Hoe bepaal je welke nieuwe leerinhouden leerlingen van het secundair onderwijs na de paasvakantie krijgen?

30 maart 2020

Sinds 16 maart zijn de lessen opgeschort. Dat heeft een impact op de realisatie van de leerplandoelen. Afhankelijk van wanneer alle leerlingen opnieuw naar school mogen, dienen schoolteams meer of minder aanpassingen te doen. Hoe later de scholen opnieuw kunnen starten, hoe minder leerinhouden op de voorziene manier aan bod kunnen komen.

Het is onduidelijk of en wanneer de scholen na de paasvakantie herstarten. Nog los van het voorziene startmoment, investeer je zeker in een warm onthaal voor alle leerlingen. Het is voor leerlingen en leraren immers een nieuwe ‘eerste schooldag’ die volgt op een hectische periode. Breng in kaart waar elke leerling staat in zijn leerproces en besteed aandacht aan opdrachten en taken die aan bod kwamen in de periode waarin onderwijs op afstand doorging. Het is in deze fase van het schooljaar tevens van belang dat leraren in kaart brengen welke leerplandoelstellingen dit jaar nog niet aan bod kwamen en nagaan op welke manier ze die in de resterende onderwijstijd zo efficiënt mogelijk kunnen realiseren. 

In wat volgt, gaan we dieper in op volgende items:

  • Wie bepaalt welke nieuwe leerinhouden aan bod komen?
  • Welke criteria kunnen richtinggevend voor die keuze?
  • Hoe ondersteunt de pedagogische begeleiding daarbij?
  • Hoe pak je het concreet aan voor leerlingen en ouders?
  • Over welke vragen hebben we nog geen zekerheid?

Wie bepaalt welke nieuwe leerinhouden aan bod komen?

Bepalen welke nieuwe leerinhouden aan bod komen gebeurt best in nauwe samenwerking binnen het schoolteam: de individuele leraar, de vakgroep, de klassenraad van een klas(groep) en de directeur.

  • De individuele leraar brengt zo snel mogelijk in kaart welke leerplandoelstellingen wel en welke leerplandoelstellingen nog niet aan bod kwamen dit schooljaar. Vertrekpunt is de situatie van voor de opschorting van de lessen (en die is voor elke school anders). Voor die analyse vertrekt elke leraar van het leerplan, niet van het handboek. Voor klassen in het tweede leerjaar van een graad houdt de individuele leraar ook rekening met wat in het voorgaande schooljaar reeds aan bod kwam.
  • Op basis van die oefening is de vakgroep best geplaatst om een keuze te maken in de leerplandoelstellingen die nog aan bod moeten komen.
  • Het lerarenteam en de directeur bepalen voor elke studierichting, elk leerjaar en elke klasgroep een evenwichtig en haalbaar geheel van leerplandoelstellingen en eraan verbonden opdrachten.

Welke criteria kunnen richtinggevend zijn voor die keuze?

  • De klasgroep, de onderwijsvorm, de studierichting, de graad en het leerjaar binnen de graad zijn allemaal van belang bij het selecteren van leerplandoelstellingen die nog aan bod moeten komen.
  • De beginsituatie en het leerproces van individuele leerlingen na drie (of meer weken) van afstandsleren zijn belangrijk om te bepalen welke ondersteuning individuele leerlingen nodig hebben, welk specifiek materiaal, welke ondersteunende structuur of instructie, welke begeleiding. Het is belangrijk om daarbij ook aandacht te hebben voor hoe je alle leerlingen bereikt.
  • De afspraken die de vakgroep maakte, onder andere over leerlijnen van eerste naar tweede en derde graad.
  • In het tweede leerjaar van een graad gaat het onder meer om wat leerlingen echt nodig hebben voor een vlotte overgang naar een volgende graad, met name die leerinhouden waarop in hogere leerjaren wordt verder gebouwd. Leerinhouden die in hogere leerjaren niet meer aan bod komen, kunnen gemakkelijker achterwege blijven.
  • Vanuit het eerste leerjaar van een graad kan een deel van de leerplandoelen doorschuiven naar een volgend leerjaar. Uiteraard betekent dat dat de vakgroep daarover overlegt en de jaarplanning van het volgende schooljaar aanpast.
  • Leerlingen hebben via afstandsleren beduidend meer tijd nodig om leerinhouden te verwerken in vergelijking met een normale les. Beperk daarom de uiteindelijke selectie van leerplandoelen. De verloren tijd kan nooit meer volledig goed gemaakt worden in een kort derde trimester.
  • Besteed vooral aandacht aan vakken die bepalend zijn voor de studierichting of een groot gewicht hebben in het geheel van de basisvorming. Zorg daarnaast voor een goede afwisseling van vakken die minder zwaar doorwegen in het geheel van het curriculum.
  • Maak in de selectie ook een onderscheid tussen ‘nice to know’ en ‘need to know’. ‘Need to know’ zijn de basisleerplandoelstellingen, dus zonder de uitbreidingen, verdiepingen, keuzethema’s … Sommige leerinhouden zijn wellicht niet zo gemakkelijk te verwerven via afstandsleren. Overweeg in functie van de gekozen leerinhouden, de klasgroep, de context … welke didactische werkvorm daarbij best ondersteunen. Overleg daarover ook met de collega’s van de vakgroep …

Hoe ondersteunt de pedagogische begeleiding daarbij?

De vakbegeleiders kunnen

  • ondersteunende documenten aanreiken om de leerplandoelstellingen die al aan bod kwamen en door leerlingen verworven zijn, vlot in kaart te brengen;
  • ondersteunen bij het prioriteren van welke leerplandoelstellingen best wel nog aan bod komen op het einde van een graad;
  • kunnen ondersteunen bij vragen over hoe leraren welbepaalde leerplandoelstellingen efficiënt aanpakken als ze weinig instructietijd hebben.

De schoolbegeleiders kunnen ondersteunen:

  • bij het bepalen van een evenwichtig en haalbaar geheel voor elke studierichting, elk leerjaar en elke klasgroep, van leerplandoelstellingen en eraan verbonden opdrachten voor de periode waarin de school (nog) niet kan opstarten;
  • kunnen ondersteunen bij schoolorganisatorische keuzes.

Hoe pak je het concreet aan voor leerlingen en ouders?

  • Deel mee aan leerlingen en ouders via welk kanaal je met hen zal communiceren en communiceer ook enkel via die kanalen (e-mail, Smartschool, Office 365, Google, Gimme, telefoon …). Maak zoveel mogelijk gebruik van de kanalen die leerlingen en ouders al kennen. Hou  ook rekening met leerlingen die je opdracht niet via digitale weg ontvangen.
  • Geef ook duidelijk aan wanneer je met hen zal communiceren. Voorzie bijvoorbeeld een of meer vaste momenten per week. Geef ook aan hoe en wanneer leerlingen en ouders contact kunnen opnemen in geval van problemen of vragen.
  • Maak duidelijk waar leerlingen (ondersteunend) lesmateriaal kunnen vinden, hoe ze het kunnen ontvangen en waar/hoe ze oefeningen of opdrachten kunnen indienen. Maak ook dan zoveel mogelijk gebruik van de kanalen die leerlingen en ouders al kennen.
  • Communiceer het geheel van leerinhouden, opdrachten of taken voor een week in één document. Maak daarbij duidelijk waarover het gaat, wat je precies van leerlingen verwacht, hoe lang je verwacht dat leerlingen met een bepaald item bezig zijn en wanneer ze hun oefeningen indienen.
  • Geef aan hoe en wanneer leerlingen feedback mogen verwachten.
  • Voorzie extra materiaal voor leerlingen die daar behoefte/nood aan hebben.
  • Bouw voldoende flexibiliteit in die rekening houdt met de diverse (thuis)situatie van leerlingen.​

Over welke vragen hebben we nog geen zekerheid?

Een aantal organisatorische, inhoudelijke en juridische items blijft op dit moment nog onduidelijk. De komende dagen wordt bekeken welke aanpassingen decretaal mogelijk zijn. Het gaat onder meer om:

- GIP

Uitzonderingen op de regelgeving voor de GIP (bv. externe jury) zijn nog niet duidelijk. Scholen focussen op dit moment best op het proces dat leerlingen tot nog toe hebben doorlopen en passen waar nodig de opdracht aan zodat het haalbaar wordt dat leerlingen ze met minder begeleiding realiseren.

- Verplichte stage

Ook hier is het nog niet duidelijk in hoeverre scholen sinds 16 maart moeten voldoen aan de verplichte stage. We gaan ervan uit dat het volstaat dat scholen over voldoende informatie beschikken om te beoordelen of leerlingen bepaalde competenties verworven hebben.

- Evaluatie

Scholen communiceren over hun evaluatiebeleid onder meer via het schoolreglement. Gezien de bijzondere omstandigheden moeten scholen de nodige decretale ruimte krijgen om daaraan aanpassingen te doen. Ze hebben voldoende rechtszekerheid nodig op dat vlak, zodat bijvoorbeeld beslissingen van de delibererende klassenraad niet op die grond kunnen aangevochten worden. Ook datpunt is aangekaart in overleg met de overheid.

Scholen moeten immers optimaal gebruik kunnen maken van de beleidsruimte die hen toekomt. Zij bepalen autonoom hoe ze hun evaluatiebeleid vormgeven. Dat geldt niet enkel voor het soort taken en opdrachten die scholen geven, maar ook voor de evaluatievormen die scholen kiezen, voor welke vakken examens worden georganiseerd … Evaluatie vindt voortdurend plaats in heel diverse vormen (van observaties tot examens).

Afhankelijk van de timing van de heropstart kunnen scholen ervoor kiezen om de examenperiode op het einde van het schooljaar tot een minimum te beperken en vooral zoveel mogelijk tijd te investeren in onderwijs. Scholen zouden er dus voor kunnen kiezen om geen examens te organiseren en via alternatieve vormen na te gaan of leerlingen de leerinhouden voldoende verworven hebben.

- Inspectie

Eveneens onduidelijk op dit moment is hoe de inspectie bij toekomstige doorlichtingen zal omgaan met niet gerealiseerde leerplandoelstellingen.