Gedachtewisseling over coronacrisis (online onderwijscommissievergadering, 23 april 2020): een persoonlijk commentaar

28 april 2020

De lezer herinnert zich van de nieuwsbrief van 23 april dat ik door de opeenvolging van de gebeurtenissen in de coronacrisis wat moest schipperen in mijn duiding bij de parlementaire activiteiten ter zake: bij mijn commentaar over de activiteiten van 9 en 15 april was ik duidelijk sceptisch over wat er toen zat aan te komen op 22 en 23 april, maar bij de behandeling van de actuele vragen van 22 april nam ik, met de nieuwe informatie van die dag, even duidelijk gas terug in mijn scepticisme. Maar eerlijk gezegd, de gedachtewisseling in de Onderwijscommissie van 23 april viel me dan toch weer wat tegen. Ik dacht dat de onderwijscommissarissen door de timing op 22 april niet voldoende de net vóór de plenaire vergadering gepubliceerde informatie (draaiboek met preventie- en pedagogisch deel, weet je nog?) hadden kunnen bestuderen en dat dan een dag later in de Onderwijscommissie de zaak voort zou kunnen worden uitgespit. Maar (en dat siert hen trouwens) de toen in de plenaire vergadering aanwezige onderwijscommissarissen, -- en toegegeven, dat kónden ze in dat afwijkende, plenaire format ook  niet allemaal zijn --, hadden de teksten blijkbaar toen toch al voldoende kunnen lezen, waarvan ze dan al dankbaar gebruikmaakten bij de bespreking van de actuele vragen. Het gevolg was dan ook dat in de commissievergadering de ochtend nadien de nieuwswaarde nogal beperkt was, er dus veel herhaald werd en heel wat antwoorden op de voor de commissievergadering 29 pagina’s ingediende vragen al plenair gegeven waren, én dat antwoorden op heel wat andere vragen in die 29 pagina’s gewoon in het draaiboek (cf. Schooldirect) stonden. Daarnaast werden traditioneel ook weer bepaalde vragen gesteld die minister Weyts op dat moment gewoon niet kón beantwoorden. Hier en daar kon de minister wel wat bijkomende informatie geven (bv. bepaalde cijfers), maar hij moest toch vaak ook herhalen wat hij de dag voordien (of zelfs nog eerder) gezegd had. Gelukkig hielden bepaalde onderwijscommissarissen die niet in de plenaire vergadering aanwezig waren geweest het kort, andere deden dat iets minder. Het eerste voorbeeld ga ik hier ook volgen.

Eén. Omdat het zo’n fundamenteel, ideologisch punt is, begin ik graag hiermee. Minister Weyts  benadrukte, voor mij heel terecht, de kwestie van de spanning tussen vrijheid/autonomie van de scholen en leraren versus het overheidsoptreden (met afdwingbare maatregelen en “mildere” richtlijnen). Voor sommigen ging dat overheidsoptreden te ver, voor anderen niet ver genoeg. Een heel herkenbaar punt van de minister. Precies die kwestie was ook aan de orde bij de vele vragen over de praktische toepasbaarheid van allerlei elementen uit het draaiboek, dat als advies diende voor de Nationale Veiligheidsraad van 24 april. Je kan dat niet allemaal met wetten, decreten, besluiten van de Vlaamse regering, ministeriële besluiten enz. alléén concreet organiseren. Ook de vrije tribune van (voormalig onderwijsminister) Frank Vandenbroucke (voor abonnees) in de weekendeditie van De Standaard had mij daaraan overigens herinnerd. Hij had op een meer overkoepelende, verruimende manier naar de coronacrisis gekeken, op de hem kenmerkende hoogstaande en toch toegankelijke manier.

Twee.  Maar inderdaad, er zou, zoals voor het hoger onderwijs al gedaan was op 15 april, toch ook nog decretaal werk nodig zijn voor o.a. basis- en secundair onderwijs, de onderwijsniveaus waarop voorlopig het accent lag. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om te kunnen afwijken van schoolreglementen en de regeling van de attesteringen aan het eind van het schooljaar.

Drie. We wisten al van eerdere vergaderingen iets over de veranderde rol van de onderwijsinspectie. Nu kon de minister rapporteren (met enkele cijfers) over de intussen ondernomen belronde door de onderwijsinspecteurs naar 700 scholen. Uiteraard ging het in die niet zo korte (gemiddeld blijkbaar 48 minuten) telefoongesprekken over ‘meningen’ van directeurs (en niet over harde, meetbare feiten), maar het globale beeld oogde toch positief. En dat spoorde met de vele berichten over het vele en harde werk in het onderwijs van de afgelopen periode.

Vier. Wat eigenaardig vond ik de vraag van Hannelore Goeman over de ondersteuning van leraren. Naast allerlei in de vergadering vermelde, ondersteunende privé-initiatieven moest toch ook de overheid ondersteuning kunnen bieden en was daarvoor niet een rol weggelegd voor de pedagogische begeleiding? Het antwoord op die vraag was zo vanzelfsprekend affirmatief dat de vragensteller dat ook zo wel had kunnen weten. Men denke bijvoorbeeld alleen nog maar aan het vele en harde werk van de pedagogische begeleidingsdienst van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, maar het geldt evenzeer voor de andere koepels en net. Er is echt niet stilgezeten sinds het begin van de coronacrisis en ik denk dat zulks begint te dagen bij zelfs de meest hardleerse onderwijssceptici…

Vijf. In de commissievergadering werd ook aandacht gevraagd voor een dringend thema dat tot nog toe, bij mijn weten althans niet expliciet, niet vermeld werd. Er was al wel aandacht voor allerlei kwetsbare en/of niet-bereikte leerlingen (N.B. Na de vele vragen ook daarover kon minister Weyts in deze vergadering toch wel wijzen op allerlei netwerken rond de scholen én diverse initiatieven van de scholen zelf), maar de leerlingen van de zgn. OKAN waren toch nog een verhaal apart. Dat werd overigens heel accuraat beschreven in een vrije tribune (voor abonnees) in De Standaard van 24 april.

Zes ten slotte. Na de commissievergadering van 23 april was het wachten op de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad van 24 april. Grosso modo kwamen die beslissingen vrijdagavond laat overeen met wat eerder die dag al in de media verschenen was én met wat minister Weyts op 22 en 23 april in het Vlaams Parlement gezegd had. Daarover is intussen veel gezegd en geschreven: met name ook in de brief van onze directeur-generaal Lieven Boeve op zondagavond 26 april, waarin hij op dat moment ook al vooruitblikte naar het sociale overleg met minister Weyts op 28 april om het bestaande draaiboek te verfijnen. Maar daarover lees je elders in onze nieuwsbrieven.

Reageren op dit commentaar kan bij wilfried.vanrompaey [at] katholiekonderwijs.vlaanderen (subject: Gedachtewisseling%20over%20coronacrisis%20(online%20onderwijscommissievergadering%2C%2023%20april%202020)%3A%20een%20persoonlijk%20commentaar) (Wilfried Van Rompaey).