Effecten van hertelling leerlingen op 1 oktober voor gewone secundaire scholen

08 november 2018

Onderwijsdecreet XXVIII voerde onder andere voor de gewone secundaire scholen een hertelling in van de regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar A en B op 1 oktober van het betrokken schooljaar. Dat leverde voor meerdere van onze scholen een positief verschil op van in totaal meer dan duizend uren-leraar. Voor de betrokken leerlingen en leraren is dat uiteraard een sterke verbetering van de onderwijs- en leeromstandigheden.

Tegelijk vernamen we dat enkele secundaire scholen in totaal 210 uren-leraar moesten inleveren. Aldus werd de vrees bewaarheid die Katholiek Onderwijs Vlaanderen duidelijk had geformuleerd bij de onderhandelingen over het voorontwerp van OD XXVIII, maar die jammer genoeg niet ernstig werd genomen.

Dergelijk verlies veroorzaakt enorme problemen: verlies aan pedagogisch comfort voor de leerlingen, verlies aan tewerkstelling voor een aantal leraren en financieel verlies voor de schoolbesturen. Zij moeten immers zelf instaan voor de bezoldiging van de arbeidsprestaties die de betrokken leraren vanaf 1 september hebben geleverd, maar die achteraf niet subsidieerbaar blijken. 

Daarbij komen dan nog de organisatorische problemen voor de scholen: midden in het trimester moeten klassen worden samengezet, opdrachten worden herverdeeld, personeelsleden afgedankt, weekroosters herwerkt, lokalenroosters herzien ...

Katholiek Onderwijs Vlaanderen zal er opnieuw bij de minister op aandringen om via Onderwijsdecreet XXIX de derde paragraaf van art. 209/1 van de Codex Secundair Onderwijs op te heffen zodat met ingangsdatum van 1 september 2019 de effecten van een hertelling met een negatief verschil buiten werking worden gesteld.