Voorstel van decreet inschrijvingsrecht (Commissie Onderwijs, 6-18 december 2018)

20 december 2018

Lange voorgeschiedenis en radiostilte

Met weliswaar minder media-aandacht dan voor de lotgevallen van de federale regering in het najaar van 2018, maar voor de scholen niet minder belangrijk én gekenmerkt door een zeker grillig verloop: zo noem ik de ontwikkelingen in deze decemberdagen rond het voorstel van decreet over het inschrijvingsrecht in het basis- en secundair onderwijs. Bovendien heeft het dossier een lange voorgeschiedenis. Dat is overigens op zich geen kritiek, want de lijst maatregelen, waaronder een aanpassing van het inschrijvingsrecht, die aan het begin van de legislatuur in het Vlaamse Regeerakkoord opgenomen werd, kan nu eenmaal per definitie geen realiteit worden in het eerste of tweede jaar van de legislatuur. Maar een terechte kritiek is wel, lijkt mij, dat dit, toegegeven complexe, dossier een te lange (politieke) radiostilte heeft gekend in de eerste paar maanden van 2018. Er werd meermaals gevraagd naar de voortgang door leden van de oppositie, waarover ik op deze pagina’s bij herhaling geschreven heb. Nadien kwam de zaak wel weer op gang, maar de belangrijkste (politieke) knoop werd pas ontward met de conceptnota (van de Vlaamse regering nota bene, terwijl het toch een zaak van de parlementsleden betrof, zoals afgesproken) van 14 september 2018. Hoe komt het dat daar zoveel tijd verloren werd? En dan nu moest het ineens snel gaan… Deels had de oppositie daar inderdaad een punt. Ik probeer in wat volgt enkele belangrijke elementen (inhoudelijk, procedureel en politiek) kort samen te vatten.

Conceptnota 14 september 2018

Op 14 september 2018 werd een politiek compromis bereikt onder de vorm van een conceptnota, waarin de basisprincipes van het nieuwe inschrijvingsrecht voor het basis- en secundair onderwijs opgenomen werden. Die basisprincipes moesten dan vervolgens worden omgevormd tot een voorstel van decreet (dus in te dienen door de parlementsleden, die over dit dossier al heel wat overleg gepleegd hadden en allerlei zaken uitgewerkt hadden met behulp van de onderwijsadministratie; maar dat werk was, zoals gezegd, dus op een bepaald moment stilgevallen). Alle klassieke inhoudelijke ingrediënten van dit thema waren daarbij de revue gepasseerd: vrije schoolkeuze, al of niet centrale digitale aanmeldingssystemen, dubbele contingentering, kampeerrijen, dubbele inschrijvingen, centrale tijdslijn, sociale mix, voorrangsregelingen, capaciteitsgebieden, specifieke situatie van het buitengewoon onderwijs, context van Brussel en de Vlaamse Rand.

Voorstel en behandeling

Het oorspronkelijke voorstel van decreet werd ingediend in het Vlaams Parlement op 26 oktober 2018. De website van het Vlaams Parlement biedt een handig overzicht van de activiteiten die volgden. De hoorzitting op 4 december had alvast tot gevolg dat de indieners van het voorstel bij hun toelichting op 6 december al een aantal vragen en suggesties uit die hoorzitting hadden verwerkt in hun powerpointpresentatie. Die wijzigingen staan in het rood in de presentatie. De agenda van de Onderwijscommissie werd dan meerdere keren aangepast, want het gevraagde advies van de Raad van State wilde maar niet komen… tot 12 december ’s avonds. Daarop kon op 13 december in de namiddag de bespreking van het voorstel beginnen.

Ook minister Crevits (niet gebruikelijk voor een voorstel van decreet, maar dat was het dan misschien wel vooral in naam, gelet op het werk van regering, onderwijskabinet, onderwijsadministratie en natuurlijk ook wel van de indieners, bij wie intussen Kathleen Helsen opgevolgd was door de nieuwe commissievoorzitter Jan Durnez) was aanwezig om nog te informeren over de verdere concrete uitvoering, incl. over de financiële middelen voor de digitale aanmelding via een ministerieel besluit.

Niet onverwacht werd het vooral een tweekamp oppositie versus meerderheid: bij de eerste vooral Elisabeth Meuleman en Elke Van den Brandt, die twee amendementen hadden inzake Brussel, en Steve Vandenberghe, die enigszins inviel voor Caroline Gennez, die wegens ambtsverplichtingen verhinderd was; bij de tweede spraken vooral indieners Jo De Ro en Kris Van Dijck, met nog enkele tussenkomsten van Koen Daniëls, Kathleen Krekels en Jos De Meyer.

Boos hakte vooral Elisabeth Meuleman stevig in op de hele aanpak van de meerderheid (vooral timing van het dossier, de voor haar fundamentele kwestie van de sociale mix en de scholen die op hun tandvlees zitten) en met veel vuur herhaalde Elke Van den Brandt haar kritiek op de voorrangsregeling in Brussel, die we al meerdere keren gehoord hadden bij haar vragen in de Onderwijscommissie.

Naar eigen zeggen van de meerderheid kwamen nog bijkomende wijzigingen tegemoet aan de opmerkingen van de Raad van State. Of dat werkelijk zo is, daarvoor durf ik mijn hand niet in het vuur steken, maar we zullen zien.

De regeling voor het buitengewoon onderwijs bleef onvolkomen.

Maar de nieuwe regeling zou alleszins een verbetering zijn van de bestaande regeling: het voorstel van decreet zou eindelijk komaf maken met de jaarlijkse kampeertoestanden voor schoolpoorten in heel Vlaanderen, het zou de vrije schoolkeuze van ouders en leerlingen maximaliseren en het zou een evenwichtige sociale mix op de scholen mogelijk maken. En de tijd drong. Dus geen tweede adviesvraag aan de Raad van State n.a.v. de intussen gewijzigde regeling voor het buitengewoon onderwijs, maar toch een tweede lezing enkele dagen later, mét het akkoord van de oppositie om genoegen te nemen met een mondeling verslag, zodat de zaak nog vóór het kerstreces in de plenaire vergadering afgehandeld kon worden. Tot… tot de anticlimax volgde…

Je kunt de video van de eerste lezing bekijken.

Anticlimax belangenconflict 14 december 2018

In de vooravond van die dag kwam de melding dat de Franse Gemeenschapscommissie (CoCof) een belangenconflict ingediend had tegen het nieuwe Vlaamse inschrijvingsdecreet wegens de verhoogde voorrang voor Nederlandstalige leerlingen op Nederlandstalige scholen in Brussel. Daardoor werd de invoering van het decreet dit schooljaar onmogelijk. Minister Crevits vond het onbegrijpelijk en een zware ontgoocheling dat de hele procedure nu maanden geblokkeerd werd en de positieve dynamiek die intussen in heel het onderwijsveld op gang gekomen was, zou stilvallen.

Het inroepen van een belangenconflict houdt inderdaad in dat de wetgevingsprocedure (i.c. in het Vlaams Parlement) opgeschort wordt en over het dossier informeel en ad hoc overleg gepleegd wordt tussen de betrokken parlementen, dat een oplossing moet aanbrengen binnen 60 dagen. Wanneer dat niet lukt, brengt de Senaat binnen 30 dagen een gemotiveerd advies uit aan het Overlegcomité (behalve wanneer de motie afkomstig is van de Senaat zelf of van de Kamer van Volksvertegenwoordigers). Vervolgens beschikt het Overlegcomité over een nieuwe termijn van 30 dagen om tot een oplossing te komen. Wat echter ook de uitkomst is van deze procedure, het betrokken parlement beslist nog steeds zelf over de gevolgen die het hecht aan het advies van het Overlegcomité.

Tweede lezing 18 december

Deze vergadering was niet onverwacht een heel “gedoe”. Dezelfde kritieken van de oppositie bleven het gesprek domineren. Over de 20%-kwestie voor ondervertegenwoordigde groepen. Over het optrekken van de voorrang voor Nederlandstaligen in Brussel naar 65%. Zeker Caroline Gennez gebruikte zware woorden: “schande”, “imbroglio”, “gebroddel”, “compleet onverantwoord”, … Jo De Ro maande haar naderhand tot enige bescheidenheid aan door haar te herinneren aan eerdere decreetswijzigingen van haar partijgenoot voormalig onderwijsminister Pascal Smet. Het dossier heeft inderdaad een nog veel langere voorgeschiedenis: tijdens de eerste lezing had De Ro al verwezen naar het zgn. “moederdecreet” in dezen (het gelijkeonderwijskansendecreet van zijn partijgenote toenmalig onderwijsminister Marleen Vanderpoorten van 2002, toen hij haar kabinetsmedewerker ter zake was) en hij schetste daarbij hoe “stevig” het er toen procedureel aan toeging door toenmalige oppositiepartij CD&V, maar dat zou ons hier te ver leiden.

De tweede lezing werd vervolgens op een drafje afgehandeld en de tekst werd opnieuw goedgekeurd, met daarbij de toezegging om een oplossing te bedenken voor het onderwijsveld na het vermelde belangenconflict. Vervolg op 20 december in de plenaire vergadering.

Je kunt de video van de tweede lezing bekijken.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Voorstel%20van%20decreet%20inschrijvingsrecht%20(Commissie%20Onderwijs%2C%206-18%20december%202018)) (Wilfried Van Rompaey).