Ontwerpdecreet over het kwaliteitszorgstelsel hoger onderwijs

24 april 2018

Toen ik net voor het reguliere aanvangsuur de Zaal Jan Van Eyck in het Vlaams Parlement binnenging, zag ik vooraan nog druk meerderheidsoverleg bezig, met Kathleen Helsen, Jan Durnez, Koen Daniëls, Ann Brusseel en kabinetsraadgever Sofie Landuyt… Oppositielid Tine Soens zat toen ook al in de zaal. Doorgaans is zoiets op dat tijdstip niet zo’n bijster aangename situatie, maar al bij al viel het nog mee. Finaal ging het slechts over drie amendementen over een paar kleine bijsturingen van het ontwerpdecreet. Oef! De amendementen werden overigens medeondertekend door oppositielid Tine Soens.

Dat overleg eindigde om 14.13 u, zodat minister Crevits haar toelichting om 14.15 u kon beginnen. Aan de hand van de bijgevoegde presentatie lichtte zij het ontwerpdecreet toe. Je kunt de video van de integrale vergadering bekijken. Het formele parlementaire verslag volgt later op de website van het Vlaams Parlement.

Dit ontwerp van decreet verankert decretaal de zgn. instellingsreview, met inbegrip van de beoordeling van de regie van de kwaliteitsborging van de hogeronderwijsopleidingen. De instellingsreview zal voor hogescholen en universiteiten in de toekomst de basis worden van het gehele proces van verantwoording van de kwaliteit van opleidingen in het Vlaamse hoger onderwijs. De instellingsreview is een beoordeling in een vaste zesjarige cyclus door een externe commissie van de wijze waarop een hogeronderwijsinstelling onderwijsbeleid voert en aantoont dat ze dit onderwijsbeleid op een kwaliteitsvolle manier uitvoert, met inbegrip van de regie die de instelling opzet voor de kwaliteitsborging van haar opleidingen (alle graduaatsopleidingen, bachelor- en masteropleidingen). De instelling toont aan dat ze onder eigen verantwoordelijkheid – via de regie – de kwaliteit van de eigen opleidingen borgt.

Heel kort dan enkele elementen uit de relatief korte, algemene bespreking.

Eén. Vanuit zowel meerderheid als oppositie werden allerlei kenmerken van het nieuwe stelsel (N.B. ook de onderwijsinspectie 2.0 voor de andere onderwijsniveaus heeft, mutatis mutandis, diezelfde teneur gevolgd) positief onthaald: een waarderende aanpak i.p.v. oude controlerende reflexen, vertrouwen aan de onderwijsinstellingen, systeembrede analyses, responsabiliserend voor de instellingen, vrijheid en autonomie. Het stelsel kon als een model dienen in Europa, waarop men fier mocht zijn.

Twee. Naast die waarderende aanpak wilde de N-VA-fractie tegelijk ook wel de focus houden op een verbeterplan. Dat was zeker legitiem, maar ik hoorde in dat verband toch ook een wat rare redenering: een goed bevonden instellingsreview mocht de aandacht toch niet afleiden van de kwaliteit van de opleidingen (cf. eerste kwaliteitskenmerk: leerresultaten), maar hoe een goede instellingsreview zou kunnen samengaan met ondermaatse opleidingen, ontging en ontgaat mij. De beoordelingskaders in kwestie zouden nog vóór eind 2018 op de Vlaamse regering komen.

Drie. Zowel vanuit sp.a als N-VA kwam de terechte opmerking/twijfel over planlast (en kostprijs): het aantal documenten dat hier in het geding was en de vrees dat de vroegere externe planlast nu volledig interne planlast zou worden. De toekomst zal het uitwijzen hoe dat precies valt op de werkvloer zelf. De redenering van minister Crevits op dat punt (en haar vergelijking met het gebruik van de IDP en OVSG-toetsen in het lager onderwijs) als zou door het daadwerkelijk kunnen gebruiken van zulk kwaliteitswerk in het concrete beleid van de instelling (en dus niet zomaar de productie van al die documenten alleen maar voor de externe review) al dat werk minder als planlast gepercipieerd zou worden, voldeed naar mijn smaak maar ten dele. Hoe dan ook, als de instellingen en het personeel van die instellingen tevreden blijken…dat is het voornaamste.

Vier. Er was ook nog een kritische opmerking over de informatie die de instellingen in dit verband objectief en onafhankelijk kenbaar moeten maken, op een manier die geschikt is voor het bredere publiek. Dat was een van de aandachtspunten uit de pilootprojecten waaraan vooraf alle instellingen deelgenomen hadden. Maar dat punt had al aandacht gekregen in de NVAO-opvolging van dit dossier, dixit de minister. De NVAO zou gelijk ook werk maken van de begeleiding in dezen van de betrokken studentenvertegenwoordigers. 

De amendementen werden unaniem goedgekeurd alsook de gehele geamendeerde tekst van het ontwerpdecreet. De sp.a-fractie stemde dus mee met de meerderheid. Van Groen was geen vertegenwoordiger aanwezig. Om 15.30 u was alles beklonken.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Ontwerpdecreet%20over%20het%20kwaliteitszorgstelsel%20hoger%20onderwijs) (Wilfried Van Rompaey).