Leerlingenvervoer voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

23 september 2015

Op 17 juli 2015 stemde de Vlaamse Regering in met de conceptnota 'Leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs' en met de werkwijze en de aanpak die daarin worden voorgesteld.

Het huidige systeem van leerlingenvervoer kent zo veel problemen dat sleutelen aan het huidig regelgevend kader geen kwalitatieve oplossingen meer kan garanderen. Daarom koos minister Crevits voor een allesomvattende nieuwe aanpak waarbij decentralisering centraal staat.

Waar het zonaal leerlingenvervoer nu centraal geregeld wordt – het Departement Onderwijs kent het recht op leerlingenvervoer toe, De Lijn staat in voor de organisatie van de ritten – zullen nu lokale netoverstijgende verzorgingsgebieden autonoom bepalen welke leerlingen recht hebben op vervoer naar welke school en op welke manier. Uiteraard zullen een aantal generieke criteria altijd noodzakelijk zijn. In een maatschappij die met het M-decreet een eerste stap naar inclusie heeft gezet, is het niet verwonderlijk dat in de toekomst ook bepaalde leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die schoollopen in het gewoon onderwijs recht op vervoer naar die school genereren.

Het leerlingenvervoer zal in de toekomst multimodaal georganiseerd worden. Uiteraard blijft het collectief leerlingenvervoer een belangrijke vervoerswijze, maar daarnaast behoren ook het openbaar vervoer, carpoolen, eventueel taxivervoer, de fiets … tot de mogelijkheden. De zorgzwaarte, de vervoersnood en de thuiscontext zullen bepalend zijn voor de keuze van het gepaste vervoer. Ook de organisatie van buitenschoolse kinderopvang (in de nabijheid van een school voor buitengewoon onderwijs) vormt een belangrijke pijler van dat nieuwe concept.

Het nieuwe concept zal niet meteen Vlaanderenbreed uitgerold worden. Op 1 september 2016 start een pilootproject. Momenteel worden een stedelijke en een landelijke pilootregio geselecteerd.  Voor de uitrol van het nieuwe concept is geen extra budget voorzien.

Stand van zaken

Op dit moment is er nog geen zicht op de verdere concretisering van de conceptnota. Er is nog niet bepaald op welke manier de verzorgingsgebieden afgebakend zullen worden, op basis van welke generieke criteria het recht op leerlingenvervoer bepaald zal worden, welke instantie binnen de verzorgingsgebieden de zorgzwaarte en vervoersnood in kaart zal brengen, hoe de buitenschoolse opvang georganiseerd zal worden …

Een stuurgroep met vertegenwoordigers van het Kabinet Onderwijs, het Departement Onderwijs, het Departement Mobiliteit, De Lijn, de onderwijskoepels en VCLB zal zich buigen over de verdere concretisering van de conceptnota en zal twee (of meer) pilootregio’s aanduiden.