen in het kader van het ondersteuningsmodel gekoppeld is aan de omkaderingseenheden.

In de amendementen bij OD XXIX is toegevoegd dat een leerling met een verslag type 2, 4, 6 of 7 die voor het eerst naar school gaat ook in het gewoon onderwijs kan inschrijven en met een individueel aangepast curriculum kan starten. In het verleden was alleen de rechtstreekse toegang tot het buitengewoon onderwijs geregeld.

Bezorgdheden over de vraagstelling in de online bevraging van ondersteuners

In het kader van de evaluatie van het ondersteuningsmodel vinden we het positief dat de ondersteuners rechtstreeks bevraagd worden (zie nieuwsbrief 20/12/2018). De online bevraging is voor de kerstvakantie zeer kort voorgesteld aan de stuurgroep personeel, maar deze heeft geen feedback kunnen geven, hoewel dit beloofd was. We hebben volgende opmerkingen vandaag op de externe stuurgroep ondersteuningsmodel ingebracht:

  • We betreuren ten zeerste dat bij bepaalde vragen het gewoon en buitengewoon onderwijs tegenover elkaar worden geplaatst. Het discours moet niet meer gaan over “pro of contra”, maar over hoe we samen meer inclusie gaan realiseren. 
  • We stellen ons vragen bij de achterliggende visie op inclusief onderwijs wanneer bijvoorbeeld gepeild wordt naar cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen die men ondersteunt. Deze vraagstelling getuigt eerder van een zeer enge kijk op inclusie terwijl de visie op inclusie veel ruimer is. Het is niet correct om te vragen een uitspraak te doen over leerlingen en niet over hun opdracht als ondersteuner. 
  • Tevens vinden we het niet juist dat aan ondersteuners gevraagd wordt een uitspraak te doen over het zorgbeleid van de scholen gewoon onderwijs waar ze ondersteunen. Dat behoort niet tot hun opdracht. 

We zullen de analyse van deze online bevraging dan ook zeer kritisch bekijken.